•  
  •  
  • Home
  • /Archive by category ' Papier '

Archive For: Papier

Wervingsaffiche van de Vrijwillige Arbeidsdienst Voor Vlaanderen (VAVV)

Recentelijk werd op deze site onder de rubriek ‘Groeperingen’ een bijdrage over de Vrijwillige Arbeidsdienst Voor Vlaanderen (VAVV) toegevoegd.

In de jaren 1920 en ’30 ontstond in West-Europa, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten de idee van een arbeidsdienst, waarbij jongeren werden ingeschakeld in werken van openbaar nut. In Duitsland was er sinds de machtsovername van de nationaalsocialisten vanaf 1933 een verplichte dienstperiode voor jonge mannen en vrouwen in de Reichsarbeitsdienst (RAD). Na 1940 stond deze in verscheidene bezette landen model voor een aantal organisaties die met steun van de bezettende overheid en de RAD tot stand kwamen. In België werd eind november 1940 met behulp van het Commissariaat Generaal voor ’s Lands Wederopbouw, en in samenwerking met de ministeries van Financiën en van Arbeid en Sociale Voorzorg, de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen (VAVV) opgericht, en een evenwaardige Waalse afdeling, Service Volontaire du Travail pour la Wallonie (SVTW).

dsc02515

Wervingsaffiche Vrijwillige Arbeidsdienst Voor Vlaanderen (VAVV).

 

Activistische affiche naar aanleiding van 11 juli 1918

Aldus Wikipedia was activisme de benaming voor het deel van de Vlaamse Beweging dat tijdens de Eerste Wereldoorlog via de collaboratie met Duitsland een aantal Vlaamse grieven en zelfs Vlaamse onafhankelijkheid hoopte te verwezenlijken. De Flamenpolitik van de Duitse bezettende overheid speelde een belangrijke rol bij haar ontstaan, en door allerlei vooroorlogse Vlaamse eisen in te willigen hoopten de Duitsers de Vlaamse bevolking voor zich te winnen en België te kunnen blijven beheersen. Sociaal-economisch leunde het activisme sterk aan bij het daensisme, terwijl heel wat activistische intellectuelen op cultureel vlak  het humanitair expressionisme aanhingen. Door de Duitse repressieve maatregelen die aan de bevolking werden opgelegd, konden de activisten maar op weinig sympathie rekenen bij de Vlaamse bevolking.

De Flamenpolitiek lag in oktober 1916 aan de basis van de vernederlandsing van de – toen nog volledig – Franstalige universiteit van Gent . (Al spreekt het voor zich dat deze vervlaamsing na het einde van de Eerste Wereldoorlog weer volledig ongedaan werd gemaakt.)
Een tweede verwezenlijking van de Flamenpolitik situeert zich in de uitroeping van de zelfstandigheid van Vlaanderen eind 1917. De redenen hiervoor moet men onder andere situeren in de vredesvoorstellen die door de Duitsers in 1916 werden gemaakt, en de nota van de Amerikaanse president Wilson, eind 1916, waarmee de oorlogvoerenden werden bevraagd naar hun voorwaarden om een einde te stellen aan de oorlog. Teneinde het activisme hierbij internationale legitimiteit te verschaffen, en de activisten hierbij uit naam van het Vlaamse volk te laten spreken, werd in februari 1917 door de Duitse bezettende overheid een officieus Vlaams parlement opgericht, de Raad van Vlaanderen. Deze onderhandelde met de Duitse bezettende overheid over het toekomstig statuut voor Vlaanderen. Tijdens deze onderhandeling werd op 21 maart de bestuurlijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië ingevoerd. Op 22 december 1917 riep de Raad van Vlaanderen de zelfstandigheid van Vlaanderen uit.

Naar aanleiding van 11 juli volgend op deze zelfstandigheidsverklaring, dus in 1918, werd in bezet Kortrijk met onderstaande affiche een groots opgezette herdenkingsprocessie naar de Groeningekouter aangekondigd. Tijdens deze plechtigheid werden tevens Vlaamse krijgsgevangen en deserteurs ingeschakeld en ‘opgevoerd’ ten voordele voor de zaak van de activisten.
Het beeld op deze affiche werd door de activisten midden 1918 gebruikt om de Vlaamse ontvoogding te symboliseren. Onder de titel “Vlaanderen is vrij” lezen we:
Na 87 jaar verknechting in het “Belgisch vaderland”, aan verbastering en ontaarding ten prooi, bevolen in eene vreemde taal, bestolen tot op de huid door Walen en Franskiljons, zoo heeft de Vlaming thans zijne slavenketens verbroken. Opnieuw treedt hij nu met breeden stap in de rij der vrije volkeren, de vastberaden blik gericht op de toekomst, als keurkamper der vrijheid de lenden omgord met de leeuwenvaan der moedige voorvaderen. Vlamingen! Hoog de harten! Juicht om Vlaanderen’s zelfstandigheid!

