•  
  •  
  • Home
  • /Hitlerjeugd-Vlaanderen

Hitlerjeugd-Vlaanderen

Een synopsis…

1. Inleiding

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de collaboratie in Vlaanderen gekenmerkt door een hevige concurrentie tussen het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) en de DeVlag (Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft), met als inzet door de Duitse bezetter als enige politieke organisatie in Vlaanderen te worden erkend. Het VNV wist zich gesteund te worden door de Militärverwaltung (het Duitse Militair Bestuur), terwijl de DeVlag en haar militie – de Algemene SS-Vlaanderen – zich met de Duitse SS-instanties wisten te liëren. Het moge echter worden vermeld dat de Militärverwaltung ondanks de banden met het VNV bij momenten een dubieuze rol speelde. De politiek van opbod tussen VNV en DeVlag, met als gevolg een steeds verdergaand engagement in de collaboratie met Duitsland, kwam immers zowel de Militärverwaltung als de (Duitse) SS goed uit.

De strijd tussen het VNV en de DeVlag om de politieke macht toonde zich ook duidelijk op het gebied van de jeugdwerking. Midden 1943 werd de Hitlerjeugd-Vlaanderen door de DeVlag en de SS-instanties naar voor geschoven als alternatief voor de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV), de door het VNV gedomineerde eenheidsjeugdbeweging. De politieke gevolgen voor het VNV volgend op de stichting van de Hitlerjeugd-Vlaanderen waren niet gering. De NSJV ging opnieuw openlijk het Dietse streven beklemtonen, zijnde de politiek hereniging met Nederland in een ‘Dietse Volksstaat’ of ‘Groot-Nederlandse staat’. Dit Dietse streven had het VNV aan het begin van de bezetting onder Duitse druk al snel moeten opgeven. Om binnen de collaboratie immers macht te verwerven, moest de partij onder de nieuwe heersers al snel het nationalistische project bijstellen.

In deze bijdrage wensen we de jeugdcollaboratie onder een ruimere historiografische aandacht brengen, en de totstandkoming van de Hitlerjeugd-Vlaanderen schetsen binnen de politieke machtsstrijd tussen het VNV en de DeVlag. De waarde van deze jeugdbewegingen als onderzoeksperspectief volgt tevens uit Adolf Hitlers opvatting dat wie de jeugd heeft ook de toekomst in handen houdt.
Van meet af aan moeten we echter een duidelijk onderscheid maken tussen wat de (Duitse) Hitlerjugend (Flandern) wordt genoemd, en de in 1943 opgerichte Hitlerjeugd-Vlaanderen. De eerste was de in België actieve Hitlerjugend-afdeling, ook Auslands-HJ genoemd, die al sinds 1933 de Rijksduitse jongens en meisjes van Duitse immigranten probeerde te verenigen. Vanaf 1941 konden ook ‘Arische Vlamingen’ lid worden van deze Hitlerjugend. De Hitlerjeugd-Vlaanderen daarentegen ontstond in 1943 onder Vlaamse collaborerende DeVlag-impuls als tegengewicht voor het door het VNV gedomineerde NSJV. Vooral in Duitse correspondentie en voorschriften was het verschil tussen beide niet altijd duidelijk. De context maakte echter wel duidelijk of het over de Vlaamse variant ging, dan wel om de in België actieve Auslands-HJ.

Vooraleer in te gaan op de stichting van de Hitlerjeugd-Vlaanderen in het midden van 1943, worden de voorgeschiedenis en politieke concurrentie geschetst op het vlak van de jeugdcollaboratie.


2. De Vlaamse Jeugd als prefiguratie van de latere Hitlerjeugd-Vlaanderen, maart tot juli 1941

a. De Vlaamse Jeugd als tegengewicht voor het Algemeen Vlaams Nationaal Jeugdverbond (AVNJ)

De wortels van de Hitlerjeugd-Vlaanderen gaan terug tot de in maart 1941 opgerichte Vlaamse Jeugd, die onder de leiding stond van de Vlaamse SS’er Alfons Wachtelaer. De Vlaamse Jeugd ontstond aldus in het zog van de Algemene SS-Vlaanderen, die zelf eind 1940 het levenslicht zag. Met de SS-gezinde Vlaamse Jeugd werd gepoogd een tegengewicht te bieden tegen het Algemeen Vlaams Nationaal Jeugdverbond (AVNJ), de jeugdbeweging van het VNV. Dit AVNJ, onder leiding van de katholieke arts en VNV’er Edgar Lehembre, poogde namelijk vanaf de zomer van 1940 alle andere Nieuwe Orde-jeugdbewegingen op te slorpen, en zich tot de eenheidsjeugdbeweging te ontpoppen. Hierbij verkreeg het AVNJ de steun van de Militärverwaltung.

Fragment: Bert Hendryckx, toenmalig gouwleider van het AVNJ en later gebiedsleider van NSJV, schetst hoe het de ambitie was van het AVNJ om de motor te zijn van een eenheidsjeugdbeweging.

