•  
  •  
  • Home
  • /Archive by category ' Personalia & Archivalia ‘Waffen-SS’ '

Archive For: Personalia & Archivalia ‘Waffen-SS’

Archivalia: Van Cauwenberghe, Marcel, °1920 Hofstade, Vlaams Legioen, SS-Frw. Sturmbrigade ‘Langemarck’

Naar aanleiding van een vraag van F. V.C. uit Gent naar gegevens over zijn in 2002 overleden grootvader, Marcel Van Cauwenberghe, kunnen we dankzij de archieven en opzoekingen van de kring ‘Graven in het Oosten’ volgende informatie aan de familie verschaffen. De familie liet het ons toe de gegevens in onze databank te publiceren.

Naam, voornamen: Van Cauwenberghe, Marcel Jozef
Geboortedatum: 21 april 1920
Geboorteplaats: Hofstade

Foto van Marcel Van Cauwenberghe. Merk op: het NSJV-Trouwketeken gedragen op het miltaire uniform

Foto van Marcel Van Cauwenberghe. Merk het NSJV-Trouwkenteken op dat hier op het militaire uniform wordt gedragen.

 

  • Via de kring ‘Graven in het Oosten’ werd het dossier (steekkaart) in pdf-formaat bekomen. Marcel nam dienst in het Vlaams Legioen, en werd afgedeeld bij de 1. Kompanie. (Stamnummer op Erkennungsmarke: 1./FL 77). Op 14 februari 1943 werd hem het EKII verleend. Zijn naam is tevens vermeld op de EKII Verleihungsliste van het SS-Frw. Legion ‘Flandern’.
verleihungsliste-ekii-ss-freiw-leg-flandern

Verleihungsliste EKII van het Vlaams Legioen, met de vermelding van Marcel Van Cauwenberghe.

 

  • Om de opsporing van gezochte collaborateurs te vergemakkelijken werd kort na de oorlog een index met duizenden namen uitgegeven, de zogenaamde ‘Index van de staatsveiligheid’. Deze was zo’n 860 bladzijden dik. Ook de naam van Marcel werd op deze index als voortvluchtige collaborateur vermeld. In het document staat hij – verkeerdelijk – vermeld als lid van de SS-Vlaanderen. (Het niet-exacte onderscheid tussen de verschillende organisaties zoals: Waffen-SS, SS-Frw. Legion Flandern, (Algemene) SS-Vlaanderen, SS Frw.-Sturmbrigade ‘Langemarck’, Dietse-Militie/Zwarte Brigade, is een onnauwkeurigheid die zelfs menige historici tot op vandaag graag plegen te maken).
Vermelding in de Index van de staatsveilgheid, boek I

Vermelding in de ‘Index van de staatsveilgheid’, boek I, blz. 380-381

 

  • Na de oorlog werd Marcel op 3 maart 1947 door de Krijgsraad in Gent veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en levenslange ontzetting uit de rechten, wegens de wapens te hebben opgenomen tegen België.
bs-1947-05-29-5438-van-cauwenberghe-marcel-jozef

Vonnis van de Krijgsraad van 3 maart 1947 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

 

  • Na beroepsprocedure bij de rechtbank van eerst aanleg te Brussel werd het vonnis op 13 mei 1949 herroepen tot tien jaar ontzetting uit de rechten.

bs-1949-10-05-9397-van-cauwenberghe-marcel-jozef

bs-1949-10-05-9398-van-cauwenberghe-marcel-jozef

Publicatie in het Belgisch Staatsblad van het vonnis van 13 mei 1949, na beroep  bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.

 

Bronnen en herkomst gegevens: kring ‘Graven in het Oosten’.

 

Families collaborateurs krijgen toegang tot dossiers

Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Elke Sleurs is voorstander voor een versoepeling van de regels rond raadpleging van repressiedossiers door familieleden van de betrokkenen. (Uit Het Nieuwsblad van 28 januari 2016).

Archivalia_01

 

 

Hoe op zoek gaan naar informatie over het oorlogsverleden van familieleden?

Aangezien we van lezers vaak vragen krijgen die betrekking hebben tot het oorlogsverleden van familieleden werd beslist door middel van dit topic een oplijsting te maken van alle buiten- en binnenlandse instanties die men kan raadplegen bij opzoekingen naar onder andere vrijwilligers in Duitse krijgsdienst of personen die na oorlog werden veroordeeld voor incivisme. Het onderstaande overzicht werd mede samengesteld door de kring ‘Graven in het Oosten’.

