•  
  •  

Maurits Geerardyn: kandidaat-aalmoezenier voor het Vlaams Legioen

Maurits Geerardyn werd in 1896 geboren in Noordschote (West-Vlaanderen). In 1915 belandde hij als oorlogsvrijwilliger in de loopgraven aan de IJzer.  Om zijn Vlaamsgezindheid werd hij beschuldigd van opstandigheid en defaitisme, en verbannen naar het strafkamp van de houthakkers aan de Orne (Frankrijk). Na de oorlog werd hij in 1919 vrijgelaten en ging hij voor priester studeren. In februari 1920 werd hij wegens ‘defaitisme’ echter weer opgepakt. In 1921 verleende de krijgsraad hem vrijspraak. Na zijn priesterwijding stuurde de kerkelijke overheid hem naar Leuven om er kerkelijk recht te studeren. Daar steunde hij actief het Katholiek Vlaamsch Hoogstudenten Verbond (KVHV), wat hem in 1925 in stilte een verbanning als kapelaan in Brugge opleverde. Als priester botste hij voortdurend met zijn oversten. Hij werd medestichter van het Vlaams-nationale weekblad Jong-Dietsland, waarin hij een rubriek verzorgde over de Vlaams-nationalistische beweging.

Tijdens de verkiezingen van 1929 weigerde Geerardyn openlijk partij te kiezen voor de Katholieke Partij. Hij werd uit Brugge verwijderd en tot kapelaan van Rollegem (bij Kortrijk) benoemd. Ook in Rollegem weigerde Geerardyn ieder partijpolitiek proost-schap. Hij werd door de Brugse bisschop Mgr. Waffelaert uit zijn ambt ontheven en wijkte uit naar Nederland. Ondertussen onderhield hij goede relaties met Cyriel Verschaeve en Joris van Severen. Met die laatste ijverde hij voor de eenheid van de Nederlanden, en stond (aanvankelijk) positief tegenover de Dinaso-actie van Van Severen. In Nederland werd Geerardyn professor het seminarie van Utrecht, waar hij door zijn superieuren zeer werd gewaardeerd.

In 1941, nadat hij te Nijmegen voor het doctoraat in de wijsbegeerte en de kandidatuur in het burgerlijk recht was geslaagd, keerde hij naar Vlaanderen terug. Na de Duitse inval in de Sovjetunie en de daaropvolgende wervingsacties voor het Vlaams Legioen meldde Geerardyn zich voor de functie van aalmoezenier voor het Vlaams Legioen. Hij zou echter nooit vertrekken. Volgens Jef François is hij uiteindelijk niet gegaan omdat hij geen toestemming kreeg van de geestelijke overheid.

Fragment: Jef François over de melding van Maurits Geerardijn als kandidaat-aalmoezenier voor het Vlaams Legioen.

 

In een Vlaams bisdom kreeg Geerardyn, ondanks aanbevelingen van de Nederlandse kardinaal De Jong, geen ambt toegewezen. Hij vestigde zich uiteindelijk in Mariaburg bij Antwerpen. In Mariaburg stichtte Geerardyn het Dietse Eedverbond, dat zich fel verzette tegen de verduitsing en  de vergaande samenwerking tussen het VNV en de bezetter. Naar verluidt lieten René Lagrou van de Algemene SS-Vlaanderen en Cyriel Verschaeve weten dat de Duitsers Geerardyn en zijn “Eedverbonders” ontschadelijk zouden maken als zij doorgingen met clandestiene acties te voeren tegen verduitsing en tegen de Oostfront-propaganda. Het Diets Eedverbond had geen uiterlijke organisatie, maar was een geheim genoodschap van Vlamingen die hun Heel-Nederlanderschap beleden, maar gericht waren tegen iedere vorm van verduitsing.

Na de oorlog werd Geerardyn door het verzet gearresteerd, maar in 1946 werd hij buiten vervolging gesteld. In 1949 trok hij naar de Verenigde Staten van Amerika, en schopte hij het tot directeur van een college in Santa Fé, waar hij in 1952 de titel doctor honoris causa of education Fremont kreeg.

In 1957 keer de Geerardyn naar Vlaanderen terug, waar hij tot pastoor van Mannekensvere werd benoemd. Na zijn terugkeer zocht hij systematisch contact op met de vele diverse groeperingen van flaminganten. In woord en geschrifte stuurde hij aan op verruiming van de Vlaamse horizon. Voor hem was de Vlaamse Beweging na de Tweede Wereldoorlog alleen nog maar een strijd voor ‘normalisatie’ binnen de Belgische staat. Hij was van mening dat Vlaanderen zich met Nederland in de Benelux moest weten te realiseren.

DSC01571

Leave a Reply