•  
  •  
  • Home
  • /Organisation Todt (OT)

Organisation Todt (OT)

Een synopsis…

Index:

1. Het begrip ‘frontarbeider’ doet zijn ingang
2. Inzet aan het Oostfront
3. OT-Schutzkommando’s om de OT-arbeiders en -bouwwerven te beveiligen
4. Inzet van OT-mannen in Stalingrad
5. Naoorlogse bestraffing van Vlamingen bij de OT


1. Het begrip ‘frontarbeider’ doet zijn ingang

De Organistation Todt, naar de naam van de stichter de Duitse ingenieur Fritz Todt, werd in 1933 in Duitsland opgericht om aan de miljoenen werklozen werk te verschaffen. De geüniformeerde werfarbeiders legden autostrades aan, en bouwden de Siegfriedlijn. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de OT met militaire bouwwerken achter het front belast. De OT-mannen legden vliegvelden aan, zorgden voor het optrekken van militaire installaties, en het herstel van bruggen en wegen. Hierdoor ontstond het woord en het begrip ‘frontarbeider’, en beïnvloedde het tactische en technische aspecten van de oorlogsindustrie en-inspanning. Van 1941 af begon de OT met de aanleg van reusachtige Duitse verdedigingswerken aan de Atlantische kust, de zogeheten Atlantikwall. Hiervoor werd in België en Noord-Frankrijk massaal geworven. De wervingsactie had ook politieke oogmerken. Ze kwam grotendeels in handen van politieke organisaties die de werfinspanningen als politieke pasmunt beschouwden. In Vlaanderen spande het VNV zich intens in voor de werving, en beschouwde haar inspanningen ter zake als een bijdrage aan de Duitse oorlogsvoering.

Fragment: voormalig Organisation Todt-arbeider Lucien Van Weelde vertelt hoe en waarom hij bij de OT terecht kwam.


2. Inzet aan het Oostfront

De wervingsactie was aanvankelijk gewoon opgezet als werkverschaffing waarbij de gunstige arbeidsovereenkomsten een lokmiddel waren. De grote meerderheid van de OT-vrijwilligers bleef inderdaad niet ongevoelig voor het bijzonder goed maandloon dat hun werd beloofd: 2100 frank van toen voor een gewone OT-arbeider en 3100 frank voor een Kampleider. Dat was heel wat meer dan een geschoolde arbeider op dat ogenblik in ons land kon verdienen. Daarenboven kregen ze gratis kledij, onderdak en voeding, evenals dubbele rantsoenzegels en gratis sociale voorzorg voor hun gezin. Sommige wervers spiegelden zelfs voor dat OT-vrijwilligers later een stuk land met een boerderij erop konden krijgen. Als we Duitse bronnen mogen geloven, dan kende de werving voor de OT veel succes: midden 1942 werd de toetreding van de dertigduizendste Vlaamse OT-arbeider gevierd.

 

Vlaamse OT’ers werden voor de inval in inde Sovjetunie voornamelijk in België en Noord-Frankrijk ingezet. Na de Duitse inval in de Sovjetunie werden Vlaamse OT-mannen, zo’n 6000 in het totaal, ook aan het Oostfront ingezet. Talrijke Vlaamse OT-vrijwilligers die een contract voor Noord-Frankrijk hadden ondertekend, kwamen in werkelijkheid aan het Russisch front terecht.

Fragment: Lucien Van Weelde werd na zijn toetreding tot de OT onmiddellijk naar het Oostfront gestuurd.


3. OT-Schutzkommando’s om de OT-arbeiders en -bouwwerven te beveiligen

Om de OT-arbeiders tegen de aanvallen van de Russische partizanen te beschermen, richtten de Duitsers zogeheten OT-Schutzkommando’s op die met de bewaking van de bouwwerven werden belast, en jacht maakten op de partizanen. De Schutzkommando’s waren gewapend en kregen een volwaardige militaire opleiding. Ze droegen het bruine OT-uniform met zwarte schouderstukken afgezoomd met witte bies.

Jas van een Vlaamse OT-Schutzkommando

Jas van een Vlaamse OT-Schutzkommando.

Bovenop hun soldij als OT-man kregen ze een supplementaire premie voor hun gewapende inzet. Vanaf de herfst van 1941 begon in Vlaanderen de werving voor de OT-Schutzkommando’s. De getalsterkte van dit onderdeel van de Organistion-Todt bedroeg zo’n 4000 à 5000 Vlamingen.  Het waren echter niet allemaal vrijwilligers die bij de OT-Schutzkommandos terecht kwamen.

Fragment: Jan Van Hoogten, een voormalig Vlaamse OT-werver vertelt dat niet iedereen in dienst trad voor gewapende inzet als OT-Schutzkommando.

 

Zoals hun collega’s in het Vlaams Legioen en bij de NSKK konden de Vlaamse OT’ers en Schutzkommando’s slechts op weinig begrip vanwege hun Duitse oversten rekenen. Niet alleen werden de bevelen uitsluitend in het Duits gegeven, maar tevens waren alle officieren Duitsers, en dienden Vlamingen een eed van trouw op de Führer af te leggen. Daarenboven bleef het Duits meerderwaardigheidsgevoel zwaar op de Vlaamse magen liggen. Met het optreden tegen de Russische partizanen hadden de Vlaamse Schutzkommando’s evenwel minder problemen.

Fragment: OT-Schutzkommando André Van Hecke over de inzet van de Schutzkommando’s.


4. Inzet van OT-mannen bij Stalingrad

Met het keren van de Duitse oorlogskansen bij het einde van ’42, geraakten de Vlaamse OT-arbeiders vaak te midden van het oorlogsgeweld. Vooral bij de Russische doorbraak te Kalatsj en Stalingrad vonden vele OT-mannen de dood. Toen een Duitse officier aan een kolonne van zowat 900 Vlaamse OT-arbeiders vrijwilligers kwam vragen voor de inzet in het omsingelde Stalingrad, meldde meer dan de helft zich. Slechts enkelen overleefden de inzet.

Fragment: Lucien Van Weelde over de inzet bij Stalingrad. Op een zeker moment ging men bij gebrek aan voedsel over tot het eten van mensenvlees…


5. Naoorlogse bestraffing van Vlamingen bij de OT

Als wapendragers konden de Vlamingen bij de Schutzkommando’s door het Belgisch krijgsgerecht tot de doodstraf worden veroordeeld. In de praktijk kwamen zij er -zoals de gewone OT-arbeiders- met een aantal jaren gevangenisstraf van af. Voor sommigen was het evenwel nog niet gedaan. Verstoten door zijn familie, kwam de zwaar verminkte Lucien Van Weelde bij de Openbare Onderstand terecht. Tevoren was hij in een Brussels ziekenhuis aan de deur gezet omdat hij zonder inkomsten zat en zijn operaties en zijn verpleging niet kon betalen.

Fragment: de zwaar verminkte Lucien Van Weelde over zijn herstel na de oorlog, en hoe hij van niemand op enige hulp moest rekenen.