•  
  •  
  • Home
  • /‘La Légion Wallonie’ (Waals Legioen)

‘La Légion Wallonie’ (Waals Legioen)

Een synopsis…

Index:

a. Naar de Waffen-SS om politiek ‘geconsidereerd’ te worden
b. Degrelles hoger tegenbod: de volledige inschakeling van Rex in de SS

1. Inleiding

Op zondag 22 juni 1941 om drie uur ‘s morgens, zette zich van de Karpaten tot de Oostzee een Duitse troepenmacht van ongeveer 3.500.000 soldaten, 750.000 paarden, 3.500 Panzer, 600.000 voertuigen allerhande, 3.400 vliegtuigen en 7.100 kanonnen in beweging met als doel de Sovjet-Unie op de knieën te krijgen. Tot dan toe werden de relaties tussen Duitsland en Rusland bepaald door het niet-aanvalsverdrag uit augustus 1939, dat de diplomatieke wereld hevig had beroerd. Tegenover zijn militaire staf wond Hitler er echter geen doekjes om dat hij het Nazi-Sovjetpact slechts als een tijdelijke oplossing beschouwde. Eénmaal de handen vrij in het westen kon definitief met de Sovjet-Unie worden afgerekend. Na maandenlange voorbereiding schalden op 22 juni 1941 voor het eerst de Préludes van Franz Liszt door de ether. De Préludes werden het kenwijsje waarmee het Oberkommando Der Wehrmacht de Duitse vorderingen aan het Oostfront omriep.

Fragment: op de tonen van de ‘Préludes’ van Liszt vatte Operatie Barbarossa aan. De ‘Führerproklamation’ werd op 22 juni 1941 door Joseph Goebbels op de Duitse radio voorgelezen.

2. De onverhoopte kans voor Degrelle om weer op het voorplan te geraken

a. Degrelles initiatieven tot militaire collaboratie

Voor Léon Degrelle bracht de Duitse inval in de Sovjet-Unie van 22 juni 1941, die de codenaam Unternehmen Barbarossa droeg, hem plotseling de mirakeluitkomst. Voordien bleef het Duitse Militaire Bestuur hem als ongebreideld ambitieus, onbetrouwbaar en wispelturig afwijzen. Na zijn verkiezingsnederlaag van 1939 beschouwden de Duitsers Degrelle en Rex immers als een onbetekenende politieke beweging. Nu zouden de Duitsers wel naar hem luisteren en hem niet meer met een kluitje in het riet sturen. Door het behalen van militaire successen zou hij zich kunnen bewijzen en in de gunst van de bezetter komen te staan. Wat hij via politieke weg niet had kunnen bereiken, moest dan maar op het slagveld met de tol van het bloed worden verdiend. Zijn aanhangers kregen te horen dat het hun plicht was om aan Duitse zijde tegen het goddeloze en decadente bolsjewisme te gaan vechten. Volgens Degrelle was dit bolsjewisme immers toch van plan om op korte termijn een immens offensief tegen het westen te ontketenen. De Spaanse burgeroorlog in de jaren ’30, de gewezen volksfrontregering in Frankrijk en de communistische agitatie in de industriebekkens van de Borinage en Luik in de dertiger jaren waren hier volgens hem al de voortekens van geweest. Wallonië had de plicht om de Duitsers bij deze kruistocht met het wapen in de hand bij te staan.

Fragment: Jean Vermeire, voor de oprichting van het Waals Legioen journalist bij ‘Le Pays Réel’, over de reactie van Léon Degrelle op de Duitse inval in de Sovjet-Unie. Vermeire zou verbindingsofficier van de ‘Wallonie’ worden.

 

Het was niet de eerste keer dat Degrelle voorstellen tot militaire collaboratie deed. Zo had de Rex-leider reeds in januari 1941, dus voor de inval in de Sovjet-Unie, aan de Duitsers voorgesteld om een Waalse militaire eenheid van duizend manschappen tegen Groot-Brittannië op te stellen. En in april van hetzelfde jaar vroeg Degrelle in een persoonlijke brief aan Hitler in om het even welke Duitse eenheid te worden ingezet. Beide verzoeken werden echter afgewezen. Voor Degrelle was de Duitse inval in de Sovjet-Unie de onverhoopte kans om opnieuw op het politieke voorplan te geraken.

Fragment: volgens Jean Vermeire diende de oprichting van het Waals Legioen als een middel om zich bij de Duitsers te laten opmerken. Dat was veel spectaculairder dan om het even welke politieke daad.

b. De oprichting van het Waals Legioen en de melding van Degrelle

De eigenlijke oprichting van het Waals Legioen mag niet worden toegeschreven aan Léon Degrelle, maar aan Fernand Rouleau, de tweede man van Rex en Belgisch reserveofficier. Na de Achtiendaagse Veldtocht van mei 1940 had Rouleau in afwezigheid van de weggevoerde Degrelle de Formations de Combat (de geüniformeerde militie van de Rex-beweging) op poten gezet, die later een wervingsbasis voor het Legioen zou zijn. Aanvankelijk was het niet eens Degrelles bedoeling om zelf dienst te nemen in het Legioen. Op 6 juli 1941 gaven de Duitsers Rouleau hun fiat voor de oprichting.

Fragment: Francis Balace en Léon Degrelle over de rol van Rouleau bij de oprichting van het Waals Legioen.

 

Toen in de eerste helft van juli 1941 bleek dat de werving voor het Waals Legioen niet het verhoopte succes kende, en slechts 150 vrijwilligers zich de eerste wervingsdag hadden gemeld, maakte Degrelle op 22 juli 1941 tijdens een toespraak in Luik bekend dat ook hij zich voor het Legioen had gemeld. Dit was al daags tevoren, op 21 juli 1941, in een wervingskantoor op de Grote Markt te Brussel gebeurd. Degrelle had het wervingnummer 237 en hij zou de rangen van het Legioen als simpel soldaat vervoegen. Van legerdienst bij het Belgisch leger was hij vroeger als lid van een groot gezin vrijgesteld geweest. Zelf stelde Degrelle eveneens dat hij niet voor operette-officier wilde doorgaan.

Fragment: getuigenis van Léon Degrelle over zijn melding als soldaat, en de versie van Robert Poulet, hoofdredacteur van de collaboratiekrant “Le Nouveau Journal”

 

Fragment: Léon Degrelle trad als simpel soldaat tot de rangen van het Waals Legioen toe. Jean Vermeire en Degrelle over zijn toetreding.

 

Door zijn inlijving slaagde hij erin een deel van de Rex-kaders naar het legioen te krijgen: de volgende dag telde men al 911 meldingen voor het Waals Legioen. De Duitsers vonden dit toch nog echter een mager resultaat. In de werfpropaganda was er nochtans in ruime mate op de Belgicistische reflex van de potentiële vrijwilligers ingespeeld. Zo werd er – officieus althans – geworven voor een Legion belge Wallonie.

