Nieuw op de site

18 Sep 2011
De volledige site draait onder Wordpress

17 Mei 2009
Pagina 'Verdinaso' bijgewerkt.

8 Sep 2008
Pagina's 'Vlaams Legioen' en
'Langemarck' bijgewerkt.

Pagina 'Bibliografie' bijgewerkt.

1 Mei 2008
Pagina's 'Waffen-SS'
en 'Vlaams Legioen' bijgewerkt.

Pagina 'De Nieuwe Orde' bijgewerkt.

12 Apr 2008
Pagina's 'Waffen-SS' en 'Vlaams Legioen' bijgewerkt.

22 Mar 2008
Pagina 'Groeperingen' bijgewerkt.

16 Dec 2007
Blog pagina staat online.

12 Dec 2007
Introductiepagina bijgewerkt.

11 Dec 2007
Pagina 'De Nieuwe Orde' bijgewerkt.

12 Okt 2007
De introductiepagina staat online.

10 Okt 2007
De domeinnaam nieuweorde.be werd toegekend;
een eerste poging tot uploaden op de server.

Verdinaso

Terug naar de beginpagina

Een synopsis…

Index:

1. Inleiding

 

1. Inleiding

Le grand mal de la Flandre est de ne pas avoir d’aristocrates, lezen we in de na-oorlogse dagboeknotities (1920) van Joris van Severen, de latere leider van het Verdinaso (Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen). Hierbij ging het om een uitspraak van de Waalse officier Dufour aan ‘sublieme deserteur’ Karel de Schaepdrijver, met wie Van Severen aan het IJzerfront bevriend was. Uit zijn dagboeken en brieven weten we hoe hij vier jaar lang de hele IJzertragedie meemaakte, en verweesd, onteerd, gekwetst en verbolgen uit de oorlog kwam.
Het toen hoofdzakelijke cultuurflamigantisme van de Vlaamse Beweging (waarbij het hoogste doel de ontwikkeling was van de eigen volkscultuur), de schrijnende politieke onmondigheid van de talrijke Vlaamse boerenjongens in soldatenplunje tijdens de Grote Oorlog, de –aanvankelijk- als bevrijding aanvoelende bolsjewistische machtsgreep in Rusland (die de jonge Van Severen dreef tot een zeker emotioneel bolsjewisme verbonden met Vlaams-nationale motieven), en het uitblijven van de inwilliging van de Vlaamse eisen na de wapenstilstand van 1918 hebben een onmisbare invloed gehad op de levens- en maatschappijleer van Joris van Severen. De aanzetten tot de oprichting van het Verdinaso vinden we hierom met andere woorden al terug in zijn oorlogsdagboek.

In deze bespreking willen we het Verdinaso van Joris van Severen vooral kaderen en typeren in de jaren van het interbellum. Tezelfdertijd willen we dit alles tevens in het licht van de evolutie van Van Severens ideologie plaatsen en dusdanig een degelijk genuanceerd beeld onder ogen brengen, dit in tegenstelling tot bepaalde online te raadplegen bronnen die bij het Verdinaso en Joris van Severen het beeld van Van Severen schetsen als nationalist, potentiële collaborateur en ordinaire fascist. De nuancering in deze bronnen is soms als dusdanig afwezig, waardoor de drie voorgaande typeringen zelfs haast als synoniemen worden gebruikt.
In het volgende pogen we een ideologisch-biografische schets van Joris van Severen en zijn Verdinaso weer te geven, en tevens de evolutie van bepaalde begrippen uit zijn ideologische discours in deze biografische context te verwerken. Wat dat laatste betreft zijn we ons bewust dat hierbij van verschillende invalshoeken gebruik moet worden gemaakt, namelijk van zowel de psychologische ontwikkeling van de persoon Joris van Severen, als van de vaststelling dat zijn ideeën wortelden in de algemene intellectuele context van de beginnende twintigste eeuw en exemplarisch waren voor één bepaalde mentaliteit tijdens het interbellum, die haar wortels had in zowel het fin-de-siècle, als in de psychische schok van de Eerste Wereldoorlog, de Russische Revolutie van 1917, de economische crisis van 1929 en volgende jaren, de aftakeling van de parlementaire democratie en de opkomst van autoritaire regimes in Europa. (Naast de Sovjet-Unie in de eerste plaats het fascisme in Italië vanaf 1922). Zoals Romain Vanlandschoot in navolging van J. Kok al citeerde, is het uitspitten van een volledige levensloop geen sinecure. De beschrijving van die levensloop heeft namelijk behoefte aan een evenwichtig verband tussen het alledaagse gedrag van de gebiografeerde en de grote maatschappelijke samenhangen. Dit laatste is onmogelijk wanneer men verzaakt aan het objectief in beeld brengen van die permanente wisselwerking tussen de beïnvloeding door de omgeving en de beïnvloeding van de omgeving.

