•  
  •  

Flor Grammens (1899-1985): de man van de DAAD!

DSC02269

Een herdenkingskaart, gesigneerd door Flor Grammens, ter herinnering aan een Grammensmanifestatie uit 1937 en een editie van ‘DAAD’ uit november 1939.

Afkomstig uit een boerenfamilie studeerde Flor -eigenlijk Florimond- Grammens aan het college van Eeklo en daarna aan de normaalschool te St.-Niklaas. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd hij vrijwillig brancardier bij het veldleger. Na de oorlog studeerde hij lichaamlijke opvoeding aan de universiteit van Gent, en technische vakken aan de provinciale normaalleergangen. In 1920 werd hij leraar aan het college te Ronse.  Flor Grammens werd daad-flamingant op het college, vooral toen hij als leraar de onrechtvaardige en onwettelijke toestanden leerde kennen.

Fragment: Flor Grammens vertelt over 11 juli 1919 en waarom hij evolueerde naar anti-belgicist.

 

De taalsituatie in Ronse bracht hem in contact met andere Vlaamsgezinden zoals Leo Vindevogel en de toenmalige algemeen voorzitter van het Davidsfonds Arthur Boon. In 1931 werd Grammens inspekteur van het technisch onderwijs.

Op vraag van Boon hield Grammens op het Algemeen Davidsfondscongres in 1926 een voordracht over de Taaltoestanden in de streek Avelgem-Ronse-Twee Akren. Dit werd het begin van zijn vele optredens als voordrachtgever in Vlaanderen, en de start van een diepgaande studie over het probleem. In 1927 maakte Grammens een voetreis langsheen de hele taalgrens, waarbij hij de taaltoestand ter plaatse onderzocht. Hij richtte mee een neutraal en een Davidsfonds-taalgrenskomitee op, en stichtte vanaf 1929 verschillende plaatselijke taalgrensactiegroepen. Meetings, voorlichtingscampagnes en petities tot het verkrijgen van de tweetaligheid voor taalgrenscentra volgden elkaar op. In plaatsen waar men bleef weigeren, begon hij in 1931 zelf voor de tweetaligheid te zorgen. Dit leverde hem processen op die gevoerd moesten worden in de provincies Luik en Henegouwen, waar hij als eerste voor Waalse rechtbanken de rechtspleging in het Nederlands eiste. Zijn proces wekte veel opzien. Het moest aantonen dat Fransonkundige Vlaamse bewoners van de taalgrensgebieden zich in werkelijkheid niet naar behoren konden verdedigen.  Mede door dergelijke acties en onder invloed van Grammens kwamen nieuwe taalwetgevingen tot stand : in 1932 de taalwetgeving op het onderwijs en de besturen, in 1935 die op het gebruik van de talen in rechtzaken.

Een nieuwe periode in de taalgrens-actie begon toen Flor Grammens in januari 1937 in witte ‘schilderskiel’, met verf en borstel, er op uittrok om de Franstalige straatnaamborden en wegwijzerplaten in de tweetalige taalgrensstad Edingen te overschilderen. Na drie weken actie en verschillende interpellaties in het Parlement, beloofde de Minister van Binnenlandse Zaken De Schryver een onderzoek in te stellen naar de toepassing van de taalwet op de taalgrens. Grammens zou er zijn acties tijdelijk opschorten.
Talrijke Vlaamse studenten sloten zich aan bij wat zij noemden ‘de nieuwe Vlaamse schilderschool’. Overal waar zij maar konden, voerden ze acties uit.  In februari 1937 verlegde Grammensmet hun steun zijn actie naar de tweetalige gemeenten in Vlaanderen zelf, die volgens de taalwet eentalig moesten zijn. Op één nacht werden op meer dan 200 plaatsen de Franstalige opschriften overschilderd. Deze spectaculaire actie leidde tot heel wat nieuwe interpellaties in Kamer en Senaat. Deze acties werden gedeeltelijk gefinancierd door het Grammensfonds, een vereniging die voor dit doel werd opgericht in 1938. Tot in 1939 werden deze acties verdergezet en vaak met resultaat. In Gent bijvoorbeeld werd de overschildering tot vier keer teruggedraaid door de gemeente. Tenslotte besliste de actiegroep alle borden kapot te slaan. Een week later besliste de gemeenteraad uiteindelijk de eentaligheid (die sinds 1932 wettelijk verplicht was) in te voeren en de verschillende processen-verbaal die waren opgesteld, niet door te spelen aan het gerecht. Grammens werd voor zijn acties meermaals geverbaliseerd en zelfs in de gevangenis opgesloten, wat telkens weer aanleiding gaf tot nieuwe agitaties. In de Franstalige pers werd hij erg aangevallen en beschimpt als ‘Le barbouilleur national’. In Vlaanderen werd hij voor velen het zinnebeeld van een simpel, wettelijk toegekend recht. In januari 1938 ondernamen studenten een bestorming van de gevangenis van Tongeren, in een poging Grammens te bevrijden. Ook een poging een jaar later om hem uit de gevangenis van Oudenaarde te bevrijden mislukte. Op 3 juli 1938 werd in Gent een verzetsbetoging georganiseerd met enkele tienduizenden betogers om de vrijlating te eisen van Grammens die toen opgesloten zat in de gevangenis van Gent. Veel bij deze acties betrokken studenten, speelden later nog een belangrijke rol in de Belgische politiek.  De campagne duurde drie jaar, tot in 1939 de uiterlijke eentaligheid van Vlaanderen werd verkregen.