 

De Vlaamse Jeugd daarentegen kreeg de steun van de Duitse Reichsjugendführung, de leidinggevende instantie van de Duitse nazipartij-jeugd. Heel wat leden van de Vlaamse Jeugd kwamen uit al voor de oorlog opgerichte uitgesproken nazigezinde organisaties, zoals de Nationaal- Socialistische Vlaamse Arbeiderspartij (NSVAP), die zelf al vlug opging in de Algemene SS-Vlaanderen. De Vlaamse Jeugd was gewonnen voor de Rijksidee – het Groot-Germaanse Rijk – en liet zich leiden door het voorbeeld van de Duitse Hitlerjugend.

Fragment: Jet Jorssen, medeleidster van de Vlaamse Jeugd, over het onstaan van de Vlaamse Jeugd. Volgens Leo Poppe zorgde de radicalere Vlaamse Jeugd voor een opzweping van het AVNJ in nationaalsocialistische zin.

 

b. De Vlaamse Jeugd en AVNJ moeten fusioneren in de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV)

De Reichsjugendführung wenste echter een van alle politieke partijen onafhankelijke jeugdbeweging, en wilde hierom de Vlaamse Jeugd als prefiguratie van de Hitlerjugend als paard van Troje in de AVNJ-vesting binnenleiden. In februari 1941 werd HitlerjugendOberbannführer Rudolf Hemesath door de Reichsjugendführung als gevolmachtigde naar België gestuurd. Zijn belangrijkste opdracht bestond erin om het AVNJ uit het VNV los te weken. Dit bleek geen succes te worden voor Hemesath. Parallel met zijn onderhandelingen werd op 10 mei 1941 de Eenheidsbeweging-VNV opgericht. Dit had ook gevolgen op de jeugdwerking want het Jongdinaso en de Rex-Jeugd Vlaanderen werden door het AVNJ opgeslorpt. Het AVNJ, dat enkele duizenden leden telde, stond veel sterker dan de Vlaamse Jeugd die met haar geringe aanhang slechts enkele honderden leden telde. Als antwoord hierop verplichtten de Duitsers de leiding van de Vlaamse Jeugd er toe willens nillens met het AVNJ samen te gaan. Zo werd op 8 juli 1941 de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV) opgericht. Deze eenheidsjeugdbeweging overkoepelde het AVNJ, de Vlaamse Jeugd, en nog enkele kleinere jeugdbewegingen. Het NSJV verwierf zo de monopoliepositie inzake de Vlaamse jeugdcollaboratie. Ze ging evenwel nooit meer dan 7500 leden tellen, en dat was dan nog op haar hoogtepunt bij de aanvang, want al vanaf in het begin trokken veel jongens en meisjes van de Vlaamse Jeugd – alsook haar leiding – zich terug om de veel radicalere Hitlerjeugd-Vlaanderen voor te bereiden, die eind 1943 werkelijkheid zou worden.

De Vlaams-nationalistische leiding van het NSJV, die van VNV-strekking was, zag zich uit opportunistische overwegingen genoodzaakt om de nationaalsocialistische verwijzing in de benaming te aanvaarden. Het was voor hen veeleer de tol die men moest betalen om zich als de eenheidsjeugdbeweging van Vlaanderen bij de bezetter aanvaardbaar te maken.

Fragment: volgens Leo Poppe en Paul Daels werd door de Vlaams-nationalistische leiding uit opportunistische overwegingen ingestemd met de nationaalsocialistische verwijzing in de benaming van het NSJV.

 

3. Interne problemen binnen het NSJV, juli 1941 tot mei 1943

Aan het hoofd van het NSJV stond nog steeds gewezen ANVJ-leider Edgar Lehembre, weliswaar met de gewezen leider van de Vlaamse Jeugd, Alfons Wachtelaer, als plaatsvervanger. De fusie leidde al vanaf het begin tot grote interne problemen. Daar waar oud-leden van de Vlaamse Jeugd oordeelden dat men bij het NSJV bijlange niet ver genoeg ging als het aankwam op Duitsgezindheid, meenden sommigen van de VNV-strekking dat men er veel te ver ging.

a. Dietse dissidenties binnen de VNV-strekking

Organisatorisch stond het NSJV dan wel los van het VNV, maar de partijleiding verwachtte dat de jeugdbeweging in volledige overeenstemming met de eenheidsorganisatie zou werken. Vanaf midden 1942 begonnen zich én in het VNV én in de eenheidsjeugdbeweging-NSJV Dietse dissidenties af te tekenen. Deze waren vooral door twee ervaringen ingegeven. Ten eerste door de Duitse annexionistische politiek en de Duitse weigering toezeggingen te doen voor een Dietse staat. Om binnen de collaboratie immers macht te verwerven moest het VNV aan het begin van de collaboratie zijn nationalistisch project bijstellen. Onder Duitse druk had de VNV-leiding er bijgevolg mee ingestemd om voortaan over een politieke hereniging met Nederland te zwijgen. In eerste instantie zette het VNV in om het Germaanse Vlaanderen onder een Duitse suprematie bij het Germaanse blok te doen aansluiten. Van een feitelijke annexatie (Anschluss) door Duitsland mocht volgens het VNV geen sprake zijn. Een deel van de NSJV-leden vormden een haard van Groot-Nederlandse contestatie tegen deze compromissen die het VNV op dat gebied met de bezetter had gesloten. Ten tweede waren de dissidenten binnen het NSJV midden 1942 niet te spreken over de door het VNV en de NSJV-leiding gevoerde opbodpolitiek, waardoor men zich te ver in de collaboratie engageerde zonder daarvoor voor Vlaanderen iets wezenlijks in de plaats te krijgen.

