•  
  •  

Waffen-SS

Een synopsis…

Index:

1. Inleiding
2. De werving van Germaanse vrijwilligers: de SS-Standarte ‘Nordland’ en ‘Westland’
3. Soepeler keuringsnormen: de Freiwilligen SS-Standarte ‘Nordwest’
4. Motieven van de vrijwilligers van de ‘Westland’ en ‘Nordwest’
5. Al voor Barbarossa wierf het VNV voor de Waffen-SS

1. Inleiding

Toen het Duitse leger op 10 mei 1940 de Lage Landen en Frankrijk binnen viel, namen eenheden van de Waffen-SS – toen nog als SS-Verfügungstruppe – aan de gevechten deel. Ze onderscheidden zich door de moed, maar ook door de roekeloosheid waarmee ze zich in de strijd wiepen. De Waffen-SS kreeg spoedig de reputatie van een elitekorps: Waffen-SS soldaten waren steeds bereid om in de moeilijkste omstandigheden de strijd aan te gaan, en daarbij gingen ze tot het uiterste. Als politiek sterk gemotiveerde vrijwilligers waren de Waffen-SS’ers een klasse apart in het Duitse leger. Ze waren in de eerste plaats politieke soldaten. Ze vochten niet enkel voor Führer en vaderland, maar stelden zich op als de gewapende voorhoede van de nationaalsocialistische revolutie onder de wapenspreuk: “Meine Ehre heisst Treue” (mijn eer is mijn trouw).

Gedurende de Tweede Wereldoorlog behoorden tien à twaalf duizend Vlamingen, die in militaire dienst traden, tot de Waffen-SS. We moeten echter van meet af aan een duidelijk onderscheid maken tussen de enkele honderden Vlaamse vrijwilligers die rechtstreeks toetraden tot de eenheden van de Waffen-SS, en de duizenden Vlamingen die zich na de inval in de Sovjet-Unie van 22 juni 1941 aanmeldden voor het Vlaams Legioen, een aan de Waffen-SS ondergeschikte eenheid.
De vrijwilligers van de Waffen-SS zwoeren de eed van de SS-soldaat en konden theoretisch op alle fronten – dus ook in het westen – worden ingezet. De Legioensoldaten daarentegen verbonden zich onder ede echter uitsluitend voor de strijd tegen het bolsjewisme aan het Oostfront. Zoals de titel aangeeft gaat het in het volgende enkel over de vrijwilligers die rechtstreeks voor de Waffen-SS dienst namen.

2. De werving van Germaanse vrijwilligers: de SS-Standarte ‘Nordland’ en ‘Westland’

Vanaf het ontstaan van de SS-Verfügungstruppe, bij Führererlass op 17 augustus 1938, was het toegelaten niet-Duitse, doch Germaanse, vrijwilligers in haar rangen op te nemen. In mei 1940 telde men er honderd. Vlamingen worden aldus Vlamingen aan het Oostfront (A. Van Arendonk) niet vermeld in de bronnen.

Onmiddellijk na de bezetting van Noorwegen en Denemarken werd op 20 april 1940 de SS-Standarte ‘Nordland’ opgericht voor Scandinavische vrijwilligers, en onmiddellijk na de ineenstorting van de geallieerde legers in het westen, in juni 1940, richtte men de SS-Standarte ‘Westland’ op voor de Nederlandse en Vlaamse vrijwilligers. Hierbij had men een tweevoudig doel voor ogen.
Ten eerste diende het de getalsterkte van de gewapende-SS te verhogen. In Duitsland mocht immers, wegens tegenstand van de Wehrmacht, slechts 2% van elke jaargang dienstplichtigen tot de gewapende-SS toetreden. Door te werven buiten de rijksgrenzen wist de SS deze beperking te omzeilen.
Ten tweede was het de bedoeling met de Vlaamse en Nederlandse vrijwilligers een politiek geschoolde en militair opgeleide voorhoede en kaders te vormen voor de Algemene – dus politieke – SS in Vlaanderen en Nederland, die ongeveer gelijktijdig in de zomer van 1940 werd opgericht, en een aanhechting bij het Groot-Germaanse Rijk voor stond. De werving gebeurde onder de leiding van Gottlob Berger, chef van het SS-Hauptamt en van het SS-Ergänzungsamt.