Fragment: een voormalig officier van het Waals Legioen bevestigt dat aanvankelijk voor een ‘Legion belge Wallonie’ werd geworven. Men speelde in ruime mate op in de Belgicistische reflex van de potentiële vrijwilligers.

 

Fragment: wervingspropaganda voor het Waals Legioen, gefilmd aan een Brussels wervingskantoor.

 

Het Waals Legioen zou worden opgenomen in de rangen van het Heer, het reguliere Duitse landleger. De Germaanse Nederlanders en Vlamingen werden daarentegen echter ingedeeld bij de meer elitaire Waffen-SS. Pas in 1943, toen de Duitse oorlogskansen keerden, en vooral de Waffen-SS wegens te grote verliezen dringend behoefte had aan manschappen, werden de niet-Germanen – en dus ook de Walen – door toedoen van Degrelle door de Duitsers tot de Waffen-SS toegelaten. De Walen werden in de propaganda vanaf dan maar meteen tot “Franssprekende Germanen” uitgeroepen. Meer hierover echter later. Laten we voorlopig in 1941 blijven.

3. Sociale achtergrond van de vrijwilligers en motieven

Het Waals Legioen werd bij haar opstelling in 1941 als het Batallion 373 Wallonien aangeduid, in totaal een 860 manschappen sterk, en het maakte deel uit van de 100. Jägerdivision, een lichtbewapende eenheid. De getalsterkte van het aantal Waalse vertrekkers met de eerste lichting telde meer dan het dubbele van het aantal vertrekkers met de eerste lichting van het Vlaams Legioen.
Het Waals Legioen vertoonde de grootst mogelijke verscheidenheid. In tegenstelling met het Vlaams Legioen, bestond het Waalse zowel uit bankbedienden, metaalarbeiders als uit leden van de adel en de burgerij. Verder lieten enkele vaders zich inlijven om hun zoon te beschermen. Men liet deze gewoon vertrekken, mede doordat men dacht dat de oorlog namelijk snel zou zijn afgelopen, en men zich daarenboven moest haasten om niet te laat te komen wanneer de overwinnaarstaart zou worden verdeeld. Een ander verschil met Vlaanderen was dat het Waals Legioen uit heel wat officieren en onderofficieren van het Belgisch leger bestond. Zelfs een aantal oudstrijders van de Eerste Wereldoorlog vertrok naar het Oostfront. Ook verschillende onderofficieren van de Belgische Rijkswacht hadden zich laten aanwerven.

Fragment: Pierre Denghis, Jean Vermeire en anderen over de samenstelling van het Waals Legioen. Vooral het eerste contingent kende de grootst mogelijke verscheidenheid.

 

Fragment: het vertrek van het eerste contingent. Het merendeel maakte deel uit van de ‘Formations de Combat’, de geüniformeerde militie van Rex. De menigte roept Léon Degrelle uitbundig ‘Vive Léon!’ en ‘Rex Vaincra!’ toe.

a. Uit steun voor Degrelle

Het eerste contingent van het Waals Legioen bestond voor een groot deel uit rexisten (sommige bronnen spreken van tachtig procent). Velen van deze Rex-aanhangers maakten deel uit van de Formations de Combat, de militie van de Rex-beweging, die het zegerijk nationaalsocialisme mateloos bewonderden zonder dat ze eigenlijk juist wisten waarom. Anderen hadden het grootste ontzag voor Degrelle en volgden hun leider naar het Oostfront. Het charisma van de leider kende geen grenzen.

Fragment: Jean Vermeire, Pascal Bovy en E.H. Fierens vertellen over het charisma van Léon Degrelle, en over het effect die hij op zijn volgers had.

b. Idealisme en bewondering voor het zegevierende Duitsland

Vele vrijwilligers vertrokken met een vergaande afkeer voor het vooroorlogse politieke systeem in België, waarvan de schandalen jarenlang door Degrelle waren aangeklaagd en dat in 1940 een smadelijke nederlaag had geleden. Vele hiervan koesterden een zekere bewondering voor de verwezenlijkingen van het nationaalsocialistische regime in Duitsland en waren gewonnen voor de opname van België in het zegerijk Groot-Germaanse Rijk. Nu wilden zij een sterkte, tuchtvolle nieuwe orde helpen vestigen.

Fragment: vrijwilligers die zich bij het Waals Legioen meldden deden dit uit afkeer voor het vooroorlogse politieke systeem en met het oogmerk te kunnen bijdragen aan een nieuwe orde voor Europa.

c. Een carrière bij het Waals Legioen uit ambitie of gelokt door het avontuur

Zoals hierboven reeds aangehaald werden de verschillende contingenten van het Waals Legioen gekenmerkt door de aanwezigheid van tientallen officieren en onderofficieren van het voormalig Belgisch leger. Dat was radicaal in tegenstelling met wat in het Vlaams Legioen het geval was. Voor een deel van deze kan de verklaring worden gevonden in de ambitie en het verder oppikken van de militaire loopbaan. Aangezien het grote aantal Belgische militairen bij een door de bezetter opgericht vrijwilligerslegioen tegenwoordig merkwaardig kan klinken, wordt hierop in een volgend punt dieper op ingegaan.

Fragment: volgens Jean Vermeire was het normaal dat oud-militairen van het gewezen Belgisch leger zich voor het Waalse Legioen meldden met de bedoeling hun militaire carrière terug te kunnen oppikken na de geleden nederlaag van mei 1940.

 

Het Waals Legioen omvatte, zeker na de eerste contingenten een deel vrijwilligers die vertrokken uit zin voor avontuur, of die gelokt werden door de niet onaardige materiële voordelen van een militaire loopbaan. Gewezen legioenmanschappen geven echter niet altijd even gemakkelijk toe dat het om avontuur of materiële voordelen kon gaan.

Fragment: E.H. Fierens, voormalig aalmoezenier in het Waals Legioen, en Jean Vermeire over mogelijke materiële voordelen om dienst te nemen in het Legioen, tegenover diegenen die zich als idealist meldden.

 

Dokter Afred Albert, een zoon van een Waalse beroepsofficier en een Hollandse dienstmeid uit Antwerpen, vertrok met het Waals Legioen naar het Oostfront om medische ervaring op te doen. Voor de oorlog had hij zijn dokterstudies aan de ULB bekostigd doordat hij in de kermiskramen ging worstelen.

Fragment: Alfred Albert, voormalig geneesheer bij het Waals Legioen, vertelt hoe hij zijn dokterstudies bekostigde als kermisworstelaar, en zich vervolgens bij het Legioen aanmeldde om medische ervaring op te doen aan het Oostfront.

d. Tegen het goddeloze bolsjewisme…

Bij de tweede lichting, midden 1942, omvatte het Waals Legioen heel wat piepjonge, idealistische collegejongens. Ze waren vooral afkomstig uit de rexistische jeugdbeweging. Maar ook jongens uit de Jeunesse Ouvrière Catholique en de Jeunesse Etudiantine Catholique liepen over van de goede wil. Ze waren beïnvloed door de vooroorlogse katholieke propagandacampagne tegen het bolsjewisme. Bij hun terugkeer in België zouden zij echter dikwijls voor gesloten priesterdeuren staan.