Fragment: voormalige jeugdleiders uit de VNV-strekking over het nationaalsocialistische engagement van de NSJV. Steven Debroey was daarentegen één van de eerste dissidenten binnen de NSJV.

 

b. Ontvankelijk voor de Groot-Germaanse Anschluss-gedachte

Ondanks bovenstaande interne problemen voerde de NSJV-leiding na de oprichting van de eenheidsjeugdbeweging in juli 1941 de samenwerking met de de Duitse Hitlerjugend op. Honderden NSJV-leiders en leidsters werden naar kaderscholen van de Hitlerjugend in Duitsland gestuurd om er te worden opgeleid in de geest van het Groot-Germaanse Rijk. Nog eens honderden werden naar de Weersportkampen (Wehrertüchtigungslager) gezonden. De paramilitaire opleiding die de deelnemers tijdens deze kampen kregen, vormde vaak een eerste stap in de richting van de Waffen-SS. Duizenden kinderen waren met de Kinderlandverschickung en de Erweiterte Kinderlandverschickung met vakantie naar Duitsland gegaan. Het NSJV propageerde ook de Germaanse Landdienst, waardoor oudere Vlaamse jongens en meisjes op Duitse boerderijen ervaring konden opdoen. Tevens nam de NSJV deel aan het Langemarck Studium, een door de Reichsjugenführung gefinancierde lagere en middelbare schoolopleiding. Tijdens hun deelname aan deze projecten in Duitsland, ver buiten het bereik van de VNV-leiding, dreigde voor de NSJV’ers het gevaar ontvankelijk te worden gemaakt voor de door het VNV afgewezen Groot-Germaanse Anschluss-gedachte. Dit alles was vanzelfsprekend voor de VNV-leiding en het NSJV zo lang ze maar geld bekwam van de Duitse Hitlerjugend en van de SS-organisatie Germanische Leitstelle, en zo lang de leiding van het VNV en de NSJV maar in de waan verkeerde dat zij het monopolie op de jeugdwerking konden uitoefenen.

c. Ergernis bij voormalige leden en leiders uit de Vlaamse Jeugd

Daar waar voormalige AVNJ’ers zich ergerden aan het gebrek aan Groot-Nederlandse gezindheid binnen het VNV en het NSJV, voelden ook de voormalige leiders en leden van de Vlaamse Jeugd zich niet op hun plaats in de eenheidsjeugdbeweging-NSJV. Na een drietal maanden waren er reeds een hondertal uit de NSJV getreden. Plaatsvervangend NSJV-leider Alfons Wachtelaer verliet de NSJV in 1942. Aangezien het gros van het NSJV onder invloed van het nationalistische VNV bleef staan, besefte de Reichsjugendführung dat zijn pion, de Vlaamse Jeugd, door de NSJV was geneutraliseerd.

Fragment: de leiding uit de voormalige Vlaamse Jeugd ergerde zich aan de door het VNV gedomineerde eenheidsjeugdbeweging NSJV. Deze ergernis werd ook door de Duitse SS-instanties gedeeld.

 

Een nieuwe medestander werd gevonden in de Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft (DeVlag). Deze Groot-Germaans gezinde, voor het annexionisme gewonnen partij onder leiding van Jef Van De Wiele had zich verbonden met de Algemene SS-Vlaanderen (vanaf oktober 1942 Germaanse SS-Vlaanderen genoemd). In mei 1941 werd de DeVlag opgenomen in de structuren van het Duitse SS-apparaat, en in november 1941 werd SS-Obergruppenführer Gottlob Berger als hoofd van het Berlijnse SS-Hauptamt de voorzitter van de DeVlag. Op die manier werd Van De Wiele Bergers ondergeschikte, en was hij uiteindelijk ook onderworpen aan het gezag van Reichsführer-SS Heinrich Himmler.

