•  
  •  
  • Home
  • /Archive by category ' Verdinaso '
  • /Page 2

Archive For: Verdinaso

Joris van Severen door de lens van Willy Kessels (1898-1974)

Originele portretfoto van Joris van Severen gefotografeerd door Willy Kessels. Links onderaan is in het fotopapier de naam ‘WILLY KESSELS’ ingestempeld.

Willy Kessels (1898-1974) wordt beschouwd als de belangrijkste vertegenwoordiger in ons land van een nieuwe, modernistische fotografie die vanaf het einde van de jaren 1920 op de voorgrond trad. Zijn oeuvre is bijzonder illustratief voor de praktijk van de beroepsfotograaf in de jaren ’30. Hij was actief op vele uiteenlopende terreinen: reportage en publiciteit, mode en portret, architectuur en industrie, naaktstudies, collages en abstracte experimenten.
Kessels was in 1932 betrokken bij de organisatie van de eerste “Internationale Tentoonstelling voor Fotografie en Cinematografie” in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. In 1933 realiseerde hij setfoto’s bij de communistisch geïnspireerde documentaire film ‘Misère au Borinage‘ van Joris Ivens en Henri Storck. In 1935 sloot hij vriendschap met Joris van Severen en realiseerde hij foto- en filmreportages voor het Verdinaso. In 1940 illustreerde hij het boek ‘Rex. Renaissance de la patrie‘ van Jean Denis en Léon Degrelle. Na de dood van Van Severen was Kessels tijdens de oorlog betrokken bij de oprichting van de kunstenaarsvereniging ‘De Meivisch’ te Bornem. Tevens maakte hij foto’s voor magazines van de bezetter. Hiervoor werd hij na de oorlog veroordeeld wegens ‘passieve collaboratie’.
Kessels hernam in de jaren 1950 zijn commerciële activiteiten en trad in deze periode vooral naar buiten met een aantal fotoboeken over zijn geboortestreek, het Scheldeland. Hierin leek Kessels afstand te hebben genomen van het modernisme, maar in de afzondering van zijn atelier bleef hij experimenteren met abstracties en ongewone afdruktechnieken.

Afbeelding 269

Originele portretfoto van Joris van Severen gefotografeerd door Willy Kessels. Links onderaan is in het fotopapier de naam ‘WILLY KESSELS’ ingestempeld.

 

Verdinaso-programmaboekje (zogenoemd ‘Verdinaso-brevier’)

Ter nagedachtenis van haar vermoorde Leider Joris van Severen, brachten Verdinaso-getrouwen tijdens de bezetting onderstaand Verdinaso-programmaboekje uit, dat wegens de rood-lederen kaft en de gekartelde bladen sterk aan een brevier doet denken.  Net als het brevier in bij de katholieke kerk was ook dit programmaboekje – geheel in de geest van het Verdinaso als vormingsbeweging- bedoeld tot studie, zelfonderzoek, persoonlijkheidsvorming en ‘devotie’ van de Dinaso-militant. Tegenwoordig zijn deze boekjes bijzonder zeldzaam geworden.

Naast een formulering van het programma van het Verdinaso werden vervolgens onder de hoofding ‘Zoo sprak de Leider‘ passages uit toespraken van Joris van Severen aangehaald en gebundeld.

Een kleine greep uit de citaten:

Het groote tooverwoord van het democratisme luidt: de volkswil.
Nog een gekheid! Men spreekt van den ‘wil’ van het volk, terwijl men niet eens weet wat een volk is.
Het volk heeft geen wil. Alleen de menselijke persoon is met wil begaafd. En waar men dan toch, in overdrachtelijken zin, van een volkswil spreken wil, bedenke men dat het ‘volk’ niet bestaat uit een of ander voorbijgaand geslacht, maar uit de aaneengesloten reeks van geslachten, die doorheen de eeuwen zich het eene uit het andere ontwikkelen. Want het volk is een levend organisme, dat leeft en groeit door de eeuwen heen, van geslacht tot geslacht.
En dan zien wij dat, waar van ‘volkswil’ sprake kan zijn er geen andere bestaat dan deze: te leven.

De volkswil is niets anders dan het ooreigen levensinstinct van een volk. Dat oorinstinct, die levenswil, uit zich niet in en door die vuile dozen, die  men stembussen heet. Hij uit zich en vindt zijn vorm, zijn gestalte in en door de waarachtig grooten , die in den schoot van het volk tevoorschijn kwamen; in en door de genieën, in en door de helden.
– 20 augustus 1934

Er bestaat geen Belgisch volk, er bestaat geen Vlaamsch volk, er bestaat geen Hollands volk. Wat wel bestaat, dat is het Dietsche volk. Het leeft op het grondgebied der aloude Nederlanden, verscheurd in drie deelen, die elk door een andere staat worden bestuurd.
– 22 augustus 1936