Fragment: Franz Hellebaut, Léon Degrelle en Pierre Dengis over de vooroorlogse anticommunistische propaganda.

e. “Een toevluchtsoord voor zondaars en ontwrichten…”

Voor een aantal vrijwilligers was het Waals Legioen een laatste toevluchtsoord om te ontsnappen aan de last en de bekommernissen van het dagelijkse bestaan. Sommigen hadden genoeg van de schoolbanken, anderen lieten de mijnschachten en fabriekshallen voor wat ze waren. Het Waals Legioen werd werd wel eens “het toevluchtsoord voor zondaars” genoemd. Vele Oostfronters hadden immers iets op hun kerfstok.

Fragment: E.H. Fierens, voormalig aalmoezenier in het Waals Legioen en Léon Degrelle over de bijnaam van het Waals Legioen als “het toevluchtsoord voor zondaars”.

 

4. Voorgesteld als de ‘idée belge’ aan het Oostfront: Belgicistische reflex bij de werving

a. Vrijwilligers van Vlaamse afkomst in het Waals Legioen

Van meet af aan was het duidelijk dat de Duitse overheid om politieke redenen geen nationaal Belgisch Legioen aan het Oostfront wilde. Toch zou Degrelle, zoals hiervoor vermeld, om propagandistische redenen het Waals Legioen voorstellen als een militaire eenheid die niet zozeer Wallonië maar eerder de idée belge aan het Oostfront vertegenwoordigde. Om manschappen te ronselen waren immers alle middelen goed. Met dat opzet werd het Legioen tijdens wervingstoespraken en -campagnes aanvankelijk La Légion belge Wallonie geheten. Niet voor niets telde dit legioen dan ook een betrekkelijk groot aantal vrijwilligers van Vlaamse afkomst. Sommige bronnen spreken zelfs van een honderdtal dat zich voor het Waals Legioen meldde. Dezen wilden niet in het Vlaams Legioen dienen omdat het zich openlijk separatistisch opstelde.

Fragment: volgens verschillende getuigenissen wilden de vrijwilligers in het Waals Legioen die van Vlaamse afkomst waren niet toetreden tot het ‘separatistische’ Vlaams Legioen.

 

b. Voormalige Belgische beroeps- en reserve-officieren en onderofficieren in dienst van het Waals Legioen

Naast een aantal vrijwilligers van Vlaamse afkomst, werden de contingenten van het Waals Legioen zoals hierboven reeds aangehaald gekenmerkt door de aanwezigheid van Belgische officieren en onderofficieren. Tijdens de werving had men op vaderlandslievende gevoelens ingespeeld, en onder de ongeveer 860 Waalse vrijwilligers van het eerste contingent bevonden er zich niet minder dan een tachtigtal beroeps- en reserve-officieren en onderofficieren van het Belgisch leger, die feitelijk het hele aanvangskader van het Legioen gingen vormen. Dit was radicaal in tegenstelling tot hetgeen in het Vlaams Legioen het geval was. Een aantal van de Belgische officieren en onderofficieren in het Waals Legioen was trouwens reeds voor de oorlog rexistisch gezind geweest.

Fragment: Jean Vermeire, Franz Hellebaut en Alfred Albert over de talrijke officieren en onderofficieren uit het Belgisch leger die zich voor het Waals Legioen meldden.

Hoewel zowel Waalse als Vlaamse legioensoldaten zich voor het Oostfront hebben gemeld,  omdat ze onder de indruk waren van de voor hen vaststaande Duitse overwinning, of omdat hun antibolsjewisme hier een rol heeft bijgespeeld, is het ondertussen duidelijk dat de Vlamingen van het Vlaams Legioen op meer dan één punt verschilden met de vrijwilligers van het Waalse Legioen. De Vlamingen van het Vlaams Legioen hebben nooit over een echte chef beschikt, die ook op het slagveld zijn volgelingen bezielde. Ook hebben ze nooit beschikt over een gewiekste, doorwinterde politieke leider en campagnekampioen in de propaganda als Léon Degrelle.
Wat echt jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog het meeste opvalt, is hoe vele Walen na vele jaren – zelfs voor wat betreft de meest vergaande vorm van militaire collaboratie – toch als goeie Belgische patriotten wilden overkomen. Dat blijkt onder andere uit de interviews en gesprekken met oudgedienden van het Waals Legioen en de latere SS-Sturmbrigade ‘Wallonien’. Volgens velen onder hen was het bij hen allemaal Belgisch patriottisme wat de klok sloeg. Hierachter worden dan andere overwegingen schuilgehouden zoals: materiële voordelen, aan de kant van de overwinnaar staan om een deel van de koek te krijgen, ambitie, zin voor avontuur, enz… Die overwegingen waren zeker ook aan Vlaamse kant te vinden, maar de Vlaamse legioensoldaten zijn zeker niet uit Belgisch patriottisme vertrokken. Het kan integendeel niet worden ontkend dat menig Vlaamse Oostfronter in zijn dienstneming en inzet het middel heeft gezien om Vlaanderen precies aan het Belgische gezag te onttrekken, het “te bevrijden van het Belgische juk”, zoals men het soms zelf stelde. De Walen hadden daaraan geen behoefte. Het was eerder veeleer omgekeerd, zodat de Waalse collaboratie vanuit Belgisch standpunt nog zwaarder te veroordelen valt dan deze van de Vlamingen, van wie gewis een aantal de collaboratie zijn ingestapt uit haat tegen de Belgische eenheidsstaat. De collaboratie is bijgevolg niet vooral niet een zaak van de Vlamingen geweest, zoals menigeen het in het zuiden van ons land wel graag wil doen geloven, maar veeleer van de Walen aangezien ze zich nooit over hun behandeling door België te beklagen hadden, en ze zich niettemin in dienst van de bezetter hebben gesteld.

5. Goedkeuring in afwezigheid van een afkeuring

Verscheidene officieren en onderofficieren van het voormalig Belgisch leger die in het Waals Legioen dienst hadden genomen, hebben tijdens en vooral na de oorlog verscheidene verschoningsgronden aangevoerd, waaruit moest blijken dat ze in afwezigheid van enige afkeuring vanwege hun oversten een feitelijke goedkeuring zagen. De afwezigheid van afkeuring herkende men in de toekenning van onder andere een verlof zonder wedde, en in de afwezigheid van een afkeuring van tal van oversten en prominenten; zelfs tot de koning toe. Men ontkomt hierdoor niet aan de indruk dat dezen hierdoor een toestand van dubbelzinnigheid hebben doen ontstaan die wellicht een aantal Belgische militairen heeft misleid.

a. Administratieve goedkeuring door de toekenning van een verlof zonder wedde

Alvorens naar het Legioen te kunnen vertrekken dienden de militairen uit het Belgisch leger bij de ‘Dienst belast met de werkzaamheden van het gedemobiliseerd leger’, beter bekend onder de Franstalige afkorting OTAD (Office de Travail de l’Armée Démobilisée), een demobilisatiebevel, een terbeschikkingstelling en een verlof zonder wedde te bekomen. Zo niet, werden ze als deserteur beschouwd. Dat dit zonder problemen werd verleend door deze op initiatief van de koning opgerichte dienst, die administratief van het Ministerie van Financiën afhing, werd door de betrokken manschappen als een stilzwijgende goedkeuring beschouwd. Wellicht wisten ze niet dat dit onder dwang van de Duitsers werd toegestaan, die daardoor de indiensttreding van Belgische militairen wilden bevorderen.

