•  
  •  
  • Home
  • /Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK)

Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK)

Een synopsis…

Index:

1. Een vervoerskorps in dienst van de Duitse overheid voor de voedselbevoorrading
2. Inzet aan het Oostfront
3. Eerste wederopstelling eind 1941 tot inzet bij Stalingrad eind 1942
4. Tweede wederopstelling in 1943 en parallelle wervingsinitiatieven van de DeVlag
5. Naoorlogse bestraffing van Vlamingen bij de NSKK


1. Een vervoerskorps in dienst van de Duitse overheid voor de voedselbevoorrading

Het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK) ontstond al voor 1933 in de schoot van de NSDAP als motorkorps om partijmilitanten naar Hitlers politieke meetings te vervoeren. Na de machtsovername in 1933 groeide de NSKK uit tot een op militaire leest geschoeide nationale transportmaatschappij in dienst van het Duitse leger en van de Organisation Todt (OT). De NSKK werd er ingezet bij de aanleg van grote openbare werken zoals autowegen en de bouw van de Westwall of ‘Siegfriedlijn’.
Bij het uitbreken van de oorlog zorgde de formatie voor de bevoorrading van de Duitse fronttroepen. In het bezette België en Noord-Frankrijk ressorteerde het NSKK onder de Duitse Luftwaffe. De wervingsactie voor de NSKK kwam in die bezette landen al snel op gang. Aanvankelijk ging het vooral om werkverschaffing waarbij de gunstige arbeidsovereenkomsten een lokmiddel waren. De wervingsactie had ook politieke oogmerken. Ze kwam grotendeels in handen van politieke organisaties die de wervingsinspanningen als politieke pasmunt beschouwden. In het bezette België startte de werving voor het NSKK al aan het einde van 1940, toen er een voedseltekort dreigde, en het VNV van de Duitse overheid de toelating kreeg om in de rangen van haar militie, de Zwarte Brigade, vrachtwagenchauffeurs te rekruteren om in Duitsland en Polen levensmiddelen te gaan halen. Volk en Staat en De Nationaalsocialist riepen VNV’ers op zich te melden.

Fragment: oud-NSKK-mannen Norbert Van Opstal en Georges De Muynck vertellen over hun motieven tot dienstneming.

 

De talrijke vrijwilligers die zich destijds meldden voor het NSKK werden in de eerste plaats aangetrokken door de aantrekkelijke financiële voorwaarden: de NSKK-man kreeg niet alleen kledij, kost en inwoon, maar eveneens een soldij van 600 toenmalige Belgische frank per maand. Dit werd verhoogd met één Mark per dag frontinzet. Zijn gezin ontving ook dubbele rantsoenzegels en een kostwinnersvergoeding van 210 Belgische frank. Dit alles was samen gevoelig meer dan het loon van een geschoolde arbeider van toen. Begin mei 1941 boden niet minder dan 3000 Vlamingen zich aan omhet NSKK-contract te ondertekenen. Dat waren er zowat zes keer zo veel als er zich op dat ogenblik voor de Waffen-SS hadden gemeld. Ze waren beslist niet allen VNV’ers. Het gemotoriseerde karakter van de organisatie trok velen aan.

Fragment: Georges De Muynck en anderen vertellen over de toenmallige aantrekkelijkheid van het NSKK, en over het lidmaatschap bij het VNV of haar militie (DM/ZB).

 

Het VNV -en na 10 mei 1941 de Eenheidsbeweging-VNV- probeerde niettemin van de aanvang de werfinspanningen politiek te verzilveren. NSKK-vrijwiligers werden automatisch lid van het VNV gemaakt. Het VNV beschouwde de aangeworven NSKK’ers als een verlengstuk van haar eigen militie, de Dietse Militie/Zwarte Brigade (DM/ZB). Aanvankelijk was in de wervingsactie trouwens sprake van ‘DM- Vervoersdienst’. Daarenboven werden NSKK-vrijwilligers niet alleen automatisch lid van het VNV gemaakt. Ze kreeg het eveneens van de Lufwaffe gedaan dat ze voor de uitbetaling van het loon van de door haar geworven manschappen mocht instaan. Er werd een verbindingsofficier van de DM/ZB bij het NSKK aangesteld. DM/ZB-banleider Omer Smessaert, en vanaf 1943 Renaat Rits, namen deze taak op zich. In het NSKK-contract stond te lezen dat de Vlaamse NSKK’ers in België en in Noord-Frankrijk de bevoorrading in voedsel, kledij en bouwmaterialen zouden verzekeren. De werkelijkheid was evenwel totaal anders: slechts één enkele NSKK-kolonne met hondervijftig manschappen kwam in Noord-Frankrijk terecht. De rest werd naar Duitsland of Polen gestuurd, waar hen wel een bijzonder grote verrassing te wachten stond. Velen keerden spoedig terug. De contracten die van beperkte duur waren maakten dat mogelijk.