d. De DeVlag dringt aan op een eigen jeugdbeweging: de Hitlerjeugd-Vlaanderen

Al sinds het begin van de bezetting wilde de DeVlag van Jef Van De Wiele een eigen jeugdbeweging oprichten. Daarenboven zat ze bijzonder verveeld met de monopoliepositie van het VNV op de jeugdwerking. Samen met de Vlaamse SS probeerde de DeVlag  de Militärverwaltung te overtuigen van de noodzaak een nieuwe, onafhankelijke collaboratiejeugdbeweging op te zetten. Wegens Van De Wieles overgave aan het Duitse Rijk kon dit moeilijk anders dan een kopie zijn van hetgeen in Duitsland bestond. Het VNV probeerde via een klacht bij de Militärverwaltung herhaaldelijk haar monopolie op de jeugdcollaboratie te beschermen, zonder veel resultaat. Tegemoetkomend aan de aanspraken van de Vlaamse SS, DeVlag en ook de Reichsjugendführung, vroeg chef van de Militärverwaltung Eggert Reeder begin 1943 wel aan VNV-leider Hendrik J. Elias, de opvolger van Staf De Clercq, om Edgar Lehembre te vervangen als leider van het NSJV. Daar ging Elias echter niet op in daar hij inzag dat dit met de bedoeling was het NSJV van het VNV los te weken. Ondertussen was Hitlerjugend-Hauptbannführer Gerhardt Bennewitz door de Reichsjugendführung benoemd tot Gebietsführer voor de Duitse Auslands-Hitlerjugend in België. De weigering van het VNV om Lehembre te vervangen door een meer Duitsgezinde kracht was voor Bennewitz genoeg om zich volledig af te keren van het NSJV en het VNV, en zijn vertrouwen te stellen in de DeVlag. Tijdens de onderhandelingen tussen de DeVlag en de Reichsjugendführung in de zomer van 1943 over de Hitlerjeugd-Vlaanderen verzuurden de relaties tussen het VNV, DeVlag, SS en de Reichsjugendführung volledig. Door de toenemende invloed van de DeVlag bij de bezetter voelde het VNV zich bedreigd, waardoor Hendrik J. Elias zijn kaderleden op 6 juni 1943 verbood nog lid te zijn van de DeVlag. Op 14 augustus 1943 verbood Elias tijdens de Algemene Raad van het VNV elke samenwerking met de SS en de Reichsjugendführung. Bijkomend zou het VNV niet meer meewerken aan de zogenaamde Germaans initiatieven zoals het Langemarckstudium, de Hitlerjugend-Weersportkampen, de Germaanse Landdienst, de Kinderlandverschickung en Erweiterte Kinderlandverschickung. Vanaf oktober 1943 zou de Hitlerjeugd-Vlaanderen de organisatie van al deze projecten van de NSJV overnemen.

4. De oprichting van de Hitlerjeugd-Vlaanderen, mei 1943 tot januari 1944

a. Ingeloste eisen gaven de DeVlag een vals gevoel van veiligheid

De oprichting van de Hitlerjeugd-Vlaanderen werd in onderling overleg tussen Jef Van De Wiele en Gebietsführer Gerhard Bennewitz besproken. De DeVlag stelde een aantal eisen waar haar nieuwe jeugdbeweging aan moest voldoen. De vlotte Duitse samenwerking in deze onderhandelingen ervaarde de DeVlag als een teken dat de Hitlerjeugd-Vlaanderen haar zou toebehoren. Later zou echter duidelijk het tegendeel gaan blijken.
Een eerste eis die Van Wiele tijdens de onderhandelingen binnenhaalde betrof de benaming van de nieuwe jeugdbeweging. In een brief van 25 mei 1943 aan Gottlob Berger stond Van De Wiele er op dat de nieuwe collaboratiejeugdbeweging als ‘Hitlerjeugd-Vlaanderen’ -dus in het Nederlands- werd betiteld. Op die manier kon zij zich – volgens Van De Wiele – evenwaardig aan de Duitse Auslands-HJ presenteren. Vanuit dit oogpunt leek de Hitlerjeugd-Vlaanderen een Vlaamse, nationaalsocialistische jeugdbeweging te worden, die volledig met de DeVlag zou zijn verstrengeld.
Naast een onafhankelijke en aan de Duitse Hitlerjugend gelijkwaardige jeugdbeweging, wilde Van De Wiele in een tweede eis op organisatorisch  vlak een Vlaams kader van voormalige Oostfronters uitbouwen langs wie de Duitse jeugdleiders slechts een adviserende rol zouden vervullen. De hoogste positie binnen deze hiërarchie voorzag hij voor Raf Van Hulse. Deze DeVlag-sympathisant was een Vlaamse SS’er en Waffen-SS’er die sinds eind augustus 1942 aan het Oostfront was. Hierdoor kon hij niet aanwezig zijn bij de onderhandelingen van de nieuwe jeugdbeweging.
Inzake de verantwoordelijkheid voor de praktische organisatie van dit alles, moest Van De Wiele tijdens de onderhandelingen één toezegging doen aan Bennewitz. Totdat de eerste lichting Vlaamse leiders en leidsters slaagde voor een cursus aan de HitlerjugendAkademie van Braunschweig, mocht Bennewitz de verantwoordelijkheid dragen voor de praktische organisatie van de Vlaamse Hitlerjeugd. Deze cruciale toegeving aan de Reichsjugendführung zou een grote vergissing van Van De Wiele blijken te zijn. Ze zou Gebietsführer Bennewitz immers de mogelijkheid geven om met toestemming van de DeVlag zijn stempel op de Hitlerjeugd-Vlaanderen te drukken. Van De Wiele van zijn kant was er van overtuigd dat de Vlaamse Hitlerjeugd al na enkele maanden aan het gezag van Raf Van Hulse – en dus ook aan dat van hemzelf – zou zijn onderworpen.