In de zomer van 1940 werd de SS-Verfügungstruppe omgedoopt in Waffen-SS. Al kort na de capitulatie verschenen de eerste affiches waarin werd opgeroepen dienst te nemen bij de SS-Standarte ‘Westland’. In Antwerpen werd er aan de Koningin Elisabethlei een aanwervingsbureau of Ergänzungsstelle opgericht. In september lanceerde de Antwerpse advocaat René Lagrou, leider van de pas opgerichte Algemene SS-Vlaanderen, een oproep om zich te melden voor de Waffen-SS. Vierhonderd vijfenvijftig kandidaten gaven er gehoor aan en meldden zich te Gent en te Antwerpen aan. Na een strenge keuring vertrokken slechts vijfenveertig van hen naar een opleidingskazerne in München, waar de SS-Standarte ‘Westland’ hen opnam. In de loop van de volgende maanden volgde nog een reeks kleine groepjes, die eveneens in de ‘Westland’ terechtkwamen. De Germaanse regimenten ‘Westland’ en ‘Nordland’ vormden samen met het aanvankelijk Duitse regiment ‘Germania’ de kernregimenten van de 5. SS-Panzerdivision ‘Wiking’. Maar ook in andere regimenten kwamen Vlaamse vrijwilligers terecht.

Waffen-SS ‘Westland’ en ‘Wiking’ armbanden in machine geborduurde RZM-manschappenuitvoering.

Waffen-SS ‘Westland’ en ‘Wiking’ armbanden in machine geborduurde RZM-manschappenuitvoering.

De Duitse keuringsnormen in ’40 en ’41 waren toen nog bijzonder streng. Nederlanders en Vlamingen ‘van arischen bloede’ konden zich aanmelden. Zij dienden lichamelijk en geestelijk voldoende te zijn ontwikkeld om aan de harde eisen van de opleiding te voldoen. Ze mochten niet kleiner zijn dan 1,70m en mochten een bril dragen met een maximumsterkte van vier dioptrieën. Verder dienden ze van onberispelijk zedelijk gedrag te getuigen.

3. Soepeler keuringsnormen: de Freiwilligen SS-Standarte ‘Nordwest’

In tegenstelling tot de overige zogeheten Germaanse landen, vlotte het in Vlaanderen aanvankelijk niet met de werving voor de Waffen-SS. In de lente van ’41 kwam hierin echter verandering. Ongetwijfeld met het oog op de oorlog tegen de Sovjet-Unie, versoepelden de keuringsnormen van de Ergänzungsstellen der Waffen-SS. De minimumlengte werd van 1,70m naar 1,65m verlegd, en het onderzoek naar de etnische achtergrond van de vrijwilliger werd niet meer zo nauwgezet uitgevoerd. Het medische gedeelte van de keuring werd eveneens versoepeld. Ondanks de gewijzigde criteria kregen de vrijwilligers praktisch het statuut van volwaardige leden van de Waffen-SS. Op 3 april 1941 werd met een Führerbefehl de oprichting van de Freiwilligen SS-Standarte ‘Nordwest’ bevolen. Ze werd opengesteld voor vrijwilligers uit Nederland en Vlaanderen. Himmler poogde met soepeler keuringsnormen meer volk naar de Waffen-SS te lokken en ditmaal boekte de SS meer resultaat. Zeven maanden na het vertrek van de eerste contingenten voor de ‘Westland’, vertrokken in april, mei en juni 1941 in totaal een 450-tal Vlaamse vrijwilligers van de ‘Nordwest’ voor opleiding richting Hamburg-Langenhorn.
In de zonnewendenacht van 20 op 21 juni 1941 legden reeds 1600 Germaanse vrijwilligers – dus niet enkel Vlamingen – hun eed van trouw af:
Ich schwöre Dir, Adolf Hitler, als Führer, Treue und Tapferkeit. Ich gelobe Dir und den von Dir bestimmten Vorgesetzten Gehorsam bis in den Tot, sowahr mir Gott Helfe.