Fragment: Norbert Van Opstal vertelt over zijn NSKK-inzet voor start van de oorlog met de Sovjet-Unie.

 

Fragment: volgens de aanvankelijke NSKK-contracten zouden de Vlaamse NSKK’ers in België en in Noord-Frankrijk de bevoorrading in voedsel, kledij en bouwmaterialen verzekeren. De werkelijkheid was anders…

2. Inzet aan het Oostfront

Na het uitbreken van de oorlog met de Sovjet-Unie stelden de Duitsers de NSKK-mannen voor een pijnlijke keuze: ofwel mee optrekken naar het Russisch front, ofwel ontslag nemen. De grote meerderheid koos voor het Russisch front. Ze had had weinig zin om met lege handen naar huis terug te keren. Deze NSKK-mannen dienden evenwel een nieuwe verbintenis te ondertekenen, waarin ze zich er voortaan toe verbonden op alle fronten, voor alle vervoer -dus ook van wapens en munitie- in te staan. Ze kregen tevens een opleiding als infanterist en moesten een eed van trouw op Adolf Hitler afleggen.

Twee jassen en muts van de Vlaamse NSKK.

Twee jassen en muts van de Vlaamse NSKK.

De nauwelijks opgeleide NSKK-mannen werden in een spoedtempo over de beslijkte Russische wegen naar de slagvelden van Minsk, Vitebsk, Vjazma, Briansk en tenslotte Smolensk gestuurd waar ze uiteindelijk bleven steken. Hun vrachtwagens hadden het eenvoudig begeven. Dit was niet alleen te wijten aan de veelvuldige inzet en de bijzonder slechte Russische wegen, maar ook aan de onervarenheid van de Vlaamse chauffeurs van wie velen voor de eerste keer achter het stuur zaten. Bovendien waren ze door hun inzet dag en nacht meer dan over vermoeid, en moesten ze voortdurend voor Russische partizanen op hun hoede zijn. Het plots invallen van de Russische winter zorgde eveneens voor heel wat problemen.

Fragment: Georges De Muynck en Norbert Van Opstal vertellen over maatregelen die de Russische koude vereiste teneinde hun voertuigen te laten rijden.

 

De wervingsactie in Vlaanderen draaide na de Duitse inval in de Sovjet-Unie inmiddels op volle toeren. VNV’ers konden zich voor het NSKK aanmelden bij hun afdelingsleiders, DM/ZB-leden bij hun hopman. Vooral in de schoot van de DM/ZB spande men zich in. Het VNV probeerde zo goed mogelijk de politieke controle te bewaren over de vrijwilligers die ze leverde. Ze wou bovendien dat haar inspanningen werden opgemerkt. Midden 1941 werd in de schoot van het VNV de ‘Dietse Militie/Motorbrigade’ (DM/MB) opgericht. Het was een papieren organisatie die alle VNV’ers in dienst van het NSKK verzamelde. Aangezien de vrijwilligers werden ingezet in diverse onderdelen van het NSKK, aan en achter alle Duitse fronten, duizenden kilometers van elkaar verwijderd, was er geen sprake van een operationele eenheid die functioneerde binnen het raam van de VNV-militie. De leiding had andere maatregelen getroffen om de politieke controle over haar volgelingen in het NSKK te bewaren. De dienstcontracten die de door het VNV geworven vrijwilligers ondertekenden, bevatten een clausule waarin ze verklaarden lid te zijn van het VNV. Niettegenstaande het voorgaande, zat het VNV in grote verlegenheid. De leiding wist in de verste verte niet waar de Vlaamse NSKK-mannen waren ingezet en omdat deze niet langer door het VNV, maar voortaan rechtstreeks door de Duitsers werden uitbetaald, regende het op het VNV-hoofdkwartier klachten van gezinnen die niet langer hun vergoeding ontvingen. De leiding verkreeg wel dat twee VNV-kopstukken van de DM/ZB, Joris Van Steenland en Bert Peleman, op inspectiereis naar het NSKK in Rusland mochten. Maar dit alles kon niet verhullen dat het VNV vanaf de zomer van 1941 nagenoeg elke controle op de door haar geworven  NSKK-mannen had verloren. Deze werden uitsluitend door de Duitsers in het Duits gecommandeerd, en werden er toe verplicht militaire opdrachten uit te voeren waartoe ze zich in feite niet hadden verbonden en waarvoor ze nauwelijks waren opgeleid. Daarbij moesten de Vlaamse NSKK-mannen zeker niet op enige waardering van hun Duitse oversten rekenen.

Fragment: Georges De Muynck en anderen over hun omgang met de Duitsers.