Fragment: Wim Van Dijck, voormalig ‘Standortführer’ binnen de Vlaamse Hiterlerjeugd, en Paul Daels (Jeugdleider van het NSJV) over de oprichting van de Hitlerjeugd-Vlaanderen.

 

b. Jef Van De Wiele op zoek naar leden voor de Hitlerjeugd-Vlaanderen

Door zijn twee hierboven ingeloste eisen was Jef Van De Wiele gesterkt in de overtuiging zelf de controle over de nieuwe jeugdbeweging te krijgen. Hierdoor spaarde hij kosten noch moeite om geschikte leden voor de Vlaamse Hitlerjeugd te zoeken. De jongeren die uiteindelijk tot de jeugdbeweging zouden toetreden, hadden daar voor al via hun DeVlag-ouders of door hun verleden binnen de Vlaamse Jeugd een zekere voeling met het nationaalsocialisme ontwikkeld. De leden maakten deel uit van min of meer drie omlijnde groepen die achtereenvolgens tot de Hitlerjeugd-Vlaanderen toetraden.
Vooreerst traden op 18 oktober 1944, tijdens de openingsceremonie van de Hitlerjeugd-Vlaanderen, de 150 leerlingen van de Vlaamse School in Antwerpen toe. Deze onderwijsinstelling was in 1942 gesticht en had nauwe banden met de DeVlag. In een tweede tijd, na oproepen van Jef Van De Wiele gericht op potentiële leden binnen de eigen DeVlag-structuur, droeg de DeVlag op 14 november 1943 tijdens een plechtigheid in de Dierentuin van Antwerpen de zowat 350 jongens en meisjes in haar rangen over aan de verantwoordelijkheid van de Vlaamse Hitlerjeugd. Tijdens die openingceremonie in de Dierentuin speelde Van De Wiele de rol van van trotse vader die jeugd uit zijn eigen partij ten dienste stelde van de Führer. Van De Wiele noemde het een eer dat de nieuwe jeugdorganisatie de naam van Adolf Hitler mocht dragen, want dat was volgens de DeVlag-leider de grootste volksleider die de wereld ooit zag. Van De Wiele verzekerde zijn gehoor ook nog dat de zelfstandigheid van Vlaanderen in het nationaalsocialisme gewaarborgd zou zijn, en dat de Hitlerjeugd-Vlaanderen weldra zou worden  geleid door eigen Vlaamse jeugdleiders. In afwachting daarvan vertrouwde hij de DeVlag-jongens en -meisjes aan de Duitse HitlerjugendGebietsführer Bennewitz toe. Tenslotte werden ook de jongens die de Rijksschool Vlaanderen in Kwatrecht bezochten aangezet tot lidmaatschap in de Hitlerjeugd-Vlaanderen. Dit internaat had op 1 september 1943 haar deuren geopend en telde op dat moment 120 leerlingen, voornamelijk uit DeVlag-gezinnen.

HJ-skimuts voorzien van de rijksadelaar (hier: Reichspost!), zoals het was voorgeschreven in de Hitlerjeugd-Vlaanderen.

HJ-skimuts voorzien van de rijksadelaar (hier: Reichspost!), zoals het was voorgeschreven in de Hitlerjeugd-Vlaanderen.

c. Oprichting en uitbouw van een organisatiestructuur

De Hitlerjeugd-Vlaanderen startte zonder enige vorm van Vlaams kader. De Vlaamse jongens en meisjes kwamen uitsluitend onder Duitse leiding te staan. Duidelijker kon de Vlaamse onderworpenheid niet worden aangetoond. Reeder, chef van de Militärverwaltung, schreef in één van zijn Tätigkeitsberichten dat velen in Vlaanderen oordeelden dat Duitsland door de oprichting van de Vlaamse Hiterjeugd het masker had laten vallen, en nu zijn waar imperialistisch gelaat toonde.
Organisatorisch liet Van De Wiele de uitbouw van een organisatiestructuur over aan Gebietsführer Bennewitz. Teneinde zo snel mogelijk zo veel mogelijk jongeren in de nog niet bestaande Hitlerjeugd-Vlaanderen-structuur onder te brengen, werd midden oktober 1943 door Bennewitz beslist om al de leerlingen van de Vlaamse School als gastlid in de Auslands-HJ (de in België actieve tak van de Hitlerjugend) op te nemen. Dezen werden  echter in aparte eenheden ingedeeld.
Aangaande de verdere uitbouw van de geografische en hiërarchische structuur stelden Gebietsführer Bennewitz en Landesjugendführer Hardt zich de bestaande territoriale indeling van de in België actieve Hitlerjugend-tak tot voorbeeld: onder het bevel van de Gebietsführer en de Landesjugendführer werd Vlaanderen verdeeld in vijf Standorte, die overeenkwamen met de verschillende provincies. De Standorte werd daarop verder onverdeeld in Stämme; en elke Stamm werd op lokaal niveau verder in Scharen onderverdeeld. De Schar omvatte op zijn beurt vier Schäfte, met telkens 10 jongens of meisjes die veelal uit hetzelfde dorp afkomstig waren. Deze bestaande structuur werd na oktober 1943 met het oog op de uitbouw van de structuur van de Vlaamse Hitlerjeugd onder het niveau van de Standorte ontdubbelt:  een Duitse Standortführer uit de Auslands-HJ werd zo verantwoordelijk voor zowel de ‘Duitse’ als de Vlaamse Stämme die in zijn respectievelijke Standorte naast elkaar bestonden.

