•  
  •  
  • Home
  • /Archive by category ' Geheim Leger '

Archive For: Geheim Leger

Het ‘Légion Nationale’: toen groetten zij de Belgische Nieuwe Orde die in hun hart leefde (1)

Tijdens een plechtigheid van de Koninklijke Verbroederingen van het Geheim Leger op 28 april 2002, loofde A. Flahaut de oudgedienden wegens hun constante toewijding aan de democratische zaak, en waarschuwde hij hen voor een zorgwekkende, en heel ernstig opnieuw opstekende antidemocratische tendens in Vlaanderen.
Ze zullen het graag gehoord hebben want het eigen zwarte verleden poogt men tegenwoordig graag te vergeten. Ook daar hoort een genuanceerd oordeel bij: de kern van het verzet, hoofdzakelijk gegroepeerd onder de naam ‘Geheim Leger’, was oorspronkelijk antidemocratisch.
De geponeerde clichés, zoals voorgaande uitspraak van de voormalige Minister van Defensie, vloeien echter voort uit een gebrek aan volledige historische kennis, en ze overleven omdat ze politiek bruikbaar zijn. Uit kritische studies blijkt dat nogal wat verzetsmensen in het geheel niet door democratische, maar door Belgisch-nationalistische motieven waren gemotiveerd. De naoorlogse verzetsmythes, waarmee de overwinnaar sinds het einde van de oorlog de Vlaamse Beweging mee compromitteerde, waren volgens historicus Chantal Kesteloot een wapen tegen de Vlaamse eisen. Die mythes houden onder andere de morele superioriteit in van het belgicistische discours verbonden met verzetsgroeperingen, tegenover het naar verluidt naar collaboratie en extreemrechts neigende anti-Belgische Vlaams-nationalistische discours. Tevens wekken de mythes de indruk alsof de ganse Vlaamse Beweging (inclusief gematigde flaminganten) gelijk zou staan met fascisme en nationaalsocialisme, terwijl belgicisme dit steeds was met het begrip democratie (zoals we het tegenwoordig kennen). Terwijl er over het Joodse lot op ethisch vlak weinig meningsverschillen bestaan, zeggen de mythes echter dat antisemitisme toen -omwille van de collaboratie- een exclusiviteit was van het Vlaams-nationalisme. (Wanneer het op de dag van vandaag politiek bruikbaar is, worden  Vlaams-nationalisme en gematigd flamingantisme nog steeds geassocieerd met vreemdelingenhaat.) Dit in tegenstelling met het -weer volgens diezelfde mythes- democratische Belgische regime, dat na bijna vijf jaar verdrukking onder de bezetting uiteindelijk zegevierde op Nazi-Duitsland.

De huidige eenzijdigheid tegenover de Vlaamse Beweging vloeit aldus Bruno De Wever voort uit het spectaculaire karakter van de collaboratie. Voor de Tweede Wereldoorlog gaf echter niet het anti-Belgische Vlaams-nationalisme de toon aan binnen de Vlaamse Beweging, maar het gezicht daarvan was Frans Van Cauwelaert, een prominent lid van de Katholieke Partij, die nu volkomen vergeten schijnt te zijn. Toen was de Vlaamse Beweging veel ruimer en breder en liet ze haar invloed gelden in bijvoorbeeld de Katholieke Partij (Frans Van Cauwelaert), de Liberale Partij (Louis Franck), en Camile Huysmans in de Belgische Werklieden-Partij. De Vlaamse strijd was toen vooral een sociale strijd. Karl Marx noemde het België van de 19de eeuw het paradijs van de bourgeoisie, waar geen plaats was voor het Vlaamse volk, noch voor de Vlaamse taal. Al wat men na een langdurige agitatie, kon afdwingen waren enkele schuchtere taalwetten die een einde moesten stellen aan de meest schreeuwende wantoestanden; en dan nog liet de toepassing van die taalwetten veel te wensen over. Slechts een diepgaande sociale omwenteling, die er tijdens de eerste decennia van de 20ste eeuw mede door de socialistische arbeidersbewegingen kwam, kon daarin verandering brengen. De beslissende overwinningen van de Vlaamse beweging -vervlaamsing van de Gentse universiteit en van het onderwijs, van de administratie, het gerecht, het leger, enz. –  volgden elkaar op na de verovering van het algemeen stemrecht. Naarmate het Vlaamse volk een grote rol ging spelen in het openbaar en maatschappelijke leven moest ook de Vlaamse taal een grotere rol toebedeeld worden. Het einde van de alleenheerschappij van de bourgeoisie betekende meteen het einde van het monopolie van de Franse taal. Democratisering stond gelijk met vervlaamsing.