De ‘Walen’ zijn geen ‘vreemden’, maar door de eeuwen heen lotsverbonden met ons en niet alleen lotsverbonden, maar ook Dietschers naar de afstamming en het bloed (echter geromaniseerde Dietschers), Franken zooals wij, maar door de gebeurtenissen die ik hier niet te onderzoeken heb, Franken die geromaniseerd werden. Zij zijn dus in den vollen zin van het woord: volks- en rijksgenoten.
– 30 April 1938

Ah, die geest van het Verdinaso. Als de assche van Claes op de borst van Uilenspiegel, zoo klopt hij op de borst van elken Dinaso. Hij laat hem niet meer los. Hij is de hoogste reden van zijn leven geworden.
Hij is, dag na dag meer, de Stijl van den nieuwen Dietschen mensch, de Stijl van den mensch van het komende Dietsche Rijk. Dit wil zeggen: de Stijl van een groote, onbevangene en beschaafde persoonlijkheid.

– 4 augustus 1938

De strijd dien wij voeren wordt meer en meer gevoerd volgens een militaire methode, in een geest van waarachtige aristocratie, scheppende een stijl die de stijl aan het worden is van den nieuwen Dietscher: sober zelfbewustzijn, onbevangen fierheid, kordate oprechtheid, correctheid en beleefdheid, en, door dit alles, eene imponeerende en veroverende levenshouding.
– 2 april 1936

Werkt en werkt rusteloos in dien geest, dien ik U altijd heb voorgehouden, geest van volhardende dapperheid in eenvoud, correctheid en beleefdheid die het kenmerk moet zijn van den Dinaso.
– 20 mei 1939

Correctheid beteekent: in alles eene houding aannemen, eene houding hebben die in niets afwijkt van de door taak en stand gestelde eischen.
– 12 september 1939

Tegenover het werkwoord ‘trekken’ stelt het Verdinaso het werkwoord ‘dienen’.
En de Dinaso’s kennen slechts een enkele vervoeging van dat werkwoord: de ‘tegenwoordige’ tijd: ik dien, wij dienen.

– 11 maart 1939

De trouwe is als het ware de gehoorzaamheid van den zelfbewusten vrijen man.
– 23 april 1937

Ik zal den strijd voeren tot de zege of tot ik er bij val.
– 4 augustus  1935

 

 

Beginselakkoord van 24 juli 1940 tussen het Verdinaso en het Légion Nationale-Nationaal Legioen

Na de meidagen van ’40 en de moord op zijn leider Joris van Severen, maakte het Verdinaso een crisis door.  In Vlaanderen was het tijdens de wondere zomer van ’40 al vlug duidelijk dat het VNV van Staf De Clercq op verovering van de macht uit was en daarbij alleen wilde staan. Maar ook vanuit andere zijden werd naar een modus vivendi met de bezetter gestreefd:  door de naar-Frankrijk-gevluchte Belgische ministers die de bezetter om verzoening smeekten, door de socialistische voorman Hendrik de Man die zijn Manifest afkondigde en hierin opriep om zich bij de Duitste overwinning neer te leggen, en niet in het minste bij Leopold III en zijn entourage die naar Berchtesgaden trok. In feite verwachtten en hoopten alle gevestigde machten, en dit op zijn minst tot medio 1941, op een compromisvrede tussen Duitsland en Engeland.

Door middel van de Volksbeweging poogde het VNV een verruimingsoperatie op gang te brengen die het VNV een bredere basis diende te geven om zijn aanspraken op de macht meer gewicht te geven.
Op 13 juni 1940 echter besloot ook Verdinaso-leider-interimaris Emiel Thiers de actie terug op te nemen teneinde het Verdinaso eveneens aan te dienen om de kern -en de leiding- te vormen van de eenheidsbeweging die ‘alle gezonde krachten van de natie’ zou verenigen. Thiers stond voor een moeilijke opgave. De werking van het Verdinaso verder zetten zonder zich om de verordeningen van de bezetter te bekommeren was onmogelijk. Anderzijds diende hoe dan ook te worden vastgehouden aan de door Joris van Severen beleden loyauteit ten opzichte van België en de koning, al was die loyauteit op een schandelijke wijze bedrogen.
Vanaf 20 juni 1940 maakte men in het Verdinaso werk van de reorganisatie en de ledenwerving. Ook de leiding werd hervormd. Thiers werd de nieuwe leider, bijgestaan door twee persoonlijke raadgevers (Jef Van Bilsen en Julien Verplaetse) en door een Raad van Leiding. Hiertoe behoorden Pol Le Roy, Paul Persyn , Louis Guening, Paul Van Herzele, Frantz Van Dorpe en Jef François. Het verbond verkondigde dezelfde standpunten als voor 20 mei 1940. De nieuwe leiding gaf vele blijken van haar bereidheid tot collaboratie teneinde door het Militair Bestuur als enige politieke beweging te worden erkend. ‘Hier Dinaso’ van 24 augustus ’40 drukte een toespraak af, die Paul Persyn vier dagen te voren had gehouden. Persyn zag in de Duitse overheersing de mogelijkheid tot algehele heropstanding van ons volk: ‘Een sterke, gezonde wind waait thans uit het Oosten, verdrijft de zwoele dampen die ons steeds uit het Westen toegekomen zijn’.