d. Toetredingsvoorwaarden tot de Vlaamse Hitlerjeugd

In principe konden alle Vlaamse jongens van 10 tot 18 jaar, en alle Vlaamse meisjes van 10 tot 21 jaar lid worden van de Hitlerjeugd-Vlaanderen. De schriftelijke toestemming van de vader, of indien deze was overleden, van de moeder of van de voogd was vereist. De jongeren moesten een toetredingsformulier invullen, en de toetredingsverklaring luidde: “Hierdoor verklaar ik toe te treden in de Hitlerjeugd-Vlaanderen. Ik ben van Germaanse afstamming en beloof door eigenhandige ondertekening als oprecht Vlaming, overeenkomstig de nationaalsocialistische wereldbeschouwing, mij krachtdadig in te zetten voor de Führer en mijn heimat.”
Het lidmaatschap van een politieke Nieuwe Orde-beweging, of van elke andere jeugdorganisatie was tot 18 jaar verboden. In geval van reeds bestaand lidmaatschap moest dit worden opgezegd en een verklaring daarvoor worden ingeleverd. Het is onmiskenbaar dat hiermee vooral het VNV en het NSJV werden geviseerd. Over het exacte aantal leden van de Hitlerjeugd-Vlaanderen is weinig geweten. Midden 1944 was namelijk een evacuatieplan opgesteld, waardoor ledenlijsten en andere belangrijke documenten werden vernietigd toen de geallieerden Brussel in september 1944 naderden. In een statistiek van mei 1944 wordt het aantal van nauwelijks 603 vermeld, wat het aantal Rijks- en Volksduitsers betreft. Alles wijst er op dat ook de Vlamingen hiertoe werden gerekend .

Fragment: Wim Van Dyck over de ondergeschikte rol van de Hitlerjeugd-Vlaanderen aan de Duitse ‘Hitlerjugend’, en de verplichte eed op Adolf Hitler.

e. De oprichting van scholingscentra in Vlaanderen

Om de taalkloof en het tekort aan Vlaamse leiders en leidsters op te lossen, vertrok op 20 november 1943 een lichting van vijftien Vlaamse kandidaat-jeugdleiders naar de Reichsjugendführerschule in Potsdam om er een drie weken durende cursus te volgen. Met het voorbeeld van de Reichsjugendführerschule voor ogen werd midden december 1943 een Führerinnenschulde in Ter Hulpen bij Brussel geopend. Op 30 januari 1944 werd een equivalent voor jongens opgericht in het kasteel ‘Horst’, te Schoten bij Antwerpen. Vlaamse jongens en meisjes vanaf 15 jaar konden er een  leidingscursus volgen zodat zij daarna op hun beurt de jongeren in de lokale Schäfte en Scharen van de Vlaamse Hitlerjeugd mee konden opvoeden. Tijdens de opleidingen waren lichamelijke training, wereldbeschouwelijke opvoeding en ideologisch onderricht in nationaalsocialistische ideeën over bloed, ras en bodem er aan de orde van de dag.

5. Schuchtere vervlaamsing van een Duits-gedomineerde jeugdbeweging, januari tot april 1944

a. Vlamingen in de hogere echelons van de bestuursstructuur

Vanaf januari 1944 startten Gebietsführer Gerhardt Bennewitz en Landesjugendführer Wilhelm Hardt met de verdere uitbouw van de structuur van de Vlaamse Hitlerjeugd zodat de Vlaamse werking van de grond kon komen. In de praktijk moet echter worden vastgesteld dat dit enkel diende om de jeugdbeweging van een Vlaamse façade te voorzien door enkele Vlamingen in de hogere echelons van de bestuursstructuur te verwelkomen, terwijl de Duitse Reichsjugendführung nog steeds de touwtjes in handen hield.
De Vlaamse leiders en leidsters die in Schoten en Ter Hulpen hun opleiding hadden afgerond werden aan hun Stämme toegewezen. Ook Schäfte en Scharen werden her en der van Vlaamse leiders en leidsters voorzien. Bovendien benoemde Bennewitz enkele Vlamingen tot Standortführer. Midden 1944 werd de Vlaamse gewezen Oostfronter SS-Untersturmführer Fritz Leysen aangesteld tot leider van Standort Antwerpen. Inmiddels had ook Wim Van Dijck de leiding van Hitlerjeugd-Vlaanderen-Standort Gent opgenomen, en was Jozef Bachot verantwoordelijk voor Standort Brugge. In de lagere hiërarchische echelons van de Vlaamse Hitlerjeugd waren opvallend veel voormalige leiders en leidsters van de Vlaamse Jeugd actief: Raf De Rauw, Jan Verscheuren, Renaat Bauweraerts en Jan Wuyts.

