•  
  •  
  • Home
  • /Archive by category ' Papier '
  • /Page 2

Archive For: Papier

De Hitlerjeugd-Vlaanderen en de Weersportkampen

Toen DeVlag-leider Jef Van de Wiele midden 1943 besprekingen aanknoopte met de Reichsjugendführung, de leidinggevende instantie van de Duitse nazipartij-jeugd, met het oog over een eigen jeugdbeweging te kunnen beschikken, kwam er een einde aan de goede verstandhouding tussen de Reichsjugenführung en de door het VNV gedomineerde eenheidsjeugdbeweging Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV). Het VNV en haar NSJV-leiding dreigden namelijk het monopolie inzake jeugdwerking te verliezen.

Tot dan toe had het NSJV in “oprechte kameraadschap” met de Duitse Hitlerjugend meegewerkt aan initiatieven als de Kinderlandverschickung en de Erweiterte Kinderlandverschickung, de Germaanse Landdienst, het Langemarck Studium en de Weersportkampen (Wehrertüchtigungslager). Dit laatste was een paramilitaire opleiding, die vaak een eerste stap vormde in de richting van de Waffen-SS. Tijdens hun deelname aan dergelijke projecten in Duitsland, ver buiten het bereik van de VNV-leiding, dreigde voor de NSJV’ers het gevaar ontvankelijk te worden gemaakt voor de door het VNV afgewezen Groot-Germaanse Anschluss-gedachte. Dit alles was vanzelfsprekend voor de VNV-leiding en het NSJV zo lang ze maar geld bekwam van de Duitse Hitlerjugend en van de SS-organisatie Germanische Leitstelle, en zo lang de leiding van het VNV en de NSJV maar in de waan verkeerde dat zij het monopolie op de jeugdwerking konden uitoefenen.

Op 14 augustus 1943 verbood VNV-leider Hendrik Elias tijdens de Algemene Raad van het VNV elke samenwerking met de SS en de Reichsjugendführung. Bijkomend zou het VNV niet meer meewerken aan de zogenaamde Germaanse initiatieven zoals het Langemarckstudium, de Germaanse Landdienst, de Kinderlandverschickung en de Hitlerjugend-Weersportkampen. Vanaf oktober 1943 zou de Hitlerjeugd-Vlaanderen de organisatie van al deze projecten van de NSJV overnemen.
Aangaande de Weersportkampen, brachten d
e jongens van de Hitlerjeugd verscheidene weken in zo’n kamp door, en dit met het doel voor hun intrede in de arbeidsdienst, de Wehrmacht of de Waffen-SS nog eens alle verworvenheden door te nemen die ze aan hun tien jaar af in de HJ hadden meegekregen.

Fragment: Tony Van Dijck was als officier van de Waffen-SS verantwoordelijk voor de organisatie van Weersportkampen voor de Hitlerjeugd-Vlaanderen. Zijn broer Wim Van Dijck was ondertussen aangesteld tot ‘Standortführer’ binnen de Vlaamse Hitlerjeugd.

 

Fragment: een extract uit de propagandafilm ‘Soldaten von morgen’ (1941) geeft weer hoe lidmaatschap in de HJ een vooropleiding en voorbereiding kon zijn op het latere soldatenleven.

 

DSC02222

Brochure: ‘Jeugd wordt weerbaar – Stem uit de Weersportkampen’.

 

 

‘Tegen de plunderaars der kleine spaarders’: Rex verkiezingsaffiche, parlementsverkiezingen 1936

Bij de parlementsverkiezingen van 1936 nam Léon Degrelle met Rex voor de eerste keer deel aan de verkiezingsstrijd. Degrelle brak met de oude garde politici en wilde een rexistische revolutie ontketenen. Hierbij trok het ten strijde tegen het door corruptie en onbekwaamheid getekende staatsbestel, tegen het partijenstelsel en tegen de invloed van de grote bedrijven op de politiek. Banksters, pourris, pillards en cumulards waren hierbij centrale leuzen. Zonder ophouden werden de schandalen aangeklaagd. Ten gevolge van de wereldcrisis was er daarenboven massale werkloosheid, loonmatiging en faillissementen. Hierom ageerde Rex tegen het vrijzinnige liberalisme en het goddeloze marxisme.

DSC01327

Rex verkiezingsaffiche naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van 1936.

 

‘Tegen de kumulards, banksters’: Rex verkiezingsaffiche, parlementsverkiezingen 1936

Met de parlementsverkiezingen van 1936 in zicht kwam het op 21 februari 1936 tot een officiële breuk tussen de katholieke partij en Rex van Léon Degrelle. Degrelle brak met de oude garde politici en wilde een rexistische revolutie ontketenen. Hierbij trok Rex ten strijde tegen het door corruptie en onbekwaamheid getekende staatsbestel, tegen het partijenstelsel en tegen de invloed van de grote bedrijven op de politiek. Banksters, pourris, pillards en cumulards waren hierbij centrale leuzen. Zonder ophouden werden de schandalen aangeklaagd. Ten gevolge van de wereldcrisis was er daarenboven massale werkloosheid, loonmatiging en faillissementen. Hierom ageerde Rex tegen het vrijzinnige liberalisme en het goddeloze marxisme.