Omdat het Verdinaso nog niet de gewenste slagvaardigheid had kunnen tonen, keken ze in het kader van een nationale concentratie uit naar steun en samenwerking met andere groeperingen. Zo kwam het midden ’40 tot een akkoord met het Légion Nationale-Nationaal Legioen. Beide bewegingen verklaarden zich voorstander om samen een nationale en solidaristische eenheidsbeweging te vormen. In de verklaring uitte men het vertrouwen in de vorst, wie met de bezetter zou onderhandelen over het toekomstige statuut en de plaats van België in de Europese Nieuwe Orde. Tevens verklaarde men elke clandestiene actie schadelijk en tegen de belangen van het Belgische volk.

Origineel gestencild exemplaar van het akkoord tussen het Verdinaso en het Légion Nationale-Nationaal Legioen dat midden ’40 tot stand kwam.

 

Verdinaso, D.M.O. (Dinaso Militanten Orde)

 

Op 23 juli 1934 werd de Dinaso Militie (D.M.) getroffen door de wet op de privé-milities.  Op 1 augustus van hetzelfde jaar ontbond Joris van Severen de militie, en werd ze omgevormd tot de Dinaso Militanten Orde (D.M.O.), die geen militie meer was.

De vorming van de D.M.O ging in tijd gepaard met de afkondiging van de nieuwe marsrichting, en betekende wat betreft uiterlijk vertoon een mildering van het militaristische vertoon, naar een meer gematigde, haast burgerlijke stijl tegen het einde van de jaren ’30.

Vlak na het uniformverbod ging de rijkswacht over tot inbeslagname van uniformstukken en uitrusting. Hierbij legden ze een dubbelzinnigheid aan de dag die aanleiding gaf tot veel misverstanden: de ene keer werd een proces verbaal opgemaakt omwille van een knuppel, een andere keer omwille van een pet, de jas en schouderriem, terwijl sommigen zelfs de rijbroek en de laarzen als ongeoorloofd beschouwden. Op de derde landdag in oktober ’34 werden Dinaso’s, die geen volledig uniform maar slechts het groene hemd met zwarte das droegen, letterlijk in hun onderhemd gezet.

In de tweede helft van de jaren ’30 verdween bij de D.M.O. het volledige uniform. Meestel werd het groene hemd met zwarte das gedragen, eventueel met een gewone burgerjas. Slechts sporadisch ziet men op foto’s nog de bruin-groene jassen van ribflueel, laat staan enig hoofddeksel.
Het Verdinaso als orde kreeg met de D.M.O. meer en meer de allure van een vormingsbeweging, een politiek-militaire aristocratische orde die “dag aan dag vormt en ontwikkelt: de aristocratische orde van den Dinaso-militant, nieuwe belichaming van de trouwe aan het gegeven woord, van de ridderlijke levenshouding, van de heldhaftigheid en de tucht, en van de correctheid en de beleefdheid” (Hier Dinaso!, 30.04.1938).

Fragment: op 11 september 1938 vond in Gent de zevende landdag van het Verdinaso plaats.

“De strijd dien wij voeren wordt meer een meer gevoerd volgens militaire methode, in een geest van waarachtige aristocratie, scheppende eenen stijl die den stijl aan het worden is van den nieuwen Dietscher: sober zelfbewustzijn, onbevangen fierheid, kordate oprechtheid, correctheid en beleefdheid, en, door dit alles, eene imponeerende en veroverende levenshouding. Het heeft veel moeite gekost en het kost nog dagelijks veel moeite, om deze methode en dien geest zelfs door de besten van ons volk te doen aanvaarden.
Wanneer wij rondom ons kijken in dit land, dan zien wij, dan moeten wij vaststellen, dat slechts één Beweging, dat slechts één organisme én een LEER bezit én nu reeds, op tal van posten, de noodige KADERS die de nodige bekwaamheid bezitten om morgen den staat in handen te nemen en hem in handen te houden, én er de noodige nieuwe ORDE te vestigen. Die organisatie is: HET VERDINASO!”
(Joris van Severen, toespraak gehouden voor de Afdeling Antwerpen, 2 april 1936)

groen DMO-hemd met bruin-groene ribfluwelen jas. Het hoofddeksel is gemaakt van dezelfde stof als het hemd.

groen DMO-hemd met bruin-groene ribfluwelen jas. Het hoofddeksel is gemaakt van dezelfde stof als het hemd.

 
  • Geen categorieën