•  
  •  
  • Home
  • /Archive by category ' Papier '
  • /Page 3

Archive For: Papier

‘De Tekenende Tekenaar’ (KAPROEN) (2)

Het propagandaboekje met tekeningen van Willy Vandersteen en verzen van Bert Peleman dat verscheen naar aanleiding van de Tollenaere-marsch van 12 juli 1942 werd in 1996 herdrukt door de  West-Vlaamse uitgeverij Drogenoek. De oplage telde 500 exemplaren. Bijkomend werd ook een gebonden luxe-uitgave uitgebracht met harde kaft. Deze laatste betrof 100 genummerde exemplaren. Hoewel het beide om herdrukken gaat, wilden we onze volgers deze boekjes niet ontzeggen: enerzijds omwille van de beperkte oplage en het verzamelwaardige karakter van het luxe-boekje, maar anderzijds ook omwille van het feit dat het boekje -mits verwijdering van enkele bladzijden- soms verkeerdelijk als origineel kan worden aangeboden.

DSC01580

 

Zeldzaam belgicistisch strooibriefje ‘Aan de Vlamingen’, IJzerbedevaart 1930

In het jaar dat België zijn eeuwfeest vierde, had op 24 augustus 1930 de elfde IJzerbedevaart plaats. Zij zou later bekend staan als ‘de stormloop van ’t jaar dertig’.

In aanwezigheid van een recordaantal bedevaarders noemde professor Frans Daels de pas voltooide IJzertoren het tehuis voor geschonden graven, voor verbrijzelde zerken, voor de Vlaamse doden. Daels zinspeelde hiermee onder andere op de circa 130 geschonden en stukgeslagen heldenhuldezerkjes, die op bevel uit Brussel met het oog op de aanleg van definitieve militaire kerkhoven met eenvormige grafzerken in mei 1925 op het kerkhof van Oeren werden stukgeslagen. De brokstukken hiervan werden aangewend voor de bedding van de macadamweg te Adinkerke. Op IJzerbedevaarden en in de Vlaams-nationalistische propaganda gaf deze ‘aanslag’ van België op Vlaanderen jarenlang voedsel aan verontwaardiging. Aldus Daels was de IJzertoren het tehuis van de grote Vlaamse trouw tegenover de meineed, het tehuis van het integraal recht, ook en vooral na het sneuvelen. “Treed binnen in dit huis”, sprak hij, “dertigduizend Vlaamse Doden, opgeroepen met de kreet ‘Vlamingen, gedenkt de Slag der Gulden Sporen’, en op 11 juli in de barakken van het front opgesloten, met verbod ‘De Vlaamse Leeuw’ te zingen, om daarna tot parade te dienen bij nationale feesten van de vreemde”.

Door de houding van gezagsdragers en door allerlei krantenartikels, werd nog voor de zondag van 24 augustus 1930 een anti-bedevaardsfeer geschapen. Het bleef daar niet bij. Tijdens de plechtigheid dook plots een vliegtuig op dat laag boven het bedevaartterrein vloog. Er dwarrelden duizenden tricolore vlaggetjes en strooibriefjes uit neer over de massa. In de pamfletten werd te keer gegaan “tegen de boze herders die onder voorwendsel ener godsdienstige bedevaart, haat en verdeling zaaien en een open strijd aangaan tegen de burgerlijke en geestelijke overheden”. Verder repten zij van ‘verraders en deserteurs’ die in de rug hadden geschoten en bijgevolg het recht niet hadden te spreken in naam van het Vlaamse volk. Het strooibiljet riep de bedevaarders op zich loyaal achter het Belgische vaderland en koning Albert te scharen. De massa reageerde woedend. Belgische vlaggen werden afgerukt en in brand gestoken. Elias verhaalt in zijn werk ‘25 jaar Vlaamse Beweging 1914/1939‘, hoe de oud-strijders van Oostduinkerke hun vlag, getooid met de nationale driekleur, per opbod verkochten op de grote markt van Diksmuide waarna zij door de kopers in brand werd gestoken. Voor de rijkswacht was dit voldoende om op de stroom nietsvermoedende bedevaarders in te stormen. Het kwam tot een hevige botsing waarbij tachtig bedevaarders werden gewond. De zaak kreeg haar beslag voor het gerecht, waarbij alleen bedevaarders werden veroordeeld. Historicus Lode Wils wijst op het belang van dergelijke incidenten. IJzertoren, heldenhuldezerkjes, Vlaamse leeuwenvlag… groeiden uit tot nationale symbolen die steeds meer werden geplaatst tegenover de Belgische nationale symbolen. De Belgische vlag of de leeuwenvlag hijsen, betekende kleur bekennen.

