•  
  •  

Blog

Verschillende Waffen-SS schuitjes en Feldmütze

Toen het Duitse leger op 10 mei 1940 de Lage Landen en Frankrijk binnen viel, namen eenheden van de Waffen-SS – toen nog als SS-Verfügungstruppe – aan de gevechten deel. Ze onderscheidden zich door de moed, maar ook door de roekeloosheid waarmee ze zich in de strijd wiepen. De Waffen-SS kreeg spoedig de reputatie van een elitekorps: soldaten van de Waffen-SS waren steeds bereid om in de moeilijkste omstandigheden de strijd aan te gaan, en daarbij gingen ze tot het uiterste. Als politiek sterk gemotiveerde vrijwilligers waren de Waffen-SS’ers een klasse apart in het Duitse leger. Ze waren in de eerste plaats politieke soldaten. Ze vochten niet enkel voor Führer en vaderland, maar stelden zich op als de gewapende voorhoede van de nationaalsocialistische revolutie onder de wapenspreuk: “Meine Ehre heisst Treue” (mijn eer is mijn trouw).

Gedurende de Tweede Wereldoorlog behoorden tien à twaalf duizend Vlamingen, die in militaire dienst traden, tot de Waffen-SS. We moeten echter van meet af aan een duidelijk onderscheid maken tussen de enkele honderden Vlaamse vrijwilligers die rechtstreeks toetraden tot de eenheden van de Waffen-SS, en de duizenden Vlamingen die zich na de inval in de Sovjet-Unie van 22 juni 1941 aanmeldden voor het Vlaams Legioen, een aan de Waffen-SS ondergeschikte eenheid. De vrijwilligers van de Waffen-SS zwoeren de eed van de SS-soldaat en konden theoretisch op alle fronten – dus ook in het westen – worden ingezet. De Legioensoldaten daarentegen verbonden zich onder ede echter uitsluitend voor de strijd tegen het bolsjewisme aan het Oostfront.

DSC02359

Verschillende Waffen-SS schuitjes en Feldmütze.

 

Activistische affiche naar aanleiding van 11 juli 1918

Aldus Wikipedia was activisme de benaming voor het deel van de Vlaamse Beweging dat tijdens de Eerste Wereldoorlog via de collaboratie met Duitsland een aantal Vlaamse grieven en zelfs Vlaamse onafhankelijkheid hoopte te verwezenlijken. De Flamenpolitik van de Duitse bezettende overheid speelde een belangrijke rol bij haar ontstaan, en door allerlei vooroorlogse Vlaamse eisen in te willigen hoopten de Duitsers de Vlaamse bevolking voor zich te winnen en België te kunnen blijven beheersen. Sociaal-economisch leunde het activisme sterk aan bij het daensisme, terwijl heel wat activistische intellectuelen op cultureel vlak  het humanitair expressionisme aanhingen. Door de Duitse repressieve maatregelen die aan de bevolking werden opgelegd, konden de activisten maar op weinig sympathie rekenen bij de Vlaamse bevolking.

De Flamenpolitiek lag in oktober 1916 aan de basis van de vernederlandsing van de – toen nog volledig – Franstalige universiteit van Gent . (Al spreekt het voor zich dat deze vervlaamsing na het einde van de Eerste Wereldoorlog weer volledig ongedaan werd gemaakt.)
Een tweede verwezenlijking van de Flamenpolitik situeert zich in de uitroeping van de zelfstandigheid van Vlaanderen eind 1917. De redenen hiervoor moet men onder andere situeren in de vredesvoorstellen die door de Duitsers in 1916 werden gemaakt, en de nota van de Amerikaanse president Wilson, eind 1916, waarmee de oorlogvoerenden werden bevraagd naar hun voorwaarden om een einde te stellen aan de oorlog. Teneinde het activisme hierbij internationale legitimiteit te verschaffen, en de activisten hierbij uit naam van het Vlaamse volk te laten spreken, werd in februari 1917 door de Duitse bezettende overheid een officieus Vlaams parlement opgericht, de Raad van Vlaanderen. Deze onderhandelde met de Duitse bezettende overheid over het toekomstig statuut voor Vlaanderen. Tijdens deze onderhandeling werd op 21 maart de bestuurlijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië ingevoerd. Op 22 december 1917 riep de Raad van Vlaanderen de zelfstandigheid van Vlaanderen uit.