Van meet af aan had Léon Degrelle de bedoeling gans België te beheersen. In zijn talrijke meetings klaagde hij allerlei wantoestanden aan. Degrelle was overal aanwezig en schrok er niet voor terug op socialistische en communistische meetings het woord te vragen. Het marxisme beschouwde hij als voorbijgestreefd en links hield nog maar één grote denker over, namelijk Hendrik De Man. Gaan spreken en (tegenspreken) op tal van politieke meetings bezorgden Degrelle naambekendheid, ook in middens waar men traditioneel links tot uiterst links stemde. De toehoorders stootten elkaar aan en zegden: “C’est le Léon”.  De meetings volgden elkaar in snel tempo op, soms wel meerdere per dag, en Degrelle werd het idool in Franstalig België.  Onder zijn toehoorders, voornamelijk ontgoochelde middenstanders, veteranen van de Eerste Wereldoorlog, overtuigde patriotten, militairen, ambtenaren en bedienden, kon hij steeds op bijzonder veel bijval rekenen. In navolging van de mouvement rexiste in Franstalig landsgedeelte, werd ook in Vlaanderen een afdeling van de beweging van Léon Degrelle opgericht (Rex-Vlaanderen) onder de leiding van letterkundige en zwaar verminkte oud-strijder Paul De Mont. Hoewel haar aanhang geringer was, werd ook in Vlaanderen naar de Nederlandsonkundige Degrelle geluisterd. Hij was de lieveling van de katholieke intelligentsia en de boeman voor de politieke klasse die boter op het hoofd had. Zij beschouwen hem als een fantast, een opportunist, een demagoog, en een oproerkraaier. Tal van Vlamingen die bekenden geen Frans te verstaan erkenden dat Degrelle het toch heel schoon kon zeggen.

Na een buitengewoon harde verkiezingscampagne, en met in feite een éénmanspartij, slaagde Léon Degrelle op nauwelijks 27-jarige leeftijd om maar liefst 11,5% van het kiezerspubliek te overtuigen. Uit het niets gekomen, kreeg het Front Populaire de Rex in één klap 22 kamerzetels en 12 senaatszetels. In Wallonië was Rex goed voor 15,1% van de stemmen,  en in Brussel voor 18,5% van de stemmen. Zeven procent van de Vlamingen gaven Rex hun stem. In Vlaanderen had Rex enkel wat aanhang in franskiljonse en belgicistische kringen. De parlementsverkiezingen van 1936 waren een niet te miskennen overwinning van de extremen op de klassieke partijen geworden. Vooral de katholieke partij kreeg een zware nederlaag te verwerken: ze verloor in één klap dertien zetels. Honderdduizenden gedegouteerde kiezers hadden er voor gezorgd dat Rex een plaats kreeg op de politieke kaart van het Belgische landschap. Door het behaalde succes werd Léon Degrelle een politiek fenomeen waar men niet meer om heen kon. De francofone samenleving werd in het midden van de jaren ’30 van vorige eeuw, zonder het ten volle te beseffen, ideologisch door Rex beïnvloed.

DSC01334

Rex verkiezingsaffiche naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van 1936.

 

‘Tintin mon copain’ (Léon Degrelle)

In het boek Tintin mon copain (Léon Degrelle, Pélican d’or, 2000) wordt uitgebreid ingegaan op het leven en de invloeden van tekenaar Hergé, geestelijke vader van Kuifje/Tintin. Gezien Léon Degrelle overleed in 1994, verscheen het boek postuum. Het boek kan worden beschouwd als een encyclopedie over de stripheld en Hergé: in 231 pagina’s wordt beschreven hoe Hergé werd beïnvloed door de sociale, culturele en politieke context van zijn tijd, maar vooral door de persoon van Léon Degrelle zélf. Enkele bronnen komen hierdoor tot de conclusie dat het werk vooral een autobiografische apocrief van Degrelle is. Na een klacht van uitgeverij Moulinsart, de uitgeverij van de strips van Hergé, werd de verkoop van het boek in België en Frankrijk omwille van schending van auteursrechten verboden. Naar verluidt werden 850 exemplaren op een totale oplage van 1000 stuks vernietigd. Hierdoor is een exemplaar van het boek erg moeilijk te vinden.

