•  
  •  
  • Home
  • /Deutsches Rotes Kreuz (DRK)

Deutsches Rotes Kreuz (DRK)

Een synopsis…

Index:

1. De inschakeling van Vlaamse meisjes in het Deutsches Rotes Kreuz (DRK)
2. Opleiding en inzet aan het Oostfront
3. Onbaatzuchtige inzet ondanks de vele ontgoochelingen
4. De laatste oorlogsmaanden en het lot in geval van Russische gevangenschap
5. Naoorlogse bestraffing van Vlaamse DRK-zusters


1. De inschakeling van Vlaamse meisjes in het ‘Deutsches Rotes Kreuz’ (DRK)

Benevens de duizenden mannelijke Vlamingen die aan het Oostfront dienst deden in reguliere Duitse krijgsformaties en paramilitaire eenheden, werden ook vrouwelijke vrijwilligers uit Vlaanderen in de rangen van het Deutsches Rotes Kreuz (DRK) ingezet. Zoals alle Europese landen, behalve de Sovjet-Unie, was Duitsland lid van Internationale Liga van het Rode Kruis, en had het in augustus 1864 en in juli 1929 de Conventie van Genève ondertekend. Daarbij werd aan het Rode Kruis-personeel van oorlogvoerende landen neutraliteit en bescherming gewaarborgd. De voornaamste bepalingen van deze overeenkomst stonden op het legitimatiebewijs vermeld dat het DRK-personeel van de Duitse Wehrmacht kreeg.

Voor 1942 ging het vooralsnog om Belgische verpleegsters met een diploma die al dienst deden in Belgische hospitalen, die op hun beurt waren overgenomen door het DRK of andere Duitse instanties. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie meldden zich in ons land, net zoals in verscheidene andere Europese landen, enkele honderden meisjes om in Duitsland tot hulpverpleegster te worden opgeleid en om vervolgens aan het Russische front te worden ingezet. Hiervoor verscheen in november 1942 in alle Vlaamse dagbladen de oproep dat alle geschoolde Vlaamse verpleegsters zich zonder meer konden aanmelden. Daarenboven konden ook niet-gediplomeerde meisjes zich aanmelden, en werd hen de mogelijkheid geboden te worden opgeleid tot hulpverpleegster of verpleegster. De Vlaamse meisjes werden hierbij benevens aangemoedigd door de talrijke oproepen van zowel het VNV, als diens politieke rivaal de DeVlag. Vooral het vrouwenverbond van het VNV, onder leiding van Odile Maréchal, wierf in de aanvangsfase bijzonder actief om “jonge vrouwen naar het Oostfront te sturen, waar ze in lazaretten als verpleegsters of hulpverpleegsters dienst kunnen doen voor het Vlaams Legioen”. VNV-Jeugdleider Edgar Lehembre gaf van zijn kant opdracht aan zijn leidsters om met het Duitse Rode Kruis onderhandelingen aan te knopen teneinde “deze nieuwe Vlaamse bijdrage aan de Duitse oorlogsinspanningen in goede banen te leiden”.

Fragment: Paula Bogaert en Martha Clement over hun persoonlijke motieven tot dienstneming bij het DRK.
 


2. Opleiding en inzet aan het Oostfront

In totaal vertrokken tussen februari 1943 en 27 augustus 1944 zo’n 25 verschillende contingenten DRK-vrijwilligsters. Naar schatting 800 Vlaamse meisjes meldden zich voor het DRK, waarvan er 600 effectief werden ingezet. De werving voor het Duitse Rode Kruis in de – zo omschreven – ‘Germaanse landen’  was in handen van de Germanische Leitstelle, een SS-organisatie.

Na ondertekening van het meldingsformulier kwamen de Vlaamse kandidaat-hulpverpleegsters onder bevoegdheid van het Duitse Rode Kruis te staan. Deze hulporganisatie was na Hitlers machtsovername op  militaire leest geschoeid.Dit betekende dat de Vlaamse meisjes benevens hun opleiding tot verpleegkundige ook leerden gehoorzamen aan militaire bevelen, kazernedienst deden en in formatie leerden opstappen. Ze brachten de verplichte Duitse groet bij elke begroeting.