Al deze vrijwilligers waren Angehörige der Waffen-SS (en niet Waffen-SS unterstellt). Ze droegen de SS-runen op de kraag en legden, zoals al aan het begin werd gezegd, de SS-eed af zonder voorbehoud. Dit in tegenstelling tot de latere vrijwilligers van het Vlaams Legioen.
Enkele maanden later, op 24 september 1941, besliste het Führungshauptamt op bevel van H. Himmler, dat werd overgegaan tot de ontbinding van de Standarte ‘Nordwest’. De Vlamingen, die deel uitmaakten van de ‘Nordwest’, werden toegevoegd aan het recent ontstane versterkte bataljon Vlamingen: het SS-Freiwilligen Legion ‘Flandern’, kortweg het Vlaams Legioen. Tijdens de opleiding van het SS-Freiwilligen Legion ‘Flandern’ zouden de meer ervaren mannen van de ‘Nordwest’ de lagere kaders vormen.

4. Motieven van de vrijwilligers van de ‘Westland’ en ‘Nordwest’

De motieven van de vrijwilligers waren velerlei. Algemeen kan men echter stellen dat de motieven van de vrijwilligers voor de Waffen-SS, dus de Standarte ‘Westland’ en ‘Nordwest’, eerder uitgingen van een anti-Belgische impuls, terwijl de motieven van de vrijwilligers voor het latere Vlaams Legioen eerder uitgingen van een antibolsjewistische impuls. Deze veralgemening geldt echter niet voor alle Vlamingen die voor de inval in de Sovjet-Unie naar de Waffen-SS trokken. Er vertrokken immers ook vrijwilligers uit Nederland, Denemarken en Noorwegen, waar geen problemen met de Vlamingen als in België bestonden.
Het is, aldus Maurice De Wilde, niet eenvoudig te peilen naar motieven. Peilen naar motieven is immers peilen naar de diepste beweegredenen van het menselijk handelen, en die geeft men niet graag bloot. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de latere getuigenissen van vrijwilligers mogelijks ook nog werden gekleurd door de gebeurtenissen achteraf.

Bij een aantal Vlaamse vrijwilligers, kinderen van veroordeelde activisten uit de Eerste Wereldoorlog, of kinderen van Vlaams-nationalisten, die in een hevige anti-Belgische omgeving waren opgegroeid, ging hun dienstname bij de Waffen-SS – aldus Tony Van Dijck – uit van een uitgesproken wrok tegen de Belgische staat. Jonge mannen die gesensibiliseerd en vernederd waren door de onmacht van hun landsgezag, en bewuste nationalisten die sinds generaties met gering succes in het verweer waren voor de eigenheid in het Belgische staatsverband, bleken ontvankelijk voor de boodschap die tijdens de werfcampagnes werd verkondigd.

Talrijke Vlaamse vrijwilligers waren al voor de oorlog onder de indruk gekomen van wat de eenzijdige nationaalsocialistische propaganda over een aantal verwezenlijkingen in het door Hitler geleide Duitsland in de schijnwerpers had gezet, terwijl heel wat minder rooskleurige toestanden zorgvuldig werden verzwegen of verkeerd voorgesteld. Volgens de motieven van de wervingsactie kon men bijdragen tot de opbouw van een nieuw Europa, in een nieuwe staatsorde, onder leiding van de Germaanse volkeren, door een gemeenschappelijke beleving van nieuwe idealen, waarin elk van die volkeren zijn goed en gelijk zou verwerven voor een vrije, gemeenschappelijke toekomst, wars van een geschiedenis gevuld met enge particularismen, bekrompen politieke vijandigheden, vrij van corruptie, weerbaarheidsimpotentie en sociale zwakheid.