3. Eerste wederopstelling eind 1941 tot inzet bij Stalingrad eind 1942

Eind 1941 stuurden de Duitsers de Vlaamse NSKK-mannen terug naar huis. Zowat de helft, 1500 manschappen, gaf er de brui aan en nam ontslag. Ze werden door nieuwe rekruten vervangen die deze keer wél een degelijke opleiding kregen. Twee nieuwe NSKK-regimenten, in totaal 3000 manschappen sterk, werden opgericht. De vrijwilligers werden van mei 1942 af niet langer als hulptroepen van de Wehrmacht, maar als volwaardige leden van de Luftwaffe opgenomen. Tijdens het Duitse zomeroffensief van 1942 werden de Vlaamse NSKK-mannen opnieuw naar het front gestuurd, deze keer in de buurt van Koersk, Charkov en Stalingrad. Ze reden meer dan eens onder rechtstreeks Russisch vuur en stuitten op verhevigde partizanenactiviteit. Tijdens het daaropvolgend Russisch winteroffensief werden de Vlamingen ingezet bij de evacuatie van de overrompelde Duitse legereenheden. Vele tientallen Vlaamse NSKK’ers verdwenen op die manier in Russische omsingeling van Stalingrad. Anderen werden bewapend en bij afweergevechten als infanteristen ingezet. Joris Van Steenland bracht eind 1942 een bezoek aan de Vlaamse NSKK’ers in Stalingrad. Hij beleefde er de Russische doorbraak en kon ternauwernood ontsnappen.

4. Tweede wederopstelling in 1943 en parallelle wervingsinitiatieven van de DeVlag

Na hun tweede inzet werden de zwaar gehavende NSKK-colonnes uit de strijd teruggetrokken en voor wederopstelling naar Vlaanderen overgebracht. Midden 1943 opteerde slechts 3300 van de toen 5000 à 6000 Belgen in de NSKK voor een verlenging van hun contract. Tot dan toe ondertekenden vrijwilligers contracten van beperkte duur en was er veel verloop. Pas in 1943 werden bij het NSKK contracten auf Kriegsdauer ingevoerd. Nogal wat NSKK-vrijwilligers gingen na hun diensttijd bij paramilitaire formaties die in Vlaanderen zelf opereerden. In de schoot van het NSKK werden ook wervingsacties georganiseerd voor de Waffen-SS. Een aantal vrijwilligers stapte over.

De DeVlag startte in 1943 met een eigen wervingsactie en maakte aparte afspraken met de NSKK-leiding. De door de DeVlag aangeworven vrijwilligers werden in aparte colonnes ingezet. De DeVlag sprak -naar analogie van de DM/ZB- van een ‘DeVlag-Motorkorps’ en had eigen verbindingsofficieren. Overal waar het VNV activiteiten ontplooide, startte de DeVlag parallelle initiatieven. De Duitse leiding van het NSKK vond het best zo. Het opbod zorgde voor verhoogde inspanningen bij het werven en dus voor meer vrijwilligers. Na juni 1943 en na initiatieven van Eggert Reeder tot Entpolitisierung van de partijpolitieke eenheden, bleef het VNV zich sterk inspannen voor de werving. In 1944, toen het VNV met alle andere organisaties waarvoor het vrijwilligers had geleverd, te kampen had met politieke moeilijkheden, was het NSKK de enige formatie waarvoor de VNV-leiding nog actief rekruteerde.

In de winter van 1943-1944 werden de Vlamingen in Noord-Frankrijk bij de opstelling van V1-raketten tegen Engeland ingezet. Begin 1944 kwam goed nieuws in de vorm van een marsbevel naar de Balkan, ver van het Russisch front. Daar moesten de Vlamingen voornamelijk een schijn van bezetting ophouden. De Duitse troepen waren immers erg dun gezaaid. Op 14 maart 1944, na een grootscheepse afscheidsplechtigheid in de Citadel van Diest, waar onder andere VNV-leider Elias aanwezig was en eretekens uitdeelde, trokken beide Vlaamse NSKK-regimenten naar het zuidfront.

Fragment: Georges De Muynck over de inzet in de Balkan, en hoe hij zijn plan trok gedurende zijn tijd bij de NSKK.


5. Naoorlogse bestraffing van Vlamingen bij de NSKK

Na de oorlog werden de zowat 6000 Belgische NSKK-vrijwilligers door het Belgisch krijgsgerecht voor wapendracht tegen het vaderland en hulp aan de vijand vervolgd en veroordeeld. Krachtens het artikel 113 van het strafwetboek riskeerden ze daarbij de doodstraf. In de praktijk kwam de meerderheid er met een effectieve gevangenisstraf van enkele jaren van af. Voor sommigen was het nog te veel, anderen legden er zich bij neer.

Fragment: Georges De Muynck en anderen over hun naoorlogse bestraffing omwille hun lidmaatschap bij de NSKK.