Vóór de start van het eigenlijke opzoekingswerk moet men vooreerst zo veel mogelijk persoonlijke gegevens verzamelen over de betrokken persoon: naam, voornaam, geboortedatum en -plaats, de vermoedelijke eenheid waarbij hij heeft gediend, de plaatsen die hij tijdens zijn frontinzet heeft bezocht, of van waar hij schreef. Verhalen die in de familie de ronde deden over deze persoon kunnen in de kantlijn van voorgaande objectieve gegevens tevens worden meegenomen. Men moet rekening houden dat schrijfwijzen en benamingen in de dossiers niet steeds dezelfde kunnen zijn zoals  ze op de geboorteakte voorkwamen. Zo kan een ‘Maurice’ voorkomen als ‘Maurits’, of kan een ‘Van Haver’ als ‘Van Gaver’ zijn geacteerd. Een tweede belangrijk gegeven is of hij de oorlog heeft overleefd of niet.

1. Duitse instanties of archieven die men kan raadplegen in het kader van een opzoeking 

a. Online grafzoekmachine van de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge

Wanneer de persoon in kwestie de oorlog niet heeft overleefd, en hij heeft gecollaboreerd of in Duitsland heeft gewerkt als vrijwillige of verplichte arbeider, dan kan men nagaan of zijn naam zich bevind in de online grafzoekmachine van de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge:

http://www.volksbund.de/graebersuche.html

In deze databank bevinden zich voornamelijk gesneuvelde en vermiste soldaten, maar ook arbeiders die in Duitsland ten gevolge van bombardementen zijn omgekomen. Als er geen resultaat is is het nog steeds mogelijk om via een contactformulier naar informatie te vragen. Nog niet alle namen zijn namelijk al in de databank ingevoerd. Men moet wel wat geduld hebben aangezien een antwoord tot zo’n 3 à 4 weken kan duren.

b. DRK Suchdienst München

Wanneer de persoon tijdens de oorlog als vermist werd opgegeven kan men men contact opnemen met de DRK Suchdienst München:

https://www.drk-suchdienst.de/de/suchanfragen

Indien er al een dossier was ingediend kan men de stand van zaken meedelen. In het andere geval maakt men een nieuw dossier op en wordt men geïnformeerd indien er vorderingen zijn. Ook hier moet men enig geduld aan de dag leggen.

3. Deutsche Dienstelle (WASt)

Wanneer het oud-familielid in kwestie heeft gediend bij de Waffen-SS, dan kan men zich richten aan de Deutsche Dienststelle (WASt) om informatie te bekomen over de militaire loopbaan. Dit kan voor opzoekingen over personen die de oorlog hebben overleefd of niet hebben overleefd. Ook kunnen opzoekingen in verband met personen die in andere formaties dan de Waffen-SS hebben gediend (NSKK, OT, Kriegsmarine) hier kans op succes hebben.

https://www.dd-wast.de/de/startseite.html

De aanvraag gebeurt onder de vorm van een online-formulier, maar vervolgens zal men moeten aantonen dat men familie is van betrokkene, of dat men van de door de familie gevolmachtigd is om de aanvraag te doen. Belangrijk is ook te vermelden dat de aanvraag niet kosteloos is. Op voorhand dient men een bedrag op te geven dat men aan het onderzoek wil besteden. Dit is voornamelijk om de fotokopies van de documenten. Een normaal dossier kost ongeveer 25 Euro. Ook moet men rekening houden met een wachttijd van 6 maanden tot een jaar voor de opzoeking werd behandeld door de betrokken diensten.

4. Das Bundesarchiv, Abteilung Deutsches Reich (Abt. R)

Wanneer men geen succes heeft bij het WASt, dan kan men steeds een vraag indien bij Das Bundesarchiv, Abteilung Deutsches Reich (Abt. R):

http://www.bundesarchiv.de/bundesarchiv/organisation/abteilung_r/index.html

Net zoals bij voorgaande instantie moet men na een aanvraag aantonen dat met familie van betrokkene is (bijvoorbeeld door middel van een foto van de identiteitskaart), of dat men een volmacht heeft om informatie aan te vragen. Bij deze instantie hanteert men een vaste kostprijs per half uur dat men laat opzoeken in het archief. Ook hier moet men rekenen op een zekere wachttijd vooraleer behandeling van de aanvraag.

2. Belgische bronnen en instanties 

a. Index beschikbaar in het CEGESOMA (Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij) te Brussel

In het geval het na de oorlog tot een proces omwille van incivisme is gekomen, kan men in de leeszaal van het CEGESOMA (Studie en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij) te Brussel vragen om de digitale databank van collaborateurs te mogen raadplegen. In geval van een veroordeling kan met tevens gemakkelijk het vermelde vonnis in het Belgisch Staatsblad terugvinden. Best zorgt je ook voor een zeker bewijs dat je familie bent van de persoon waarnaar je opzoekingen doet.

http://www.cegesoma.be/cms/index_nl.php

Men kan altijd vragen stellen aan het CEGESOMA. Indien zij je niet kunnen helpen zullen ze je altijd proberen door te verwijzen naar de juiste instelling die mogelijks wel een antwoord weet. Aangaande Belgische bronnen kan men steeds vragen of men (gratis) foto’s nemen kan. Vragen naar fotokopies kan ook, maar dat is tegen de prijs die door de instelling wordt bepaald (en vaak ook door hen zelf gemaakt en opgestuurd).