De aanblik van de zegevierende Duitse troepen in de zomer van 1940 had bij sommige jonge Vlamingen heel wat geestdrift gewekt. Als zeventien- achttienjarige keken ze vol bewondering op naar die schijnbaar onoverwinnelijke Duitse soldaten, die uitgerust met het modernste materieel en wapens in achttien dagen met het Belgisch leger schoon schip hadden gemaakt, die ook de Britten op de vlucht hadden gejaagd en het grote Frankrijk al evenzeer onder de voet hadden gelopen. Overwinaars hebben altijd vele volgelingen aangetrokken.

Een aantal Vlamingen voelde zich natuurlijk aangetrokken door het avontuurlijke aspect van een loopbaan bij de Waffen-SS. Sommige vrijwilligers droomden ook van een carrière te maken in de Duitse Nieuwe Orde. Ze waren van mening dat de snelste weg naar een voor hen goede positie in Vlaanderen via een militaire loopbaan bij de Waffen-SS liep. Na een opleidingsperiode en een eventuele korte frontinzet hoopten ze nadien spoedig naar Vlaanderen te kunnen terugkeren, en daar hun positie in te nemen. Ook lag het krijgsgebeuren op dat moment stil, en de oorlog stond niet meer op het directe voorplan. De vrijwilligers dachten eerder aan vorming en scholing dan aan front.

Tot slot konden ook materiële voordelen de aanzet geven om in Duitse militaire dienst te treden. De vrijwilliger zelf ontving ongeveer één Reichsmark, en aan het front twee Reichsmark, per dag. Zijn gezinsleden waren er heel wat beter aan toe want die kregen een ruime financiële uitkering die met het inkomen van een atheneumleraar kan worden vergeleken. Daarbij kregen ze nog andere bijkomende materiële voordelen zoals gratis verzorging bij ziekte en dubbel rantsoen tegen officiële prijzen.

Verschillende Waffen-SS schuitjes en Feldmütze.

Verschillende Waffen-SS schuitjes en Feldmütze.

5. Al voor Barbarossa wierf het VNV voor de Waffen-SS

Wanneer we even terug gaan tot voor de oprichting van de Freiwilligen SS-Standarte ‘Nordwest’, dan stellen we vast dat de werving voor de Waffen-SS in Vlaanderen tot en met het voorjaar van 1941 in hoofdzaak een SS-aangelegenheid was. In april ’41 kwam hierin echter verandering.
Staf De Clercq, leider van het VNV, had ondertussen duidelijk gemaakt dat het VNV weinig bezwaren had tegen een vergaande samenwerking met de Duitse bezetter. De partij hoopte op deze wijze tot enige nationaalsocialistische partij in Vlaanderen te worden erkend. De onderlinge concurrentiestrijd tussen de Algemene SS-Vlaanderen en het VNV begon immers vorm te krijgen, en al in het najaar van 1940 had S. De Clercq gesteld dat tegenover de Duitse inspanningen een tegenprestatie in de vorm van een militaire bijdrage diende te staan. Nadat het voorstel van De Clercq om te werven voor een Vlaamse luchtafweerbatterij tegen Engeland werd geweigerd, werd hij door SS-generaal Berger voor de keuze gesteld: ofwel moest het VNV werven voor de Waffen-SS, ofwel verloor de partij de kans om als enige politieke beweging in Vlaanderen te worden erkend. De Clercq koos voor de Waffen-SS. In ruil voor de door Berger nooit nagekomen belofte om de Algemene SS-Vlaanderen bij het VNV in te schakelen, diende het VNV voor het einde van de maand mei ’41 niet minder dan 3500 manschappen voor de Waffen-SS te leveren. Op 20 april gaf De Clercq het bevel onmiddellijk te beginnen werven voor de Waffen-SS:
“Mededeling van de Leiding. Aan alle kameraden die in de VNV-strijdformaties staan, wordt de onmiddellijke werving bevolen voor den Standaard-Westland, het door den Führer opgerichte en uit Vlamingen en Groot-Nederlanders bestaande vrijwilligersregiment der Waffen-SS. Te Brussel, 20 april 1941, Staf De Clercq, Alg. Leider VNV”