De Belgische kandidaat-hulpverpleegsters (Anwärterinnen) verbleven aanvankelijk een drie tot vier weken in een DRK-opleidingingscentrum, waar ze een voorbereidingscursus volgden. Deze centra waren onder meer in Spa, Bosvoorde, Ter Hulpen en Brussel (Louizalaan).
Na de voltooiing van hun basisopleiding, dienden de Vlaamse DRK-helpsters de eed van trouw op Adolf Hitler af te leggen. Van dan af ontvingen ze een bruto maandloon van 35 tot 75 Reichsmark, wat niet veel was in vergelijking met andere paramilitaire organisaties. Hun familie ontving dezelfde ondersteuning als deze van Oostfrontsoldaten.
De volgende drie maanden werden besteed aan praktische en theoretische scholing in Duitse DRK-scholingscentra. De Anwärterinnen moesten er het grofste werk verrichten. Dat ging van aardappelen schillen, zieken verzorgen en wonden helen. Daarna werd men bevorderd tot Schwesterhelferin. Toen begon het echte werk in ziekenhuizen, lazaretten, moederhuizen, hospitalen en genezingshuizen. Daar ondervonden de Vlaamse meisjes spoedig dat er van de beloofde inzet bij het Vlaams Legioen niets in huis kwam. De belofte van de Vlaamse collaboratiezijde bij de aanwerving, dat de DRK-helpsters gezamenlijk bij het Vlaams Legioen zouden worden ingezet, bleek slechts een lokmiddel om zo veel mogelijk jonge, idealistische vrijwilligers aan te trekken. De DRK-verpleegsters concludeerden als snel dat ze integendeel werden gebruikt om het vuile werk van de Duitse verpleegsters op te knappen.

Fragment: Martha Clement over de eerste ervaren ontgoochelingen, kort na de eerste inzet als DRK-verpleegster.
 


3. Onbaatzuchtige inzet ondanks de vele ontgoochelingen

Vlaamse gewonden of zieken kregen Vlaamse DRK-helpsters echter zeer uitzonderlijk en slechts bij louter toeval  te zien. Wanneer het dan toch gebeurde dat Vlaamse gewonden van het Oostfront toekwamen, waren de Vlaamse DRK’s er als de kippen bij om de Vlaamse jongens te mogen verplegen. Verschillenden onder hen zagen ze opgemonterd en hersteld terug naar het front vertrekken, tal van andere Vlaamse zwaargewonden werden bijgestaan tot in hun laatste uren. Veel tijd om te treuren was er niet: het werk nam in omvang toe naarmate de oorlog nog grotere vormen aannam. De stromen van gewonden werden steeds langer en de rustpauzes steeds korter.

Fragment: Martha Clement over hoe de Vlaamse DRK-helpsters werden behandeld door de Vlaamse Oostfronters, en hoe dit soms in contrast stond met hoe ze door de Duitsers werden behandeld.

 

Naarmate de oorlog vorderde, kreeg het DRK met personeelstekort te kampen. Vlaamse DRK-helpsters werden voortaan ook in veldhospitalen en op hospitaaltreinen achter het front ingezet, waar ze rechtstreeks met de gruwelijke werkelijkheid van een moderne oorlog te maken kregen. Hun werkterrein kende geen grenzen. Enkelen, zoals onder andere Angnes Van Dongen en Maria Van Aerde ontvingen voor hun moedige optreden het Kriegsverdienstkreuz II. Klasse (KVK II) mit Schwertern. Voor daden van moed in direct contact met de vijand ontvingen onder meer Lucie Lejeune en Martha Clement het Eisernes Kreuz II. Klasse (EK II).

Fragment: volgens Simonne Conradi, Marie-Louize Degraeve, Albertine Sellier en anderen werden de stromen gewonden steeds groter, en de omstandigheden alsmaar zwaarder.


4. De laatste oorlogsmaanden en het lot in van geval van Russische gevangenschap

Begin 1945 waren de Vlaamse DRK-werksters zowat op alle fronten werkzaam. Warschau,  Praag, Narva, Wenen, Boedapest en Sagan zijn slechts enkele plaatsnamen waar Vlaamse hulpverpleegsters op de bres stonden om het leed van gewonde soldaten en burgers te verzachten. Een aantal onder hen, zoals Maria Van Aerden betaalde deze inzet met hun leven, toen hun ziekenhuis door luchtaanvallen werd getroffen. Tijdens dergelijke bombardementen werden tal van Vlaamse DRK-meisjes gedood of vermist: verkoold met hun patiënten in de ziekenzalen, of bedolven onder het puin van ingestorte muren. Anderen weigerden om hun post te verlaten toen ze nog de kans hadden om enkele dagen voor de Duitse capitulatie aan Russische gevangenschap te ontkomen.

Fragment: tijdens de belegering van Breslau kreeg Lucie Lefever het aanbod om te worden geëvacueerd, maar ze verkoos bij haar patiënten te blijven. Na de val van Breslau viel ze in de handen van de Russische bevrijders…


5. Naoorlogse bestraffing van Vlaamse DRK-zusters

Met het einde van de oorlog kwam evenwel nog geen einde aan de lijdensweg van de Vlaamse DRK-meisjes. In tegenstelling tot hetgeen sommigen onder hen dachten, onttrok de Conventie van Genève hen geenszins aan vervolging door het Belgisch Krijgsgerecht wegens medewerking met de vijand. De conventie had immers enkel betrekking op de behandeling van Rode Kruis-personeel bij oorlogsvoering of in krijgsgevangenschap. Bij de thuiskomst stond de Vlaamse meisjes een veroordeling en verscheidene maanden gevangenisstraf te wachten.

Fragment: Albertine Selliers, Simone Conradi en Martha Clement vertellen over hun naoorlogse beschuldiging en bestraffing.