Naar aanleiding van 11 juli volgend op deze zelfstandigheidsverklaring, dus in 1918, werd in bezet Kortrijk met onderstaande affiche een groots opgezette herdenkingsprocessie naar de Groeningekouter aangekondigd. Tijdens deze plechtigheid werden tevens Vlaamse krijgsgevangen en deserteurs ingeschakeld en ‘opgevoerd’ ten voordele voor de zaak van de activisten.
Het beeld op deze affiche werd door de activisten midden 1918 gebruikt om de Vlaamse ontvoogding te symboliseren. Onder de titel “Vlaanderen is vrij” lezen we:
Na 87 jaar verknechting in het “Belgisch vaderland”, aan verbastering en ontaarding ten prooi, bevolen in eene vreemde taal, bestolen tot op de huid door Walen en Franskiljons, zoo heeft de Vlaming thans zijne slavenketens verbroken. Opnieuw treedt hij nu met breeden stap in de rij der vrije volkeren, de vastberaden blik gericht op de toekomst, als keurkamper der vrijheid de lenden omgord met de leeuwenvaan der moedige voorvaderen. Vlamingen! Hoog de harten! Juicht om Vlaanderen’s zelfstandigheid!

Het einde van het activisme viel samen met het einde van de Eerste Wereldoorlog. Op 11 november 1918 en volgende dagen, werden huizen van activisten geplunderd en vaak door een woedende menigte in brand gestoken. De leiders werden gearresteerd of gingen in ballingschap. Deze laatsten werden meestal bij verstek ter dood veroordeeld.

DSC02462

Activistische affiche naar aanleiding van 11 juli 1918

 

HJ-skimuts van de Hitlerjeugd-Vlaanderen

Recentelijk werd op deze website onder de rubriek ‘Groeperingen’ een bijdrage over de Hitlerjeugd-Vlaanderen toegevoegd. Hiermee wensen we de totstandkoming van de Hitlerjeugd-Vlaanderen te schetsen binnen de politieke machtsstrijd tussen het VNV en de DeVlag. Deze Hitlerjeugd-Vlaanderen ontstond in 1943 onder Vlaamse collaborerende DeVlag-impuls, als tegengewicht voor de door het VNV gedomineerde Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV). Zoals in het artikel wordt beschreven, bestond in België sinds 1933 echter ook al de (Duitse) Hitlerjugend (Flandern), ook Auslands-HJ genoemd, die de Rijksduitse jongens en meisjes van Duitse immigranten probeerde te verenigen.

Volgens de voorschriften werd de donkerblauwe ski-muts van de leden van de Hitlerjeugd-Vlaanderen voorzien van de rijksadelaar (Hoheitsadler). Het embleem van de Hitlerjugend was bij de Auslands-HJ in voege. Fotografische studie toont echter een verscheidenheid aan in de rangen van de Hitlerjeugd-Vlaanderen.

HJ-skimuts voorzien van de rijksadelaar (hier: Reichspost!), zoals het was voorgeschreven in de Hitlerjeugd-Vlaanderen

 

Belgische makelij Waffen-SS Schirmmütze voor manschappen en onderofficieren

Waffen-SS Schirmmütze voor manschappen en onderofficieren, van Belgische makelij. De pet is voorzien van een Belgische makelij type doodskop (Indian Caps-type), en een Duitse makelij type adelaar (Ferdinand Wagner SS 475/42 in zink). De nationaliteit van de oorspronkelijke drager is onmogelijk met zekerheid toe te wijzen. Gezien de regio waar ze is opgedoken kan het gaan om een achtergebleven hoofddeksel van een SS-man uit de SS-divisie ‘Das Reich’. In extremis kan ze echter hebben toebehoord aan elke wapendrager in krijgsdienst bij de Waffen-SS, die minstens ooit eens in Belgische contreien een verlof heeft doorgebracht. Bijgevolg kan ze dus evenzeer worden toegewezen aan een lid van de ‘SS-Sturmbrigade Wallonien’, nadat het Waals Legioen vanaf midden 1943 onder deze nieuwe benaming eveneens onder de Waffen-SS ressorteerde.

DSC02288

Belgische makelij manschappen Waffen-SS Schirmütze.