De Belgische eeuwfeesten werden onvermijdelijk getekend door een opeenstapeling van incidenten waarbij de nationale symbolen ten volle hun functie konden vervullen. Het incident op de IJzerbedevaart was maar het opmerkelijkste in een lange rij. Aanhoudend werden anti-Belgische manifestaties georganiseerd, soms ludiek, soms gewelddadig.

 

‘Tijl’, het maandblad van de Hitlerjeugd-Vlaanderen

Lot zeldzame ‘Tijltjes’, het maandblad van de Hitlerjeugd-Vlaanderen. De hoofdopsteller van het blad was Fons Bellefroid, en het werd uitgegeven door uitgeverij Steenlandt, de huisuitgeverij van de DeVlag. Het eerste nummer van het blad verscheen in juni 1944. Het tweede -en zoals later zou blijken- laatste nummer in juli 1944. Wegens de snelle opmars van de geallieerden verschenen dus met andere woorden slechts twee nummers.
In het eerste nummer bevond zich een bijgevoegd formulier waarmee een abonnement op het blad kon worden aangevraagd. Een bijgevoegd ‘Führerbeveel’, op naam van SS-Hauptstürmführer Raf Van Hulse, maakte deel uit van het tweede nummer.

DSC01607

 

 

Nachlass ‘Langemarck-Studium’

Uiterst zeldzaam lot met betrekking tot het ‘Langemarck-Studium’.

Gepost in: Foto's, Insignes, Papier | 0
 

Joris van Severen door de lens van Willy Kessels (1898-1974)

Originele portretfoto van Joris van Severen gefotografeerd door Willy Kessels. Links onderaan is in het fotopapier de naam ‘WILLY KESSELS’ ingestempeld.

Willy Kessels (1898-1974) wordt beschouwd als de belangrijkste vertegenwoordiger in ons land van een nieuwe, modernistische fotografie die vanaf het einde van de jaren 1920 op de voorgrond trad. Zijn oeuvre is bijzonder illustratief voor de praktijk van de beroepsfotograaf in de jaren ’30. Hij was actief op vele uiteenlopende terreinen: reportage en publiciteit, mode en portret, architectuur en industrie, naaktstudies, collages en abstracte experimenten.
Kessels was in 1932 betrokken bij de organisatie van de eerste “Internationale Tentoonstelling voor Fotografie en Cinematografie” in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. In 1933 realiseerde hij setfoto’s bij de communistisch geïnspireerde documentaire film ‘Misère au Borinage‘ van Joris Ivens en Henri Storck. In 1935 sloot hij vriendschap met Joris van Severen en realiseerde hij foto- en filmreportages voor het Verdinaso. In 1940 illustreerde hij het boek ‘Rex. Renaissance de la patrie‘ van Jean Denis en Léon Degrelle. Na de dood van Van Severen was Kessels tijdens de oorlog betrokken bij de oprichting van de kunstenaarsvereniging ‘De Meivisch’ te Bornem. Tevens maakte hij foto’s voor magazines van de bezetter. Hiervoor werd hij na de oorlog veroordeeld wegens ‘passieve collaboratie’.
Kessels hernam in de jaren 1950 zijn commerciële activiteiten en trad in deze periode vooral naar buiten met een aantal fotoboeken over zijn geboortestreek, het Scheldeland. Hierin leek Kessels afstand te hebben genomen van het modernisme, maar in de afzondering van zijn atelier bleef hij experimenteren met abstracties en ongewone afdruktechnieken.

Afbeelding 269

Originele portretfoto van Joris van Severen gefotografeerd door Willy Kessels. Links onderaan is in het fotopapier de naam ‘WILLY KESSELS’ ingestempeld.

 
  • Geen categorieën