b. Dossiers verplicht-tewerkgestelde-arbeiders in Duitsland bij de Directie-generaal Oorlogssslachtoffers

Van alle na de Tweede Wereldoorlog gerepatrieerde Belgen, zoals verplichte tewerkgestelden, zijn dossiers opgesteld die consulteerbaar zijn bij de Directie-generaal Oorlogsslachtoffers.

http://warvictims.fgov.be/nl/about/presentation.htm

Indien er een dossier beschikbaar is over de betrokken persoon kan men een afspraak maken om dit vervolgens in de leeszaal te gaan inkijken.

c. Persoonlijk militair dossier in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (Brussel)

Wanneer informatie moet worden opgezocht over een familielid die militair in het Belgisch Leger was, en die bijvoorbeeld in een krijgsgevangenkamp heeft doorgebracht, dan kan men in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel inzage vragen in zijn militair dossier.

http://www.klm-mra.be/klm-new/nederlands/main01.php?id=menu_links/startpagina

d. Het repressiedossier

Wanneer men het strafrechtelijk collaboratiedossier van een familielid wenst in te kijken, moet de aanvraag vooreerst schriftelijk worden gericht aan volgende instantie:

College van procureurs-generaal
Ernest Allardstraat 42
1000 Brussel

Het verzoekschrift moet zo gedetailleerd mogelijk zijn en moet zeker volgende gegevens bevatten:

(1) Volledige naam, voornaam, en eventuele tweede of derde voornaam;
(2) geboortedatum en –plaats;
(3) de verwantschap met de persoon waarvan men gegevens vraagt. Dit heeft een grote prioriteit, want zonder verwantschap is het praktisch onmogelijk een dossier te mogen raadplegen.

De aanvraag zal door de dienst grondig worden onderzocht worden vooraleer inzage wordt verleend. Naar verluidt is het sinds meer dan een jaar zeer moeilijk geworden om überhaupt nog inzage in een dossier te krijgen. De letterlijke richtlijn van Advocaat-generaal L.-H. Oldenhove de Guertechin is hierbij de volgende: de richtlijnen die thans van kracht zijn binnen het College van procureurs-generaal met betrekking tot het raadplegen van de dossiers van de opgeheven militaire gerechten bepalen dat hiertoe aan derden geen toelating wordt verstrekt, aangezien het de taak is van het openbaar ministerie  erover te waken dat het recht op privacy te allen tijde wordt gerespecteerd. Ook stelt hij duidelijk dat enkel de in de zaak betrokken partijen of hun raadslieden het recht hebben om tot inzage van een dossier te verzoeken. Bijkomend nog moet een raadpleging van een dossier, opgevraagd door een derde, kaderen in een professioneel historisch-wetenschappelijk onderzoek.

Na de aanvraag zal men een schrijven ontvangen van het secretariaat waarin wordt vermeld dat de vraag zal worden onderzocht en ter beoordeling aan de bevoegde magistraat zal worden voorgelegd. Indien de aanvraag wordt goedgekeurd zal men een brief ontvangen met een bijgaand formulier. Dit formulier, dat de richtlijnen vermeld, moet gedateerd en ondertekend worden terugbezorgd. Ook wordt er aangeraden eerst te telefoneren naar het secretariaat om de inzage te regelen.

Wanneer alle voorgaande stappen werden doorlopen kan het dossier worden ingezien op het Justitiepaleis, Poelaertplein, te Brussel. De documenten worden klaargelegd in de leeszaal na aanmelding bij het diensthoofd. Mits een schriftelijke aanvraag kunnen kopieën worden aangevraagd. Na betaling van geldende tarieven worden de documenten thuis opgestuurd.

De collaboratiedossiers verschillen elk op zich enorm qua inhoud en omvang. Soms verwacht men veel informatie te vinden in een persoonlijk strafdossier daar er al veel geweten is over de militaire achtergrond van de persoon in kwestie. De dag dat men het dossier kan raadplegen, is men verbaasd dat men slechts een flinterdun mapje voorgeschoteld krijgt. Andersom gebeurt het ook dat men het dossier van een minder bekend persoon wil inzien, en krijgt men een dik dossier aangeboden vol documenten, foto’s,… Veel hangt af van welke ‘bewijsstukken’ de betrokkenen in de laatste dagen konden vernietigen, hoe verregaand een huiszoeking werd uitgevoerd werd, of wat de weerstand n beslag kon nemen.

Het is zeer moeilijk geworden om toestemming tot inzage te verkrijgen, maar het loont de moeite om tenminste een aanvraag in te dienen. Met wat engelengeduld lukt het misschien toch…

 
  • No categories