Fragment: Volgens een adjudant van het gedemobiliseerde Belgisch leger werkzaam bij de OTAD, zou hem in 1941 allerminst zijn afgeraden zich bij het Legioen in te lijven. Schriftelijke bewijzen daarvan zijn evenwel nergens te vinden.

 

Alleszins mag worden aangenomen dat de Belgische militairen die zich voor het Waals Legioen hebben gemeld, in het verlenen van een verlof zonder wedde door de OTAD een blijk van goedkeuring en zeker geen blijk van afkeuring hebben gezien.

Fragment: Jean Vermeire over majoor Hellebaut, die midden 1944 nog een toelating kreeg van het Ministerie van Financiën om naar het Oostfront te vertrekken.

 

Zelfs nog op 22 juli 1944, dus nauwelijks een goeie maand voor de bevrijding van ons land, kreeg majoor Franz Hellebaut als beroepsofficier bij het Belgisch leger van het Ministerie van Financiën zes maanden verlof zonder wedde om nog dan naar de SS-Sturmbrigade ‘Wallonien’, de latere benaming van het Légion Wallonie, te vertrekken.

Fragment: Franz  Hellebaut kon van de OTAD nog meer verlof zonder wedde bekomen dan hij had aangevraagd. Léon Degrelle over de naoorlogse bestraffing van de vrijwilligers.

 

b. Goedkeuring door oversten en prominenten in afwezigheid van een afkeuring

Anderdeels hebben verscheiden officieren, onderofficieren en soldaten van het Belgisch leger die zich voor het Waals Legioen meldden aangevoerd dat zij onrechtstreeks oversten en hofdignitarissen hadden geraadpleegd voor hun vertrek, en hierbij de indruk hadden opgedaan dat dezen hun dienstneming in het Waals Legioen zeker niet afkeurden. Ze hebben dit in ieder geval later als verzachtende omstandigheid ingeroepen.

Fragment: Pierre Denys raadpleegde voor zijn vertrek zijn vroegere korpscommandant, en kreeg niet de indruk dat deze zijn dienstneming bij het Legioen afkeurde.

 

Volgens majoor Franz Hellebout, tot begin 1944 krijgsgevangene in het krijgsgevangenkamp Oflag X-D te Fischbeck en daarna de laatste bevelhebber van het Waals Legioen, verklaarde Lucien Lippert hem in februari 1943 dat generaal Raoul Van Overstraeten, militair raadgever van de koning, had gezegd dat het veel beter was dat hij – Lippert – als Belgisch officier het Waals Legioen ging leiden, dan een politieker als Degrelle. Lippert zou hierop destijds vertrokken zijn in volle bewustzijn dat de koning hiermee akkoord was. Later zou Lippert aan andere leden van het Waals Legioen instemmende brieven van Van Overstraeten hebben laten lezen, die na het einde van de oorlog door de Staatsveiligheid bij Lipperts ouders in beslag zijn genomen.

Fragment: voormalige officieren van het Belgisch leger kregen van hun oversten te horen dat ze vrij waren om bij het Waals Legioen in dienst te treden.

c. Vermeende steun van het koningshuis aan het Waals Legioen

Tijdens en na de oorlog hebben verschillende Belgische officieren en onderofficieren die deel uitmaakten van de het Waals Legioen aangevoerd dat ze in afwezigheid van enige afkeuring van hun opperste bevelhebber, koning Leopold III, een feitelijke goedkeuring zagen.

Fragment: de legionairs waren er van overtuigd dat het Hof er mee instemde dat ze vertrokken.

 

Hierbij is het enerzijds enigszins opmerkelijk dat zij die dienst genomen hebben in een vreemd leger, en hierbij de eed op een vreemd staatshoofd hebben afgelegd, in feite het Belgisch staatshoofd ter verantwoording roepen en hun eigen verantwoordelijkheid minimaliseren. Anderzijds had de koning van Hitler onderrichtingen ontvangen geen enkele politieke activiteit uit te oefenen. Leopold III heeft zich strikt aan deze onderrichtingen gehouden, teneinde zijn toekomstig lot bij een Duitse overwinning veilig te stellen. Hoewel de koning ongetwijfeld meer dan één mogelijkheid had om zijn standpunt te laten kennen, wilde hij zich bijgevolg niet uitspreken, noch voor noch tegen inlijving in een vreemd leger. Net zoals hij zich ook nooit pro of contra het verzet, en nooit pro of contra de collaboratie heeft willen uitlaten. Zwijgen betekent daarom nog niet goedkeuren. Wel had de koning zijn secretaris, graaf Robert Capelle de opdracht gegeven zijn oor te luisteren te leggen bij iedereen die informatie kon verstrekken, dus ook in verband met het Legioen. Men ontkomt niet aan de indruk dat de omgeving van de vorst en prominenten van de OTAD op deze wijze een toestand van dubbelzinnigheid hebben laten ontstaan die wellicht een aantal Belgische militairen heeft misleid.

Fragment: de officieren hadden ook maar de minste twijfel over de toestemming van de koning.

 

In tegenstelling met wat Degrelle achteraf beweerde, heeft hij echter wel degelijk gepoogd het paleis bij de werving van het Waals Legioen te betrekken. Hij en zijn medestanders verspreidden immers het gerucht dat de koning het initiatief discreet steunde, en dat de vorst van oordeel was dat er voor beroepsofficieren van het Belgisch leger geen onverenigbaarheid bestond tussen de eed van trouw aan de koning en de legioeneed die ze op Hitler zouden afleggen.

Op 14 juli 1941 stuurde Degrelle een gewezen parlementslid van Rex, Pierre Daye, naar Graaf Capelle, de secretaris van de koning. Daye verzocht dat de koning openlijk zijn sympathie met het Waals Legioen zou betuigen. Capelle maakte het echter duidelijk, dat men zoiets in geen geval van de koning kon verwachten. Wel zou Capelle zelf, tenminste volgens Daye, zijn bewondering voor de vrijwilligers hebben uitgesproken.

Fragment: midden juli 1941 zou het koningshuis – bij monde van Graaf Capelle – haar bewondering voor het Waals Legioen hebben uitgesproken. Schriftelijk bewijs hiervan bestaat echter niet.

