•  
  •  
  • Home
  • /Papier
  • /Verdinaso-programmaboekje (zogenoemd ‘Verdinaso-brevier’)

Verdinaso-programmaboekje (zogenoemd ‘Verdinaso-brevier’)

Ter nagedachtenis van haar vermoorde Leider Joris van Severen, brachten Verdinaso-getrouwen tijdens de bezetting onderstaand Verdinaso-programmaboekje uit, dat wegens de rood-lederen kaft en de gekartelde bladen sterk aan een brevier doet denken.  Net als het brevier in bij de katholieke kerk was ook dit programmaboekje – geheel in de geest van het Verdinaso als vormingsbeweging- bedoeld tot studie, zelfonderzoek, persoonlijkheidsvorming en ‘devotie’ van de Dinaso-militant. Tegenwoordig zijn deze boekjes bijzonder zeldzaam geworden.

Naast een formulering van het programma van het Verdinaso werden vervolgens onder de hoofding ‘Zoo sprak de Leider‘ passages uit toespraken van Joris van Severen aangehaald en gebundeld.

Een kleine greep uit de citaten:

Het groote tooverwoord van het democratisme luidt: de volkswil.
Nog een gekheid! Men spreekt van den ‘wil’ van het volk, terwijl men niet eens weet wat een volk is.
Het volk heeft geen wil. Alleen de menselijke persoon is met wil begaafd. En waar men dan toch, in overdrachtelijken zin, van een volkswil spreken wil, bedenke men dat het ‘volk’ niet bestaat uit een of ander voorbijgaand geslacht, maar uit de aaneengesloten reeks van geslachten, die doorheen de eeuwen zich het eene uit het andere ontwikkelen. Want het volk is een levend organisme, dat leeft en groeit door de eeuwen heen, van geslacht tot geslacht.
En dan zien wij dat, waar van ‘volkswil’ sprake kan zijn er geen andere bestaat dan deze: te leven.

De volkswil is niets anders dan het ooreigen levensinstinct van een volk. Dat oorinstinct, die levenswil, uit zich niet in en door die vuile dozen, die  men stembussen heet. Hij uit zich en vindt zijn vorm, zijn gestalte in en door de waarachtig grooten , die in den schoot van het volk tevoorschijn kwamen; in en door de genieën, in en door de helden.
– 20 augustus 1934

Er bestaat geen Belgisch volk, er bestaat geen Vlaamsch volk, er bestaat geen Hollands volk. Wat wel bestaat, dat is het Dietsche volk. Het leeft op het grondgebied der aloude Nederlanden, verscheurd in drie deelen, die elk door een andere staat worden bestuurd.
– 22 augustus 1936

De ‘Walen’ zijn geen ‘vreemden’, maar door de eeuwen heen lotsverbonden met ons en niet alleen lotsverbonden, maar ook Dietschers naar de afstamming en het bloed (echter geromaniseerde Dietschers), Franken zooals wij, maar door de gebeurtenissen die ik hier niet te onderzoeken heb, Franken die geromaniseerd werden. Zij zijn dus in den vollen zin van het woord: volks- en rijksgenoten.
– 30 April 1938

Ah, die geest van het Verdinaso. Als de assche van Claes op de borst van Uilenspiegel, zoo klopt hij op de borst van elken Dinaso. Hij laat hem niet meer los. Hij is de hoogste reden van zijn leven geworden.
Hij is, dag na dag meer, de Stijl van den nieuwen Dietschen mensch, de Stijl van den mensch van het komende Dietsche Rijk. Dit wil zeggen: de Stijl van een groote, onbevangene en beschaafde persoonlijkheid.

– 4 augustus 1938

De strijd dien wij voeren wordt meer en meer gevoerd volgens een militaire methode, in een geest van waarachtige aristocratie, scheppende een stijl die de stijl aan het worden is van den nieuwen Dietscher: sober zelfbewustzijn, onbevangen fierheid, kordate oprechtheid, correctheid en beleefdheid, en, door dit alles, eene imponeerende en veroverende levenshouding.
– 2 april 1936

Werkt en werkt rusteloos in dien geest, dien ik U altijd heb voorgehouden, geest van volhardende dapperheid in eenvoud, correctheid en beleefdheid die het kenmerk moet zijn van den Dinaso.
– 20 mei 1939

Correctheid beteekent: in alles eene houding aannemen, eene houding hebben die in niets afwijkt van de door taak en stand gestelde eischen.
– 12 september 1939

Tegenover het werkwoord ‘trekken’ stelt het Verdinaso het werkwoord ‘dienen’.
En de Dinaso’s kennen slechts een enkele vervoeging van dat werkwoord: de ‘tegenwoordige’ tijd: ik dien, wij dienen.

– 11 maart 1939

De trouwe is als het ware de gehoorzaamheid van den zelfbewusten vrijen man.
– 23 april 1937

Ik zal den strijd voeren tot de zege of tot ik er bij val.
– 4 augustus  1935

 

Geef een reactie