b. Ideologische vorming en Groot-Germanisme

De belangrijkste activiteit van de jeugdbeweging bestond uit ideologische vorming. Tijdens zogenoemde heimavonden werd bijeengekomen en werd door de leiding teksten voorgelezen, waarna de leden vragen stelden en waarrond werd gediscussieerd. Het doel van dit alles was de jongens en meisjes te begeesteren met de nationaalsocialistische waarden, het Groot-Germanisme, en met het geloof in de Duitse eindoverwinning. De inhoud van ideologisch onderwijs kwam overeen met het gedachtegoed van de DeVlag en verschilde nauwelijks met dat van de Duitse Hitlerjugend.

‘Tijl’, het maandblad van de Hitlerjeugd-Vlaanderen

‘Tijl’, het maandblad van de Hitlerjeugd-Vlaanderen

Binnen het kader van Groot-Germanisme werd ook veel aandacht aan Vlaanderen geschonken. Groot-Germanisme en Vlaamse elementen werden geprojecteerd op helden van Vlaamse oorsprong waarmee de jongeren zich konden identificeren. Deze helden werden als bindmiddel voor ideologische elementen gepresenteerd. Van alle nationaalsocialistische elementen trad vooral het Blut und Boden-principe sterk naar voor. De jongeren symboliseerden immers de toekomst, en hun nageslacht had de belangrijke taak om het Derde Rijk ook in de komende eeuwen overeind te houden. Daarnaast dient echter ook te worden vermeld dat lidmaatschap in de Hitlerjeugd-Vlaanderen benevens de politieke betrachting evenzeer een zeker sociaal-maatschappelijk oogmerk kon hebben.

Fragment: volgens Jozef Bachot had lidmaatschap in de Hitlerjeugd-Vlaanderen benevens de politieke betrachting evenzeer een zeker sociaal-maatschappelijk oogmerk, namelijk de jongeren ‘van de straat afhouden’.

 

De concrete inzet van de Vlaamse Hitlerjeugd uitte zich in de deelname aan de Kinderlandverschickung, de Germaanse Landdienst en de Weersportkampen, die zoals reeds vermeld vanaf oktober 1943 van het NSJV werden overgenomen.

Lid van de Hitlerjeugd-Vlaanderen gefotografeerd tijdens de deelname aan de Weersportkampen.

Lid van de Hitlerjeugd-Vlaanderen gefotografeerd tijdens de deelname aan de Weersportkampen.

De jongens van de Hitlerjeugd brachten verscheidene weken in zo’n kamp door, en dit met het doel voor hun intrede in de arbeitsdienst, de Wehrmacht of de Waffen-SS nog eens alle verworvenheden door te nemen die ze aan hun tien jaar af in de HJ hadden meegekregen.

Fragment: Tony Van Dijck was als officier van de Waffen-SS verantwoordelijk voor de organisatie van Weersportkampen voor de Hitlerjeugd-Vlaanderen. Zijn broer Wim Van Dijck was ondertussen aangesteld tot ‘Standortführer’ binnen de Vlaamse Hitlerjeugd.

 

Fragment: een extract uit de propagandafilm ‘Soldaten von morgen’ (1941) geeft weer hoe lidmaatschap in de HJ een vooropleiding en voorbereiding kon zijn op het latere soldatenleven.

 

Brochure: ‘Jeugd wordt weerbaar – Stem uit de Weersportkampen’.

Brochure: ‘Jeugd wordt weerbaar – Stem uit de Weersportkampen’.

Bovenstaande initiatieven leidden rechtstreeks tot verduitsing en aansporing tot dienstneming in de Waffen-SS. Een eerste contingent vrijwilligers voor de Waffen-SS meldde zich op 30 april 1944 bij de overhandiging van de 15 Gevolgschaftsfahnen op het plein voor het kasteel “Horst”, de Hitlerjeugd-leidersschool en SS-opleidingsschool te Schoten. Gebietsführer Bennewitz nam één na één de vaandels over uit de handen van Waffen-SS mannen en overhandigde ze aan de vaandrigs van de Hitlerjeugd-Vlaanderen. Op die plechtigheid wemelde het van topfiguren. Niet alleen de leiding van de Hitlerjeugd-Vlaanderen, maar ook SS-Obergruppenführer Berger (voorzitter van de DeVlag voor Vlaanderen en Duitsland), Eggert Reeder (chef van de Militärverwaltung te Brussel), SS-Brigadeführer Jungclaus, en DeVlag-leider Jef Van De Wiele. Volgens Van De Wiele was de aanwezigheid van de Duitse personaliteiten een demonstratie naar buiten uit dat deze jeugdformatie de jeugdgroepering voor Vlaanderen moest worden.