 

Volgens de Belgische officier, Louis Richard, tevens commandant van de rexistische militie Formations de Combat te Brussel, verklaarde Degrelle voor het vertrek dat hij (Degrelle) een goedkeurende brief van de koning op zak had, die echter om politieke redenen pas bij de aankomst in Duitsland zou worden voorgelezen. Toen Richard na de aankomst in het opleidingskamp te Meseritz Degrelle aan zijn belofte herinnerde, antwoordde deze dat deze brief nooit had bestaan.
Ook Degrelles rechterhand, de reeds vermelde Fernand Rouleau, zat niet om een leugen verlegen. Zo schreef hij voor het vertrek van het Legioen aan een Belgische reserve-officier “dat zijne Majesteit herhaaldelijke malen onder andere via graaf Capelle bevestigd heeft, dat hij de vorming van het Waals Legioen ten zeerste goedkeurt”. Toen Capelle van het bestaan van deze brief op de hoogte werd gebracht, ontbood hij Rouleau bij zich om opheldering te vragen. Rouleau kwam echter niet opdagen en de Rex-leider ad interim, Victor Mathys, zag zich er toe genoodzaakt zich in de plaats van Rouleau bij Capelle te verontschuldigen. Uit wat voorafgaat, mag worden besloten dat er geen schriftelijke goedkeuring van het paleis betreffende dienstneming bij het Waals Legioen heeft bestaan. Veel belangrijker lijkt ons wat de secretaris van de koning, graaf Capelle, op 22 juli 1943 aan de aalmoezenier van het Waals Legioen, E. H. Fierens verklaarde, toen hij deze op verzoek van Pierre Daye in het Koninklijk Paleis te Brussel ontving. Fierens had daartoe de toelating van Kardinaal Van Roey ontvangen: aldus Fierens noemde Capelle de Belgische beroepsofficier Lucien Lippert, op dat moment de militaire bevelhebber van het Waals Legioen, tijdens dat gesprek “een schitterend officier en een elite-element”.

Fragment: in het midden van de oorlog, op 22 juli 1943, werd E. H. Fierens op het paleis ontvangen. Hiervan herinnerde Fierens zich dat het paleis zich niet wilde compromitteren.

 

De koning heeft dus nooit enige afkeuring, maar evenmin enige goedkeuring laten blijken. Niettemin hadden de goedgelovige Waalse legioenmanschappen gedurende de hele oorlogsperiode de indruk dat ze op goedkeuring van het Hof konden rekenen. Tijdens de naoorlogse repressieprocessen werd trouwens meer dan eens op dit argument een beroep gedaan. Degrelle deed van zijn kant al wat hij kon om die indruk te doen ontstaan, terwijl de koning niets heeft gedaan om die indruk teniet te doen. Sommigen zagen een Koninklijke goedkeuring in de afwezigheid van een afkeuring.

Fragment: goedgelovige Waalse legioenmanschappen hadden gedurende de hele oorlogsperiode de indruk dat ze op goedkeuring van het Hof konden rekenen.

 

Bij het vertrek uit Brussel stuurde Degrelle nog een telegram naar de koning, waarin de verkleefdheid van het Waals Legioen aan de dynastie werd beklemtoond. Op het ontvangen van het telegram had de koning aangetekend: “Niet antwoorden”. Drie weken later deelde Degrelle een vervalst antwoord van de koning aan de officieren van het Waals Legioen mee. Hieruit moest blijken dat de Belgische officieren mochten dienst nemen als zij dachten dat dit hun plicht was. Zelfs nog in mei 1944 zei Degrelle tegen een beroepsofficier dat de koning met hartstochtelijke aandacht de verrichtingen van het Legioen volgde.

Fragment: bij het vertrek uit Brussel stuurde Degrelle een telegram naar de koning, waarin de verkleefdheid van het Waals Legioen aan de dynastie werd beklemtoond. Het paleis heeft nooit op dit telegram geantwoord.

 

Na de eerste wervingscampagne verlieten uiteindelijk 850 vrijwilligers – van wie 730 rexisten – op 8 augustus 1941 het Brusselse Noord-Station richting Duitsland. Voor het eerst sinds de capitulatie van 28 mei 1940 weergalmden de tonen van de Brabançonne, gespeeld door een kapel van de Wehrmacht. Het Waals Legioen werd de nieuwe bestaansreden van Rex. Letterlijk zou het voortaan alle energie en alle middelen van de beweging opslorpen. De beweging werd beroofd van haar beste mankrachten. Victor Matthys kreeg als plaatsvervanger van Degrelle de leiding in handen. Wat er met zijn beweging in België verder gebeurde, kon nog nauwelijks Degrelles interesse wekken. De sluwe soldaat-vrijwilliger wist dat hij enkel met het Waals Legioen zijn persoonlijke glorie kon doen triomferen.

6. Opleiding in het Duitse oefenkamp Meseritz

a. Ontstemming over het Duitse uniform

De Waalse vrijwilligers kregen hun opleiding in het kamp van Meseritz, in de Warthegau. Soldaat Degrelle kreeg er een opleiding als MG-schutter. Bij de aankomst ontstond bij een aantal Walen ontstemming toen ze verplicht werden het feldgraue uniform van de Wehrmacht aan te trekken. Ze waren warempel van mening dat ze in een Belgisch uniform aan het Oostfront zouden worden ingezet. Dit was enkelen naar verluidt bij de melding in het werfkantoor ook beloofd geworden. Enkel de tussenkomst van Léon Degrelle maakte een einde aan de strubbelingen.

Fragment: Pierre Dengis en Franz Hellebaut over de aanvankelijke ontstemming bij de legionairs om het uniform van de Duitse Wehrmacht aan te trekken.

 

Fragment: Léon Degrelle over de ontstemming rond het Duitse uniform, dat ‘het uniform van Europa’ zou worden’.

 

Uiteindelijk hebben de Walen dan toch maar het Duitse uniform aangetrokken. Als toegeving kwam de Belgische driekleur met het woord ‘Wallonie’ op de mouw, en de werd de rexistische vlag met het kruis van Bourgondië als legioenvaandel toegelaten.

Léon Degrelle als Duits soldaat in het ‘Légion Wallonie’. Tijdens de opleiding in het kamp te Meseritz werd Degrelle tot MG-schutter opgeleid.

b. Verhouding tussen de Waalse vrijwilligers en de Duitse opleiders

Van bij het begin boterde het niet tussen de Waalse legioenvrijwilligers en hun Duitse opleiders. Voornamelijk de officieren en onderofficieren van het Belgisch leger, die in de meidagen van 1940 nog tegen de Duitsers hadden gevochten, konden aanvankelijk slechts weinig sympathie voor de Duitse instructeurs opbrengen. Van hun kant keken de Duitsers minachtend neer op het Latijnse laisser aller van de Walen, dat in schril contrast stond met hun Pruisische drilmethoden en kadaverdiscipline. En daarenboven, niet tegenstaande de Walen in het Frans werden opgeleid, en in tegenstelling tot de Vlaamse vrijwilligers die enkel Duits te horen kregen, doken ook daar de voor de Walen eeuwige taalproblemen op.