Het einde van het activisme viel samen met het einde van de Eerste Wereldoorlog. Op 11 november 1918 en volgende dagen, werden huizen van activisten geplunderd en vaak door een woedende menigte in brand gestoken. De leiders werden gearresteerd of gingen in ballingschap. Deze laatsten werden meestal bij verstek ter dood veroordeeld.

DSC02462

Activistische affiche naar aanleiding van 11 juli 1918

 

Attest van de eed op Adolf Hitler, afgelegd door lid van de Vlaamse Wachtbrigade

De Vlaamse Wachtbrigade ontstond uit de (Vlaamse) Fabriekswacht, een in april 1941 door Christian Turksin opgerichte eenheid die met de bewaking van vliegvelden en fabrieken in dienst van het Luftgaukommando was belast. Aanvankelijk werden de leden vooral uit de Dietse Militie/Zwarte Brigade (DM/ZB) – de militie van de Eenheidsbeweging-VNV – gerekruteerd, en stond Turksin met zijn formatie ook ideologisch het dichts bij het VNV wanneer we ze analyseren met betrekking tot de tweestrijd ‘VNV versus Algemene SS-Vlaanderen’ (en later bijkomende de DeVlag).
Begin 1943 werd de Vlaamse Fabriekswacht, zij het voor een korte periode, eveneens organisatorisch met het VNV verstrengeld, door ze onder de kortstondige benaming Dietse Militie/Wachtbrigade (DM/WB) deel te laten uitmaken van het militie-apparaat van de Eenheidsbeweging. Deze reorganisatie kan echter eerder worden beschouwd als een administratieve maatregel teneinde de getalsterkte van alle militanten in geüniformeerde dienst bij de Vlaamse Fabriekswacht in tellingen nog steeds als VNV-militant te kunnen laten gelden. In juni 1943 werd de formatie onder de benaming Vlaamse Wachtbrigade echter toch dichter bij haar broodheer, de Luftwaffe, aangesloten. Op dat moment telde de paramilitaire groepering zo’n 3600 manschappen, die in drie bataljons van elk vier compagnieën waren ingedeeld.

Op 2 juli 1944 werd de Vlaamse Wachtbrigade op Hitler beëdigd. Omstreeks een week daarop werd dit eveneens onder schriftelijke vorm geattesteerd, zoals hieronder geïllustreerd. Net zoals in andere paramilitaire organisaties, zoals de Vlaamse Wacht, dienen deze eedafleggingen kort na de landing in Normandië te worden beschouwd in het kader van de Schütz der Angehörigen der Erneuerungsbewegungen, waarbij de leden van niet-Duitse paramilitaire milities werden opgenomen als Wehrmachtsangehörige. Er bestond immers een vrees dat de geallieerden deze formaties niet als reguliere troepen zouden beschouwen, en in geval van gewapende confrontaties de geldende oorlogsconventies niet zouden naleven. Bijgevolg kregen de Vlaamse leden van deze formaties dezelfde rechten en plichten als de Duitse soldaten van de Wehrmacht, en vielen ze in geval van gepleegde misdrijven onder Duitse militaire krijgsraden en -gerechten. Vervolgens werd de Vlaamse Wachtbrigade een laatste keer herdoopt in Flämische Flakbrigade, en werd ze een onderdeel van de Luftwaffe. Het personeel ruilde de zwarte uniformen voor Luftwaffe blaugrau.

In september 1944 werd naar Duitsland uitgeweken, waar Turksin weigerde zijn Flakbrigade naar de Waffen-SS te laten overgaan. Hij stelde zich met zijn formatie onder de leiding van het Luftgaukommando XIV te Wiesbaden. In februari-maart 1945 was de Flakbrigade nog betrokken bij de verdediging van de Rijn.

Attest van de eed op Adolf Hitler, afgelegd door G .De Bruyne op 9 juli 1944.

 

‘Seul Degrelle sauvera le pays’: Rex verkiezingsaffiche, parlementsverkiezingen 1936

Bij de parlementsverkiezingen van 1936 nam Léon Degrelle met Rex voor de eerste keer deel aan de verkiezingsstrijd. Degrelle brak met de oude garde politici en wilde een rexistische revolutie ontketenen. Hierbij trok het ten strijde tegen het door corruptie en onbekwaamheid getekende staatsbestel, tegen het partijenstelsel en tegen de invloed van de grote bedrijven op de politiek. Banksters, pourris,pillards en cumulards waren hierbij centrale leuzen. Zonder ophouden werden de schandalen aangeklaagd. Ten gevolge van de wereldcrisis was er daarenboven massale werkloosheid, loonmatiging en faillissementen. Hierom ageerde Rex tegen het vrijzinnige liberalisme en het goddeloze marxisme.