Voor dit bevel van 20 april gaf De Clercq volgende verklaring:
“Indien wij het recht willen hebben om ons overwinnaars te noemen aan de zijde van Duitsland, en de rechten van de overwinnaar ten gepaste tijde willen opeisen, dan moeten wij ook de moed hebben hiervoor de tol te betalen, ook de tol van het bloed.”

Let wel dat hier zeker nog geen sprake was van de bestrijding van het communisme, en het uitsluitend om een politiek kansspel ging.

In de maanden mei en juni 1941 begon de VNV-propagandamachine op volle toeren te draaien. De drijvende kracht achter de werfcampagne voor de Waffen-SS was de Kommandant-Generaal van de Dietse Militie/Zwarte Brigade (DM/ZB), Reimond Tollenaere. Tollenaere meende dat de deelname van Vlamingen aan de Waffen-SS aantoonde dat zij een Germaans volk waren.Vlaanderen zou hiermee, naast de andere Germaanse volkeren in Europa, zijn plaats krijgen in een Groot-Germaanse belangengemeenschap. Over het hele Vlaamse land hield hij tientallen werfvergaderingen tijdens welke hij zijn brigademannen aanspoorde om zich ten bate van Vlaanderen bij de Waffen-SS in te lijven.
Er werden hierbij tal van beloften gemaakt. Zo werd gesteld dat niemand verplicht ging worden aan de oorlogsvoering deel te nemen, tenzij men daar uitdrukkelijk voor zou gekozen hebben. De vrijwilligers zouden aldus R. Tollenaere ook zonder probleem hun godsdienstige verplichtingen kunnen vervullen. Verder werd beloofd dat men niet te kwistig met Vlaams bloed zou omspringen, en het argument dat de dienstnemingen in de Waffen-SS een sterkere invloed van de Algemene SS-Vlaanderen zouden teweegbrengen werd ook ontkracht. Aldus Tollenaere had de Waffen-SS geen uitstaans met de SS-organisatie in Vlaanderen.

Niet iedereen van de leiding van de Eenheidsbeweging-VNV was echter gelukkig met S. De Clercq zijn besluit en R. Tollenaeres ijver om voor de Waffen-SS te werven. Jef François, leider van de Dinaso militanten, had in maart 1941 elke melding voor de Waffen-SS verboden, met uitsluiting uit de beweging tot gevolg. Om zijn politieke macht te willen behouden, wilde hij zijn Dinaso’s niet uit handen laten gaan. Ondanks het verbod van hun leider meldden zich in de lente van ’41, naast de leden van de DM/ZB van Tollenaere, ook een belangrijk aantal Dinaso-militanten. Pas de dag na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, van 22 juni 1941, liet J. François zijn manschappen vertrekken.

Uit een brief die De Clercq op 4 juni 1941 naar Berger, hoofd van het SS-Hauptamt, stuurde blijkt inderdaad dat De Clercq met de werving voor de Waffen-SS in de eerste plaats de inschakeling van de Algemene SS-Vlaanderen in het VNV wilde afkopen.

[flv width=”250″ height=”188″]http://www.nieuweorde.be/videos/wss/wssfrancois1.flv[/flv]
Fragment: Jef François over het feit dat niet iedereen van de leiding van het VNV medio 1941 gelukkig was met de werving voor de Waffen-SS