Fragment: de voormalige officieren en onderofficieren van het Belgisch leger, die in de meidagen van 1940 nog tegen de Duitsers hadden gevochten, konden aanvankelijk weinig sympathie voor de Duitse instructeurs opbrengen.

 

c. Eedaflegging en aanstelling van Georges Jacobs als eerste bevelhebber van het Waals Legioen

Eind augustus 1941 dienden de Waalse vrijwilligers de bij de Wehrmacht voorziene eed van trouw af te leggen. Daarmee verbonden ze zich er toe Hitler in de strijd tegen het bolsjewisme totterdood te gehoorzamen. De legioensoldaten die geen lid van Rex waren, dienden tevens een eed van trouw op Degrelle af te leggen.

Degrelle had verkregen dat één van zijn stromannen, de al bejaarde en onbenullige, gewezen kapitein-commandant van het Belgisch leger, Georges Jacobs – bijgenaamd pauvre petit major –  als majoor tot bevelhebber van het Legioen werd aangesteld.

Fragment: Franz Hellebaut, Pierre Dengis en Alfred Albert over de aanstelling van Georges Jacobs als militair bevelhebber van het Waals Legioen.

 

7. Inzet in het Don- en Donetsbekken: november 1941-maart 1942

a. Degrelle dringt aan op gevechtsinzet

Begin november 1941 werd het Waals Legioen naar de zuidelijke sector van het Oostfront overgebracht, in de streek van Dnjepropetrovsk, waar het in de achterhoede de opleiding voltooide en korte tijd tegen partizanen werd ingezet. De Duitse opmars was inmiddels in het slijk van het Donetsbekken vastgelopen. Oorspronkelijk was het niet de bedoeling dat het Waals Legioen aan het eigenlijke front zou worden ingezet, maar daar wilde Degrelle niets van weten: bij inzet in het achtergebied tegen louter partizanen kon hij zich onmogelijk door de Duitsers laten opmerken. Degrelle stapte eind november 1941 naar de commandant van zijn sector, en vroeg hem om het Waals Legioen onmiddellijk aan het front te willen inzetten.
In een spoedtempo werd het Waals Legioen naar Tjerbinovka overgebracht, om er gaten in de Duitse linies te dichten.   Met het invallen van de winter waren de Sovjets immers aan een tegenoffensief begonnen. Dagenlang marcheerden de Walen bij een temperatuur van 30 tot 50 graden onder het vriespunt, door ijzige sneeuwstormen waartegen hun dunne zomeruniformen nauwelijks bescherming.

b. Eerste wissel van bevelhebber

In december 1941 maakte het uitgeputte en door dagenlange marsen geradbraakte Waals Legioen een zware morele crisis door. De leiding, en dan vooral Kommandeur Jacobs, was in gebreke gebleven omdat ze niet tegen de harde Russische winter was bestand. Vele vrijwilligers vroegen zich af wat ze daar in godsnaam waren komen doen. Ook Léon Degrelle was diep ontgoocheld. Hij overwoog zelfs het Legioen te ontbinden en naar huis terug te keren.

Fragment: Léon Degrelle over de barre weersomstandigheden, en Franz Hellebaut over de morele crisis die het Waals Legioen in december 1941 meemaakte.

 

Uiteindelijk werd het Waals Legioen toch niet ontbonden. Wel werden zes Waalse officieren en een vijftigtal manschappen wegens ongeschiktheid naar huis gestuurd. Ook de zwakke bevelhebber Georges Jacobs keerde huiswaarts, en werd vervangen door Pierre Pauly, een kapitein-stafbrevethouder van het Belgisch leger en een ijzervreter van de bovenste plank.

Fragment: een oud-legionair en Franz Hellebaut over de aanstelling van Pierre Pauly als tweede bevelhebber van het Waals Legioen.

 

c. De vuurdoop bij Gromovaja-Balka

Nadat het Waals Legioen door Pauly duchtig onder handen was genomen en gedrild, kreeg het begin 1942 eindelijk de kans om zich ook op het slagveld te doen gelden. Op 18 februari 1942 bezetten de Walen het dorpje Gromovaja-Balka, aan de rivier Samara, om er de troepen onder leiding van Sovjetgeneraal Timosjenko tegen te houden. Naar verluidt werd deze vuurdoop door Degrelle en Pauly bij de Duitsers aangevraagd om het Waals Legioen in het voetlicht te plaatsen. Dit gebeurde, maar dan wel ten koste van zware verliezen.

Fragment: verschillende getuigenissen over de slag bij Gromovaja-Balka, de vuurdoop door Degrelle en Pauly bij de Duitsers aangevraagd om het Waals Legioen in het voetlicht te plaatsen.

 

Onder de schok van de massale Russische aanval, moesten de Walen hun vooruitgeschoven stellingen prijsgeven, en zich in de isbahs, de lemen hutten en boerderijtjes van Gromovaja-Balka verschansen. De strijd ontaarde spoedig in bloedige lijf-aan-lijf-gevechten, waarbij de Walen tot meerdere malen toe vruchteloos poogden het verloren terrein te heroveren. Tijdens de gevechten brak MG-schutter Degrelle zijn voet doordat er een munitiekist op was gevallen. Tot in februari 1942 weerde de inmiddels tot Feldwebel (sergeant) bevorderde Degrelle en zijn manschappen meerdere Sovjet-Russische aanvallen af.  Vooral de Russische tanks baarden hen veel zorgen. Als bij wonder konden Duitse Stuka’s het tij doen keren.

Fragment: na Gromovaja-Balka was het Waals Legioen voorgoed uit de onbekendheid getreden. De Duitse aflossingstroepen noemden de Walen ‘des fous héroiques’ (heroïsche gekken) omdat ze zo lang tegen een veelvuldige Russische overmacht hadden standgehouden.

 

d. Een duur betaald prestigesucces

Na Gromovaja-Balka was het Waals Legioen voorgoed uit de onbekendheid getreden. Het werd op de Duitse Dagorder vermeld, en kreeg niet minder dan 37 IJzeren Kruisen tweede klasse toebedeeld. De Duitse aflossingstroepen noemden de Walen des fous héroiques (heroïsche gekken) omdat ze zo lang tegen een veelvuldige Russische overmacht hadden standgehouden. Nochtans hadden de Walen daarbij zware verliezen geleden. Er waren 62 doden en 110 gewonden gevallen. De tweede compagnie was bijna volledig uitgeroeid. Daarenboven gaven de Duitsers het dorp ‘s anderendaags op en maakten de Russen een einde aan hun winteroffensief. Kortom, voor het Waals Legioen betekende Gromovaja-Balka een duur betaald prestigesucces, en dit ten bate van slechts één enkele man: Léon Degrelle, die zelf trouwens een IJzeren Kruis tweedeklas (EKII) kreeg opgespeld, ofschoon hij in het heetst van de strijd ver achter het front in een lazaret verbleef. Tevens werd hij bevorderd tot Oberfeldwebel (eerste sergeant), en als onderofficier aan de bataljonsstaf toegevoegd.