Fragment: Flor Grammens vertelt over de ‘nieuwe Vlaamse schilderschool’ en andere Grammensacties vanaf de late jaren ’30.

 

Fragment: de activiteiten van Grammens werden ook door Clemens De Landsheer gefilmd.

 

In 1939 werd Grammens, na een onvoorziene parlementsontbinding en -verkiezing, als onafhankelijk volksvertegenwoordiger verkozen op de lijst van het VNV (Vlaams Nationaal Verbond). Van partijpolitiek had Grammens geen hoge pet op en wilde nooit lid van een partij worden, teneinde onafhankelijk en met zo veel mogelijk Vlaamsgezinden te kunnen optreden.  Bij zijn intrede in de Kamer ontstonden er incidenten en eiste hij dat ook op en in de parlementsgebouwen de tweetaligheid zou worden toegepast, wat onder dreiging met een nieuwe actie spoedig ook gebeurde.

Fragment: Grammens had van partijpolitiek geen hoge pet op. In 1939 kwam hij op de ‘Grammenslijst’ van het VNV te staan en werd als onafhankelijk volksvertegenwoordiger verkozen.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kantte  Flor Grammens zich tegen de politieke collaboratie en trad hij niet toe tot de Eenheidbeweging-VNV. Hij bleef wel verder de Vlaamse zaak bepleiten. Op advies van de Vlaamse cultuurverenigingen aanvaardde hij lid en daarna voorzitter te worden van de Commissie voor Taaltoezicht, waarin Vlamingen en Walen zetelden. Onder zijn leiding werden door die Commissie onderzoeken ingesteld naar de toepassing van de taalwetten in de taalgrensgemeenten en in de hoofdstedelijke agglomeratie. Het bleek dat in de Brusselse gemeenten talrijke Vlaamse kinderen  onwettig in Franstalige klassen waren ondergebracht. Na een beoordeling door een jury, waarvan Grammens geen deel uitmaakte, werden vele kinderen overgeplaatst naar Nederlandstalige klassen, zodat het percentage Vlaamse leerlingen in Brusselse klassen steeg van 19 in 1939 tot 43 in 1943. Dit resultaat werd na de Bevrijding in 1944 weer voor een groot deel wederrechtelijk ongedaan gemaakt.

Fragment: Flor Grammens licht zijn standpunt over de politieke collaboratie en de Oostfronters toe.

 

Na de Bevrijding werd Grammens, die zich verdedigde met het argument dat hij en zijn commissie niets anders hadden gedaan dan de Belgische wetten toepassen, in weerwil van zijn parlementaire onschendbaarheid opgesloten, terwijl zijn woning werd geplunderd. Hij liep een gevangenisstraf van zes jaar op (waarvan hij er vier heeft uitgezeten), een boette van 50.000 frank, en levenslange ontzetting uit alle rechten.  Het werk van de Commissie voor Taaltoezicht werd zoals hierboven al aangegeven grotendeels tenietgedaan. Bij zijn vrijlating in 1950 richtte Grammens het Grammensfonds opnieuw op en hielp hij in 1956 de Vlaamse Volksbeweging oprichten. In 1958 trad hij op tegen de ééntalig Franse opschriften op de Wereldtentoonstelling in Brussel en later tegen de Franse reclame-opschriften aan de kust en elders in Vlaanderen.

Fragment: een kolerieke Flor Grammens over zijn veroordeling tijdens de repressie.

 

Gepost in: Interbellum, Papier | 0

Geef een reactie