•  
  •  
  • Home
  • /Archive by category ' Uniformen '

Archive For: Uniformen

Uniformjas van de Vlaamse Wachtbrigade

De Vlaamse Wachtbrigade ontstond uit de (Vlaamse) Fabriekswacht, die sinds medio midden 1941 in dienst van de Lufwaffe met de bewaking van vliegvelden en fabrieken was belast. In juni 1943 werd de formatie onder de benaming ‘Vlaamse Wachtbrigade’ hervormd. Op dat moment telde de paramilitaire groepering zo’n 3600 manschappen, die in drie bataljons van elk vier compagnieën waren ingedeeld. Aanvankelijk werd het zwarte uniform van de Fabriekswacht behouden, mits toevoeging van een klein leeuwenschildje op de onderarm.
Midden 1944 werden de leden van niet-Duitse paramilitaire milities, onder andere ten gevolge van de landing in Normandië, opgenomen als Wehrmachtsangehörige. Naast een verplichte beëdiging op Adolf Hitler en de onderwerping aan Duitse onderrichtingen en reglementeringen van de Wehrmacht, kregen de leden het Duitse Luftwaffe uniform.

Hieronder is een uniformjas van de Vlaamse Wachtbrigade afgebeeld. Het groene kleurpigment in de stof waarmee de kraagspiegels en schouderstukken zijn afgeboord, is ten gevolge van blootstelling aan UV-licht in de loop ter tijd dermate sterk gebleekt, waardoor deze biezen een gele schijn vertonen. Deze jas maakte lange tijd deel uit van een oorlogsmuseum in het West-Vlaamse Dadizele. Na stopzetting van het museum rond 2000, en verkoop van de collectie bij een veilinghuis in Oostende, kwam de jas na een omzwerving in de Verenigde Staten rond 2004 terug in onze kontreien terecht.

Uniformjas van de Vlaamse Wachtbrigade

Uniformjas van de Vlaamse Wachtbrigade

 

Twee jassen en muts van de Vlaamse NSKK (Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps)

Recentelijk werd op deze site onder de rubriek ‘Groeperingen’ een bijdrage over de Vlaamse NSKK (Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps) toegevoegd. In het bezette België en Noord-Frankrijk ressorteerde het NSKK onder de Duitse Luftwaffe. Vanaf de werving eind 1940 werden vrachtwagenchauffeurs voor de NSKK geworven, aanvankelijk om levensmiddelen in Duitsland en Polen te gaan halen. Vanaf de oorlog met de Sovjet-Unie, 20 mei 1941, werden de Vlaamse NSKK-mannen vooral aan het Oostfront ingezet.

DSC01455

Twee jassen en muts van de Vlaamse NSKK.

 

Uniformjas Vlaamse Schutzkommando-Organisation Todt (SK-OT)

Teneinde de ongewapende frontarbeiders van de Organisation Todt tegen aanvallen van de Russische partizanen te beschermen, werden de Schutzkommando’s opgericht. Deze kregen een volwaardige militaire opleiding, werden bewapend, en met de bewaking van de OT-bouwwerven belast. In die context werden ze tevens ingezet in de jacht op de partizanen.  Ze droegen het bruine OT-uniform met zwarte schouderstukken afgezoomd met witte bies. Vanaf de herfst van 1941 begon in Vlaanderen de werving voor de OT-Schutzkommando’s. De getalsterkte van dit onderdeel van de Organistion-Todt bedroeg zo’n 4000 à 5000 manschappen.

 DSC01651

 

Verdinaso, D.M.O. (Dinaso Militanten Orde)

 

Op 23 juli 1934 werd de Dinaso Militie (D.M.) getroffen door de wet op de privé-milities.  Op 1 augustus van hetzelfde jaar ontbond Joris van Severen de militie, en werd ze omgevormd tot de Dinaso Militanten Orde (D.M.O.), die geen militie meer was.

De vorming van de D.M.O ging in tijd gepaard met de afkondiging van de nieuwe marsrichting, en betekende wat betreft uiterlijk vertoon een mildering van het militaristische vertoon, naar een meer gematigde, haast burgerlijke stijl tegen het einde van de jaren ’30.

Vlak na het uniformverbod ging de rijkswacht over tot inbeslagname van uniformstukken en uitrusting. Hierbij legden ze een dubbelzinnigheid aan de dag die aanleiding gaf tot veel misverstanden: de ene keer werd een proces verbaal opgemaakt omwille van een knuppel, een andere keer omwille van een pet, de jas en schouderriem, terwijl sommigen zelfs de rijbroek en de laarzen als ongeoorloofd beschouwden. Op de derde landdag in oktober ’34 werden Dinaso’s, die geen volledig uniform maar slechts het groene hemd met zwarte das droegen, letterlijk in hun onderhemd gezet.

In de tweede helft van de jaren ’30 verdween bij de D.M.O. het volledige uniform. Meestel werd het groene hemd met zwarte das gedragen, eventueel met een gewone burgerjas. Slechts sporadisch ziet men op foto’s nog de bruin-groene jassen van ribflueel, laat staan enig hoofddeksel.
Het Verdinaso als orde kreeg met de D.M.O. meer en meer de allure van een vormingsbeweging, een politiek-militaire aristocratische orde die “dag aan dag vormt en ontwikkelt: de aristocratische orde van den Dinaso-militant, nieuwe belichaming van de trouwe aan het gegeven woord, van de ridderlijke levenshouding, van de heldhaftigheid en de tucht, en van de correctheid en de beleefdheid” (Hier Dinaso!, 30.04.1938).

Fragment: op 11 september 1938 vond in Gent de zevende landdag van het Verdinaso plaats.

“De strijd dien wij voeren wordt meer een meer gevoerd volgens militaire methode, in een geest van waarachtige aristocratie, scheppende eenen stijl die den stijl aan het worden is van den nieuwen Dietscher: sober zelfbewustzijn, onbevangen fierheid, kordate oprechtheid, correctheid en beleefdheid, en, door dit alles, eene imponeerende en veroverende levenshouding. Het heeft veel moeite gekost en het kost nog dagelijks veel moeite, om deze methode en dien geest zelfs door de besten van ons volk te doen aanvaarden.
Wanneer wij rondom ons kijken in dit land, dan zien wij, dan moeten wij vaststellen, dat slechts één Beweging, dat slechts één organisme én een LEER bezit én nu reeds, op tal van posten, de noodige KADERS die de nodige bekwaamheid bezitten om morgen den staat in handen te nemen en hem in handen te houden, én er de noodige nieuwe ORDE te vestigen. Die organisatie is: HET VERDINASO!”
(Joris van Severen, toespraak gehouden voor de Afdeling Antwerpen, 2 april 1936)

groen DMO-hemd met bruin-groene ribfluwelen jas. Het hoofddeksel is gemaakt van dezelfde stof als het hemd.

groen DMO-hemd met bruin-groene ribfluwelen jas. Het hoofddeksel is gemaakt van dezelfde stof als het hemd.

 
  • No categories