Na de Eerste Wereldoorlog werkten de frustraties van de niet vervulde Vlaamse eisen in de richting van een verstrakt Vlaams staatsnationalisme. Aangezien (politiek) nationalisme slechts een principe is en geen ideologie, vertelt dit nationalisme niets over hoe de samenleving dient te worden georganiseerd. De in wezen democratische en pluralistische Frontpartij werd om deze reden op korte tijd met tal van tegenstellingen geconfronteerd, en binnen de partij tekenden verschillende strekkingen zich af. Door middel van het Verdinaso poogde Joris van Severen een einde te stellen aan deze onmacht van de versnipperde Vlaams-nationalistische groepen en een volledige staats- en maatschappijhervorming door te drukken: het nationaal-solidarisme, met zijn corporatieve ordening van de samenleving. Van Severen hield in zijn invulling van het corporatisme uiteindelijk zowat het midden tussen de klassieke conservatief-katholieke interpretatie, gepromoot in de encycliek Quadragesimo Anno uit 1931, en de Italiaans fascistische interpretatie.
Het Verdinaso mag dan wel in de jaren dertig zijn opgericht, zoals al aangehaald kunnen we de aanzetten daartoe al in het oorlogsdagboek van Joris van Severen terugvinden: zowel de methode (evolutie van binnen uit, groeien van de nieuwe geest tot hij door de kracht der waarheid stilaan de kwade machten overrompelt), als het kernprogramma, en het (leninistische) model van de kaderpartij. Onder dit laatste verstaat men de politiek bewuste keurploeg (minderheid) die de onbewuste massa zal leiden naar democratie. In het volgende zal ook blijken dat het hier in deze bewoording bij Van Severen niet ging om parlementair-democratische overtuiging in conventionele zin, maar om het typische socialistisch linkse onderscheid tussen democratie als sociaal-economisch concept (sociale gelijkheid) en democratie als politiek begrip. Omstreeks 1920 zal Van Severen nog noteren dat voor de verwezenlijking van die democratie dictatuur nodig is om het ter waarheid te brengen, de dictatuur der geestespartij. Men kan enigszins verbaast zijn dergelijk ‘links’ gedachtegoed bij de latere Dinaso-leider aan te treffen, maar zoals later volgt kan men eenvoudigweg niet voorbijgaan aan deze fase in de ideologische ontwikkeling van Joris van Severen: de latere Van Severen ging ‘getekend’ blijven door zijn aanvankelijke bewondering voor een aantal ideeën en verwezenlijkingen van de radicale linkerzijde.