DSC01296_opt

 

Striptekenaar Hergé (pseudoniem van Georges Remi) en Léon Degrelle leerden elkaar eind jaren ’20 kennen, toen beiden werkten bij het katholieke en anticommunistische weekblad Le Vingtième Sciècle. Hergé schreef zijn eerste Kuifje-verhaal, Kuifje in het land van de Sovjets, voor de jongerenbijlage van dit blad. Verschillende argumenten dat Kuifje was gebaseerd op Degrelle worden in Tintin mon copain aangevoerd: de reizen van reporter Degrelle in Mexico en de Verenigde Staten, de golfbroek die beiden in die periode droegen en niet te vergeten: de kuif. De naoorlogse bewering dat Degrelle als model stond voor reporter Kuifje werd door Hergé steeds tegengesproken. Desalniettemin lijken bepaalde beweringen gezien de context zeker plausibel: hun katholieke en anticommunistische beginperiode, de succesrijke opkomst van Rex, de repressie en epuratie (waaraan ook Hergé -zij het beperkt- niet aan ontsnapt is), en de naoorlogse gecensureerde stripalbums van Tintin/Kuifje. Hij publiceerde in de collaboratiepers, een feit dat bij vele anderen reden genoeg was voor een gevangenisstraf en een gebroken carrière.

Wat oorlogse publicaties betreft, worden in Tintin mon copain ondermeer passages uit originele versies van strips uit de bezetting gepubliceerd. In een artikel van Koenraad Elst, gepubliceerd in ’t Pallieterke op 15 september 2004, wordt hierop ingegaan. Tijdens de oorlog publiceerde Hergé onder andere het album De Geheimzinnige Ster (1942), dat tegenwoordig nog steeds tot de standaardcollectie Kuifjes behoort. Wat de titel betreft wil het al lukken dat het volk dat destijds zogezegd als smeder van geheimzinnige complotten gold, eveneens een ster in zijn vlag voerde. De grote boosdoener in het originele verhaal is een stereotiepe jood, compleet met grote neus, brede lippen en een intens begerige blik in de ogen: de New-Yorkse bankier Blumenstein. In de naoorlogse edities verving Hergé die vingerdik Jiddische naam door Bohlwinkel, niet beseffend dat ook dit een Jiddische naam is.

Blumenstein trekt in het album aan allerlei touwtjes om een Europese expeditie naar een vers neergestort stuk meteoor in de Noordelijke IJszee te dwarsbomen. Een Belgisch geleerde heeft immers door spectraalanalyse kunnen vaststellen dat de meteoor een nieuw en kostbaar metaal bevat, en daar heeft de bankier naar goede familietraditie zijn begerig oog op laten vallen. Kuifje is echter te slim voor zijn aanslagen en misleidingstactieken, en Blumenstein wordt uiteindelijk als opdrachtgever van deze misdaden ontmaskerd.

Behalve de figuur van Blumenstein is er nog een subtieler element van de toen dominante ideologie in het verhaal verwerkt. In de wedloop naar de gevallen meteoor zijn twee partijen betrokken: enerzijds het schip van Blumenstein uit de Verenigde Staten (in de uitgaven vanaf 1954 vervangen door een ingebeeld land Sao Rica), anderzijds een schip met een pan-Europees team van geleerden. Zo’n Europese wetenschappelijke commissie was toen een grote zeldzaamheid, behalve het forensisch team, met ondermeer de Vlaamse dokter Speleers, dat onder Duits toezicht in Katyn de massamoord door Stalin op Poolse officieren onderzocht. Vandaag zou zulke Europese samenwerking nauwelijks opvallen, maar in die tijd was het idee van de Europese eenheid heel typisch voor de foute kant in de oorlog.

In het anti-Duitse kamp had je twee types niet-Europeeërs. Er waren de communistische internationalisten, die de Sovjet-Unie als hun ideologisch vaderland beschouwden en verder in de wereldwijde solidariteit van de proletariërs geloofden, dus samen met niet-Europese proletariërs tegen de Europese machthebbers, zowel de nazi’s als de liberaal-kapitalisten. En er waren de ouderwetse nationalisten die uit vaderlandsliefde tegen de bezetter streden. Ook de officieren die een mislukte aanslag op Hitler pleegden, waren Duitse patriotten en geen pioniers van de Europese eenwording zoals de Nederlandse premier Balkenende bij de zestigste verjaardag van de aanslag beweerde. Dé gangmaker van de Europese gedachte destijds was toen de Waffen-SS, die voor het Oostfront wierf met affichteksten als: “Ich stehe hier für Europa”, en die de landing in Normandië als een Amerikaanse agressie tegen Europa zou voorstellen. Hergé beschrijft een tweekamp tussen Europa, werelddeel van wetenschappers en van de eerlijke vinders van de schat, en Amerika, werktuig van het joodse winstbejag dat de vruchten van de Europese vindingrijkheid wil stelen. Dat vormt een volmaakte illustratie van de Europese gedachte in SS-versie. Maar, we kunnen het Hergé na al die jaren niet kwalijk nemen want hij is een parel aan de Belgische kroon.

 

Ontwerpmap Vlag Vlaamse Wacht I. Afdeling

Een aantal jaren terug dook tijdens een huisopruiming van een archief in het Gentse deze ontwerpmap op. In de map bevonden zich enkele ontwerpen van een vlag voor de I. Afdeling van de Vlaamse Wacht.

Gepost in: Papier, Vlaamse Wacht | 0
 
  • Geen categorieën