Fragment: Franz Hellebaut verteld hoe vorst en vaderland na Gromovaja-Balka op de hoogte werd gebracht van de slag.

 

Met Gromovaja-Balka kwam Degrelle opnieuw in de publieke belangstelling te staan. De rexistische pers stond bol van zijn heldendaden, en dit leverde het Legioen tot in de zomer van 1942 niet minder dan 850 nieuwe rekruten op. Onder hen een honderdvijftigtal jongeren uit de Jeunesse rexiste, die – sommigen nog in korte broek – onder impuls van hun provoost, de gewezen communist en gewezen lid van het Verdinaso, John Hagemans, zich in groep voor het Waals Legioen hadden gemeld.

Fragment: in maart 1942 vertrokken 850 nieuwe rekruten. Onder hen een honderdvijftigtal jongeren uit de Jeunesse rexiste, die zich onder impuls van hun provoost in groep voor het Waals Legioen hadden gemeld.

 

e. Tweede en derde wissel van bevelhebber

Begin april 1942 werd de buitenissige Waalse bevelhebber Pierre Pauly de laan uitgestuurd. Men verweet hem diefstal uit veldpostpaketten, de mishandeling van ondergeschikten, en het feit dat hij een Duitse officier oorvegen had toegediend omdat deze zich laagdunkend over de Walen had uitgelaten. Volgens sommige getuigenissen was Pauly echter té ambitieus, en werd hij daarom door Degrelle aan de dijk gezet. Volgens andere bronnen lagen de zwaar geleden verliezen aan de basis van ruzie tussen Degrelle en Pauly.

Pauly werd vervangen door de Belgische kapitein Georges Tchekhoff, een gewezen FN-ingenieur van Wit-Russische afkomst en ijzervreter uit het voormalige tsaristische leger en officier van het Witte leger, dat kort na de Eerste Wereldoorlog tegen de bolsjewisten vocht. Na nauwelijks twee maanden werd Tchekhoff omwille van zijn drankzucht door de 28-jarige Belgische artillerieluitenant Lucien Lippert vervangen. Lippert was in 1937 als derde van zijn promotie aan de Koninklijke Militaire School briljant afgestudeerd en had zich na de Duitse inval voor de Waalse arbeidsdienst gemeld. In augustus 1941 vertrok hij met de eerste lichting van het Waals Legioen. Lippert was hoegenaamd geen aanhanger van Degrelle, wel integendeel. Hij was in de eerste plaats een vakman, een aanvoerder die voornamelijk om het lot van zijn soldaten was bekommerd. Hij werd dan ook tot zijn dood in februari 1944 door zijn manschappen op de handen gedragen.

Fragment: Jacques Leroy, Marcel Van Der Veken en Pierre Dengis vertellen over Lucien Lippert, volgens hen ‘de vader’ van het Waals Legioen.

 

Naast Lippert was er natuurlijk nog Degrelle, die op 1 mei 1942 tot luitenant werd bevorderd en op 13 mei 1942 het IJzeren Kruis eersteklas (EKI) kreeg uitgereikt. Als Rex-leider had deze achter de schermen natuurlijk heel wat in de pap te brokken bij het Légion Wallonie. Degrelle werd door zijn aanhangers verafgood omdat hij – althans gedurende de eerste maanden – de ontberingen van het gewone soldatenleven met zijn manschappen had gedeeld, niettegenstaande hij het zich als Rex-leider heel wat gemakkelijker had kunnen maken. Nochtans had Degrelle, als we sommige getuigenissen mogen geloven, bijzonder weinig aanleg voor das Militär. Gelukkig voor hem werd hij door een buitengewoon gesternte beschermd.

Fragment: Pascal Bovy, Pierre Dengis, Jean Vermeire, Alfred Albert en anderen over Léon Degrelle.

 

8. Inzet in de Kaukasus: juli 1942-december 1942

a. Elfhonderd kilometer lange voetmars onder tropische zon

In juli 1942 voegden de vrijwilligers van het tweede contingent, met onder andere de honderdvijftig reeds vermelde  Rex-jongeren, zich na een korte basisopleiding  bij het Waals Legioen in het Donetsbekken. Hierdoor kwam het Waals Legioen terug op getalsterkte en kon het opnieuw worden ingezet. Ondertussen hadden de Duitsers einde juni 1942 hun zomeroffensief in de richting van de Don, de Koeban en de Kaukasus gelanceerd. Aangevuld tot 880 manschappen, en ingedeeld bij de 97. Jägerdivision, stak het Waals Legioen op 10 juli 1942 de Donets rivier over en begon het een lange en uitputtende voetmars richting Kaukasus, teneinde de terugtrekkende Russen te achtervolgen.

Fragment: Duits filmjournaal over het Duitse zomeroffensief dat einde juni 1942 de in de richting van de Don, de Koeban en de Kaukasus werd gelanceerd.

 

Onder een bijna tropische zon, legde het Waals Legioen tusssen 7 juli en 14 augustus 1942 gedurende dagenlange marsen meer dan elfhonderd kilometer af. Te voet – Degrelle beschikte als officier over een eigen paard-, in het stof, onder een verschroeiende zon en in een verzengende hitte. Malaria, dysenterie en uitputting dunden de Waalse gelederen uit. Meer dan 30 procent van de effectieven ging onderweg verloren. Einde augustus 1942 werd Degrelle opnieuw onderscheiden; ditmaal kreeg hij het Infanteriesturmabzeichen in zilver uitgereikt.

Fragment: Jacques Leroy, Alfred Albert en André Régibeau over de campagne in de Kaukasus: dagenlange marsen te voet in het stof, onder een verschroeiende zon en in een verzengende hitte.

 

b. Conflict met John Hagemans over de jeugdcompagnie

Aangekomen aan de voet van de Kaukasus, werden de vijfhonderd resterende Walen als tactische reserve van de Duitse Gebirgsjägers tegen de Russische partizanen en deserteurs ingezet. Ook de jonge en onervaren compagnie Rex-jongeren werd in de strijd geworpen. Eén van de eerste beslissingen van bevelhebber Lippert was echter geweest de jongeren te verspreiden over de reeds bestaande compagnies. Op die manier gingen de jongeren van de anciens de nodige gevechtstactieken, die ontbraken tijdens de korte basisopleiding, aangeleerd krijgen om aan het front te overleven. Een onthutste jeugdleider John Hagemans zag hier het nut niet van in. Hij dacht dat zijn jongens helemaal niet zouden vechten. Hagemans zag zijn droom van een hechte jeugdcompagnie in rook opgaan. Zijn protesten bij Léon Degrelle haalden niets uit. Degrelle steunde de maatregel van Kommandeur Lippert. Het leidde tot een dramatisch conflict tussen jeugdleider Hagemans en Degrelle.

Fragment: André Régibeau, Alfred Albert en Léon Degrelle over het conflict met John Hagemans.