Tussen zijn ontstaan in 1931 en het feitelijke einde in 1940 stond het Verdinaso niet stil, maar evolueerde het zowel inhoudelijk als uiterlijk.
Een eerste belangrijke verandering was het in 1934 vervangen van het flamigantisme en de Groot-Nederlandse idee (alle Nederlandstaligen in één staat) door een ‘Belgische koers’ en de ‘Heel-Nederlandse’ gedachte (de ‘Bourgondische Nederlanden’ of de latere Benelux). Deze koerswijziging, de nieuwe marsrichting genoemd, zou Van Severen de banbliksems van de Vlaamse Beweging opleveren en het verwijt dat hij volksnationalisme inruilde voor een eerder belgicistische voluntaristisch-civiele rijksgedachte (staatsnationalisme).
De tweede belangrijke wijziging was het drastisch milderen van het agressieve, militaristische vertoon van de beginjaren tot een meer gematigde, haast burgerlijke stijl tegen het einde van de jaren dertig. Zoals Stijn Geudens hierbij terecht formuleerde kan men hierom het Verdinaso, meer nog dan een politiek initiatief in de enge zin van het woord, terecht een project van volksverheffing noemen, zo typisch voor de tijd van het interbellum. Centraal daarbij stonden de katholieke leer, en de ideeën over orde en discipline zoals Joris van Severen die in zijn collegetijd bij de jezuïeten had leren kennen. Tekenend is ook dat Van Severen, net als de Heilige Benedictus, een Leefregel opstelde. Het maakte het Verdinaso haast een geestelijke orde. Deze ordegedachte en de daarin verwezenlijkte permanente vorming is de reden waarom Joris van Severen, naast zijn charismatische persoonlijkheid, ook na zijn dood zo’n grote invloed op zijn vroegere medestanders bleef hebben. Van Severen was in die context een opvoeder, een vormer, en een bouwer. Hij omschreef zijn taak in 1934 als volgt: “Mijn taak, mijn ambacht (métier): mensen vormen, die in’t leven als krachten van schoonheid, edelmoedigheid en goedheid willen werken.” Ze vormden de volkse en tevens adellijke gestalte aan het Dinaso die in 1936 de enige aristocratische revolutie van deze tijd werd genoemd. Het blad Hier Dinaso! (HD) omschreef de beweging in hetzelfde jaar als volgt: “Het Dinaso is een strijd van het politieke verstand, de orde, en de aristocratische levenshouding (de voornaamheid) tegen de domheid, de wanorde, en den bourgeoisgeest die de incarnatie is van den geldgeest” (HD, 11.4.1936).

Naast de hierboven vermelde inhoudelijke en uiterlijke evolutie van het Verdinaso, wensen we tot slot van deze inleiding te benadrukken dat Joris van Severen tijdens de Tweede Wereldoorlog nooit heeft gecollaboreerd. Dit om de eenvoudige reden dat hij al op de eerste oorlogsdag als ‘staatsgevaarlijk’ element werd opgepakt, en nadien naar Frankrijk werd gevoerd, waar hij tien dagen na zijn arrestatie samen met twintig medegevangenen werd vermoord. Over de vraag waarom de ‘belgicist’ Van Severen op de verdachtenlijst stond, bestaat nog steeds onduidelijkheid. De dood van Joris van Severen betekende het feitelijke einde van het Verdinaso. Een deel van de beweging werd in het eerste bezettingsjaar opgeslokt door het VNV, en kwam in de collaboratie terecht. Andere Verdinaso-aanhangers -onder wie niet de minsten- engageerden zich dan weer in het verzet. Aangezien Van Severen in de periode voor het uitbreken van de oorlog Hitler geregeld zwaar op de korrel nam, en dit in Berlijn ongetwijfeld geweten was, is het niet ondenkbaar dat, mocht van Severen niet vermoord zijn, hij uiteindelijk (als gevangene) in een Duits concentratiekamp zou zijn terechtgekomen.
Bij de bevrijding, in 1944, wees een circulaire van Maurice Verbaet, Minister van Justitie, er in het kader van de juridische repressie op dat lidmaatschap van het Verdinaso geen strafbaar feit was.

(Wordt vervolgd)