Vanaf de jaren twintig al maakten de (vooral) Franstalige Belgisch nationalistische kringen de aanloop naar de Nieuwe Orde in ons land. Op initiatief van de katholieke senator Nothomb, was de organisatie Action Nationale ontstaan, hoewel kleinere bewegingen zoals de Légion Patriotique en de Faiseau Belge ook een rol speelden. De katholieke intelligentsia ondervond gedurende het ganse interbellum een enorme invloed van de Franse autoritaire beweging Action Française van Charles Mauras. Vooral in die kringen wekte het aan de macht komen van autoritaire dictaturen in Italië en Portugal heel wat enthousiasme. Eén van de belangrijkste politieke organisaties bij ons, die spoedig een propagandacentrum werd voor Mussolini en over een echte paramilitaire militie beschikte met steunpunten in gans België, was het Légion Nationale. Het was in de eerste plaats een Franstalig fenomeen, maar had ook enige aanhang in Vlaanderen onder de benaming Nationaal Legioen.
Het Légion Nationale ontstond in 1922, uit de Fraternelles (Oudstrijdersbonden). Deze laatste verenigden oudstrijders uit de Eerste Wereldoorlog, en waren als het ware een voortzetting van de oude regimenten van aan het IJzerfront. De opgang van het socialisme, de invoering van het algemeen stemrecht en de opgang van het Vlaams-nationalisme werden met lede ogen aangezien, en dit alles kaderde in een globale antidemocratische politieke gezindheid. Dit wantrouwen tegenover de politieke partijen en de parlementaire democratie kreeg spoedig de vorm van een extreem-Belgisch nationalisme. Vanaf 1927 nam de Luikse advocaat, en oud-officier uit de Eerste Wereldoorlog, Paul Hoornaert, resoluut de leiding van het Légion Nationale, dat hij spoedig uitbouwde tot een echte paramilitaire privémilitie. Deze militie was de eerste in het Belgisch politieke landschap, paradeerde met helm en zwart hemd, en was in de eerste plaats uit op gewelddadige confrontaties met politieke tegenstanders: socialisten, communisten en Vlaams-nationalisten. Als reactie op onder andere deze Belgisch nationalistische militie, richtte de BWP, de toenmalige socialistische partij,  in 1926 zijn Arbeidersverweer op, ook wel Rood Verweer genoemd. Daarnaast opereerden een Socialistische Jonge Wacht en de eveneens geüniformeerde militanten van de Internationale Anti-Oorlogsliga. Rond 1928 ontstonden dan in Vlaams-nationale kring lokale groepen onder namen als: Vlaamsch Verweer, Vlaamsche Wacht e.d. De Dinaso Militie (DM) van Joris Van Severen zag pas het licht in de loop van 1931, en ontstond aanvankelijk uit het samengaan van enkele reeds bestaande Vlaams-nationalistische milities.

In het kader van het onderwerp van deze website wilden we u ook deze vooroorlogse Nieuwe Orde-beweging, het Légion National-Nationaal Legioen, niet onthouden.
Het programma van P. Hoornaerts Légion Nationale-Nationaal Legioen beoogde een nationale revolutie waarbij partijen en parlement zouden worden afgeschaft, en plaats zouden maken voor een autoritaire monarchie met een sterke regering. Ook in tal van Belgische gevestigde kringen heerste eind jaren dertig een klimaat dat positief stond tegenover een autoritair regime onder Leopold III. Het Légion Nationale onderhield ook nauwe banden met vermoedelijk zowel de Franse als Belgische inlichtingendiensten.

Na de capitulatie van mei 1940 stapten deze kringen met veel overtuiging de accommodatie en economische collaboratie in. De Duitse invasie en overwinning in mei ’40 had hen gesterkt in hun opvatting dat het parlementaire bestel had afgedaan, en dat het diende te worden vervangen door een krachtdadig gezag dat in handen moest komen van een executieve onder leiding van de koning. In dit scenario, dat Hitler -naar ze hoopten- zou toestaan, achtten ze het onontbeerlijk een soort pretoriaanse wacht te vormen ter ondersteuning van de koning. De aanhangers van die ideologie knoopten met dat doel nauwe contacten aan in kringen van militairen en oud-strijders, en ook met bepaalde industriëlen die net als zij gehecht zijn aan de persoon van Koning Leopold III, en die door de nederlaag ontvankelijker zijn geworden voor dergelijke opvattingen. Onder hen onder andere de Leuvense hoogleraren Charles Terlinden en Eugène Mertens de Wilmars, evenals P. Hoornaert.
Het samengaan van de hierboven geschetste belangen leidde van midden 1940 tot de lente van 1941 tot de oprichting van een organisatie die uiteindelijk de naam Belgisch Legioen ging dragen. (Het ontstond uit de fusie van La Phalange o.l.v. Xavier de Grunne, de paramilitaire hergroeperingen van het Belgisch Leger o.l.v. kolonel Lentz,  en de toen reeds bestaande groepering Belgisch Legioen o.l.v. kapitein-commandant Claser.) Bij de oprichting van deze groepen werd door de leiders nog niet aan verzet gedacht. Ze bereidden er zich op voor de orde te handhaven tegen de binnenlandse vijand (Vlaams-nationalistische collaborateurs, die zich eveneens -en met meer succes- ten dienste van de bezetter bleken te stellen, en communisten) voor het geval tussen Duitsland en Engeland een compromisvrede zou tot stand komen.
In het hetzelfde jaar zagen ze ten voordele van het Vlaams-nationalistische kamp slechts noodgedwongen af van een eigen Belgische Nieuwe Orde rond de koning in een bezet land. In hun optiek had het verloop van de gebeurtenissen hun scenario van een Belgische Nieuwe Orde, met een zekere autonomie voor België in bezet Europa steeds onwaarschijnlijker gemaakt. Daarom achtten ze het beter in te zetten op de Britse overwinning en alles in het werk te stellen om die te bespoedigen. Hun keuze voor die optie verplichte hen wel om hun rechtse aspiraties te verzwijgen, willen ze op een goed blaadje komen te staan bij de Belgische regering in London. Die koerswijziging bij het Belgisch Legioen werd nog versneld door de bezetter, die deze verschuiving heeft voorvoeld en over ging tot arrestaties, waardoor meteen het anti-Duitse sentiment onder haar leden toenam.

De volgende groep behoorde toe aan Raymond Dethier, die voor de oorlog lid was van de belgicistische, fascistische Nieuwe Orde-beweging Légion National-Nationaal Legioen, en die tijdens de bezetting lid werd van het Geheim Leger (schuiloord ‘Zoo’). Tijdens de oorlog werd Raymond omwille van zijn lidmaatschap in het verzet opgepakt en naar Breendonk gestuurd.

 
  • No categories