 

Jeugdleider Hagemans kreeg van zijn kant niet veel tijd om te wanhopen. Op 26 augustus 1942 sneuvelde hij te midden van zijn beschermelingen in de strijd om Tsjerakov.

c. Oververmoeid wachten op aflossing

September 1942 was voor de Duitse divisies in de westelijke Kaukasus een van relatieve rust. De door braak naar de olievelden van Bakoe, één van de objectieven van het offensief, was mislukt. Er moest op versterking en aflossing worden gewacht, zonder dewelke een nieuwe opmars onmogelijk was. In het Waals Legioen waren de nog valide manschappen ten gevolge van de maandenlange marsen meer dan oververmoeid en hun moreel zakte zienderogen. De overvloedige herfstregens en het moeizaam rondploeteren op de steile hellingen en in de dichte bossen van de Kaukasus deden het Waals moreel ver beneden het dieptepunt zakken.

Fragment: 46/ Video 56:49 tot  59:47 Jacques Leroy over bergen zonder wegen, André Regibeau (eikels eten, gras eten…), Alfred Albert, Marcel Springael, Alfred Albert over de ontberingen en moeilijkheden in de Kaukasus.

 

d. Degrelles Groot-Bourgondische rijk wekte geen geestdrift meer op

Midden december 1942 werd een door gevechten en epidemie uitgedund Waals Legioen van het front teruggetrokken. 170 van de 400 nog valide manschappen kregen hun eerste verlof in België. Het enthousiasme van de Walen voor Degrelle was inmiddels behoorlijk afgekoeld. Degrelles grootsprakerige belofte van een Groot-Bourgondisch rijk – waarvan hij vanzelfsprekend de leider zou zijn – wekte hoegenaamd geen geestdrift meer op. Aan het front hadden velen immers maar al te zeer ondervonden hoe Degrelles glorie met hun bloed werd betaald.

Fragment: E.H. Fierens en Pierre Denghis over de reputatie van Léon Degrelle na de campagne in de Kaukasus.

 

9. Degrelle bepleit de overheveling van het Legioen naar de Waffen-SS

a. Naar de Waffen-SS om politiek geconsidereerd te worden

Degrelle was van zijn kant tot het inzicht gekomen dat de maandenlange inzet van het Waals Legioen zijn politieke carrière geen stap vooruit had geholpen. Weliswaar was hij in en recordtempo van gewoon soldaat tot officier opgeklommen, maar voor de Duitse Wehrmacht was en bleef het Waals Legioen een te verwaarlozen troepje buitenlandse hulpsoldaten.

Fragment: volgens Alfred Albert was het Legioen een politieke hefboom. Omdat het amper meetelde voor de Duitsers, trachtte Degrelle daarom naar de Waffen-SS te gaan, om ‘politiek geconsidereerd te worden’.

 

Tezelfdertijd was Degrelle zich bewust geworden van de groeiende macht van de Duitse SS. Hij had aangevoeld dat de SS-organisaties, en zéker niet het Militair Bestuur de politieke lakens naar zich toe aan het trekken waren. Enkel de SS zou zijn beweging een plaats in het nationaalsocialistische Europa van de toekomst kunnen bezorgen. Daarenboven was in maart 1941 te Luik, op rechtstreeks bevel van Berlijn, tegen Rex de AGRA (les Amis Du Grand Reich Allemand) opgericht met hoofdzakelijk ontevreden rexisten. Deze laatsten oordeelden dat Degrelle te veel belang hechtte aan België en aan zijn onrealistische Bourgondische droom. De AGRA daarentegen zag het Waalse heil in een volledige inschakeling in het Groot-Duitse rijk.
Degrelle besloot daarom voortaan de kaart van de Waffen-SS te spelen. In de Kaukasus had hij de met het modernste materieel uitgeruste elitedivisie van de Waffen-SS “Wiking” aan het werk gezien. Tevens had de Rex-leider de prestigieuze bevelhebber er van, SS-generaal Felix Steiner, gesproken.

Fragment: Léon Degrelle over de reden waarom het Waals Légioen naar de Waffen-SS moest worden overgeheveld.

 

Steiner bleek bereid te zijn om over een mogelijke toetreding van de Walen tot de Waffen-SS bij Himmler ten beste te spreken. Degrelle zelf trok in september 1942 van het front naar Berlijn om daarover met de hoogste SS-instanties te onderhandelen. Deze hielden, zoals in 1941, de boot af met het argument dat de Walen geen Germanen waren en er aldus voor hen geen plaats was in de Waffen-SS. Degrelle gaf zich echter niet gewonnen.

Fragment: volgens Francis Ballace zette Léon Degrelle zijn koerswijziging al in december 1942 in.

 

b. Degrelles hoger tegenbod: de volledige inschakeling van Rex in de SS

En Degrelle marcheerde… Tegenover de aanvankelijke Duitse weigering plaatste de Rex-leider een hoger bod, namelijk de volledige inschakeling van de Rex-beweging in de SS. Begin januari 1943 vroeg hij de SS-generaal Jungclaus, de vertegenwoordiger van Himmler in België, of hij (Degrelle) een Waalse Algemene SS – dus een politieke SS – mocht oprichten. Himmler ging daar niet op in teneinde de Vlamingen niet voor het hoofd te stoten. + Geen prob om in Wallonië propagande voor de Germaanse Rijksgedachte te maken. Daarop liet Degrelle aan de vertegenwoordiger van het Duitse Ministerie voor Binnenlandse Zaken te Brussel, Werner von Bargen, weten voortaan een voorstander te zijn van de aansluiting, de Anschluss, van Wallonië bij het Groot-Germaanse Rijk.

Degrelle had nochtans nog geen jaar tevoren aan diezelfde von Bargen verklaard dat België na de oorlog als een zelfstandige staat moest blijven bestaan.

Als klap op de vuurpijl deelde Degrelle tenslotte medio 1943 aan het SS Hauptamt te Berlijn mee publiek te willen bekennen dat de Walen voortaan deel uitmaakten van de Groot-Germaanse volksgemeenschap. Dit gebeurde op 17 januari 1943 in een nokvol Brussels Sportpaleis.

Fragment: in januari 1943 stelde Degrelle dat de Walen voortaan deel uitmaakten van de Groot-Germaanse volksgemeenschap.
.

 

Fragment: Franz Hellbaut over de verrassing en gevolgen van de koerswijziging, en Léon Degrelle over de bedoeling er van.

 

En Degrelle wist Hitler te overtuigen. Nauwelijks was de Führer over de spectaculaire koerswijziging van de Rex-leider ingelicht, of hij gaf de onderrichting om Degrelle op alle mogelijke manieren te steunen. Voortaan was deze de enige bruikbare Belg, aldus Hitler. Als gevolg van Hitlers beslissing zal ook de SS-leider Himmler zijn wantrouwen tegenover Degrelles politiek manoeuvre laten varen. Maar op de volledige inschakeling van Rex en het Waals Legioen in de SS zal Degrelle nog tot midden 1943 moeten wachten, zoals trouwens alle andere niet-Germanen, want er werd ook voor hem en zijn Waalse volgelingen geen uitzondering gemaakt.