6. Raf Van Hulse als inspecteur van de Hitlerjeugd-Vlaanderen, vanaf april 1944

a. Aanstelling

Hoewel het aantal Vlamingen in de hogere rangen van de Vlaamse Hitlerjeugd was toegenomen, was Jef Van De Wiele er niet helemaal mee opgezet dat de sleutelposities nog steeds door Duitsers werden bekleed. Hij wilde de jeugdbeweging in volstrekt Vlaamse handen krijgen. Zonder zijn kandidaat-jeugdleider Raf Van Hulse had hij echter geen poot om op te staan.
In de lente van 1944 bevond Van Hulse zich nog steeds aan het Oostfront, waar hij in januari van hetzelfde jaar gewond was geraakt. Pas na een lang gedwongen verblijf in een lazaret ontving Van Hulse in april 1944 een vrijstelling van SS-dienst. Mogelijks werd Van Hulse van hogerhand belet naar Vlaanderen terug te keren en zijn werkzaamheden voor de Hitlerjeugd-Vlaanderen aan te vatten. Tot dan hield Gebietsführer Bennewitz immers de touwtjes stevig in handen, en hij stuurde Van Hulse na aankomst onmiddellijk op een vijf maanden durende leiderscursus in Duitsland. Midden mei 1944 echter drong  Jef Van De Wiele er  bij Gottlob Berger van het SS-Hauptamt op aan dat Raf Van Hulse vervroegd naar Vlaanderen zou mogen terugkeren om er de Vlaamse Hitlerjeugd te leiden. Daarop werd van Hulse door Landesführer Hardt eindelijk tot Inspecteur der Hitlerjeugd-Vlaanderen benoemd. Van Hulse aanvaardde deze opdracht met grote geestdrift.

Fragment: voor Wim Van Dyck was er geen nood aan een Vlaamse jeugdleider. Voor DeVlag-leider Jef Van De Wiele was de aanstelling van Raf Van Hulse echter primordiaal. Van Hulse werd tot Inspecteur van de HJ-Vlaanderen benoemd.

 

b. Van Hulses ontgoocheling en de afloop

Na zijn aanstelling bleek de toestand van de Hitlerjeugd-Vlaanderen allesbehalve rooskleurig. Eigenlijk bestond de Vlaamse Hitlerjeugd volgens Van Hulse niet, maar “slechts een wankelbaar, los geraamte achter een Vlaamse façade”. Van Hulse beschouwde het als zijn taak deze toestanden aan te pakken en stuurde aan op een reorganisatie van de jeugdbeweging. Gebietsführer Bennewitz was echter niet van plan ook maar een duimbreed aan Van Hulse toe te geven. Via talloze kleine pesterijen werd deze boodschap dan ook overgegeven. In het artikel Raf Van Hulse: een blijvend raadsel? (TeKoS, nr. 77, 1995, pg. 75-82) van de hand van historicus Pieter Jan Verstraete, wordt verwezen naar een twaalf bladzijden tellende brief van 15 augustus 1944 die Van Hulse richtte aan Rolf Wilkening. Van Hulse brengt er verslag uit over zijn wedervaren als Inspecteur der Hitlerjeugd-Vlaanderen, en het is een zeldzame getuigenis van een overtuigd collaborateur die zich tenslotte door de Duitsers bij de neus genomen weet. Van Hulse stelde vast dat hij “zeer diplomatisch, met een halsbandje om, aan een touwtje werd geleid”. Zijn plannen tot reorganisatie kon hij niet ten uitvoer brengen omdat de Duitse leiding hem allerlei opdrachten te Brussel deed vervullen. Bovendien kon hij zelfs niet over een auto beschikken, die hij absoluut nodig had om de verschillende afdelingen van de Hitlerjeugd-Vlaanderen te bereiken. Bitter merkte Van Hulse op dat er voor de Duitsers wel wagens waren om van de Dienststelle naar de Friseur of naar het restaurant te rijden. Als Van Hulse dan toch ergens geraakte, enkel wanneer Hart een dienst eventjes wilde gaan bekijken, mocht Van Hulse meerijden. Hij stelde dan vast dat de Duitse leiders hun tijd verspilden en grote sier maakten, maar met revolutie in de jeugd in Vlaanderen niets te maken hadden. Van Hulse had zelfs geen eigen kantoor, en na twee maanden dienst had hij nog steeds niet het hem toegezegde maandloon ontvangen. Hij bedankte tenslotte er voor nog langer “een hansworst” of “een strooppot te zijn, en hij meende dat hij aan het Oostfront nog beter af was: “Het is veel beter dat ik naar het front terugkeer […] Dan maar sneuvelen als die andere Vlamingen wat steekt dat erop. Die verstand hebben van leven zullen wel overblijven.” De plotse evacuatie naar Duitsland deed Van Hulse op zijn besluit terugkomen.

Achteraf zijn vele van die Vlaamse Hitlerjongens in de Waffen-SS terechtgekomen. Na september 1944 zijn een aantal jonge Vlamingen van 15, 16 en 17 jaar beland in het Jeugdbataljon van de Waffen-SS Divisie ‘Langemarck’, waarmee ze werden ingezet zonder dat ze zelfs een minimum aan gevechtsopleiding hadden gekregen wegens het gebrek aan tijd en instructeurs.