Van meet af aan had Léon Degrelle de bedoeling gans België te beheersen. In zijn talrijke meetings klaagde hij allerlei wantoestanden aan. Degrelle was overal aanwezig en schrok er niet voor terug op socialistische en communistische meetings het woord te vragen. Het marxisme beschouwde hij als voorbijgestreefd en links hield nog maar één grote denker over, namelijk Hendrik De Man. Gaan spreken en (tegenspreken) op tal van politieke meetings bezorgden Degrelle naambekendheid, ook in middens waar men traditioneel links tot uiterst links stemde. De toehoorders stootten elkaar aan en zegden: “C’est le Léon”.  De meetings volgden elkaar in snel tempo op, soms wel meerdere per dag, en Degrelle werd het idool in Franstalig België.  Onder zijn toehoorders, voornamelijk ontgoochelde middenstanders, veteranen van de Eerste Wereldoorlog, overtuigde patriotten, militairen, ambtenaren en bedienden, kon hij steeds op bijzonder veel bijval rekenen. De rexistische groet, die tegen die tijd al ingang had gevonden, onderscheidde zich van de olympische en Duitse groet doordat bij de rexisten eerder de ganse arm volledig verticaal in de lucht werd gebracht. (Le bras tendu à la rexiste). Haar betekenis was een symbool van strijd voor de verwezenlijking van de rexistische revolutie, maar tevens ook een teken van ontzag en eerbied voor le chef. Als rexistische hymne werd  Vers l’ avenir gekozen. Dit Belgisch-nationalistisch lied werd in 1905 gecomponeerd, destijds als alternatief  voor de Brabançonne.

Fragment: de meeting bleef steeds het sterktste wapen van Rex, die steeds werd ingezet op de tonen van ‘Vers l’ avenir’.

 

DSC02238

Rex verkiezingsaffiche naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van 1936.

 

De Hitlerjeugd-Vlaanderen en de Weersportkampen

Toen DeVlag-leider Jef Van de Wiele midden 1943 besprekingen aanknoopte met de Reichsjugendführung, de leidinggevende instantie van de Duitse nazipartij-jeugd, met het oog over een eigen jeugdbeweging te kunnen beschikken, kwam er een einde aan de goede verstandhouding tussen de Reichsjugenführung en de door het VNV gedomineerde eenheidsjeugdbeweging Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV). Het VNV en haar NSJV-leiding dreigden namelijk het monopolie inzake jeugdwerking te verliezen.

Tot dan toe had het NSJV in “oprechte kameraadschap” met de Duitse Hitlerjugend meegewerkt aan initiatieven als de Kinderlandverschickung en de Erweiterte Kinderlandverschickung, de Germaanse Landdienst, het Langemarck Studium en de Weersportkampen (Wehrertüchtigungslager). Dit laatste was een paramilitaire opleiding, die vaak een eerste stap vormde in de richting van de Waffen-SS. Tijdens hun deelname aan dergelijke projecten in Duitsland, ver buiten het bereik van de VNV-leiding, dreigde voor de NSJV’ers het gevaar ontvankelijk te worden gemaakt voor de door het VNV afgewezen Groot-Germaanse Anschluss-gedachte. Dit alles was vanzelfsprekend voor de VNV-leiding en het NSJV zo lang ze maar geld bekwam van de Duitse Hitlerjugend en van de SS-organisatie Germanische Leitstelle, en zo lang de leiding van het VNV en de NSJV maar in de waan verkeerde dat zij het monopolie op de jeugdwerking konden uitoefenen.

Op 14 augustus 1943 verbood VNV-leider Hendrik Elias tijdens de Algemene Raad van het VNV elke samenwerking met de SS en de Reichsjugendführung. Bijkomend zou het VNV niet meer meewerken aan de zogenaamde Germaanse initiatieven zoals het Langemarckstudium, de Germaanse Landdienst, de Kinderlandverschickung en de Hitlerjugend-Weersportkampen. Vanaf oktober 1943 zou de Hitlerjeugd-Vlaanderen de organisatie van al deze projecten van de NSJV overnemen.
Aangaande de Weersportkampen, brachten d
e jongens van de Hitlerjeugd verscheidene weken in zo’n kamp door, en dit met het doel voor hun intrede in de arbeidsdienst, de Wehrmacht of de Waffen-SS nog eens alle verworvenheden door te nemen die ze aan hun tien jaar af in de HJ hadden meegekregen.

Fragment: Tony Van Dijck was als officier van de Waffen-SS verantwoordelijk voor de organisatie van Weersportkampen voor de Hitlerjeugd-Vlaanderen. Zijn broer Wim Van Dijck was ondertussen aangesteld tot ‘Standortführer’ binnen de Vlaamse Hitlerjeugd.

 

Fragment: een extract uit de propagandafilm ‘Soldaten von morgen’ (1941) geeft weer hoe lidmaatschap in de HJ een vooropleiding en voorbereiding kon zijn op het latere soldatenleven.

 

DSC02222

Brochure: ‘Jeugd wordt weerbaar – Stem uit de Weersportkampen’.

 

 
  • No categories