•  
  •  

Blog

Speldje ‘Légion Nationale – Nationaal Legioen’

Het Légion Nationale ontstond in 1922. Het  was één van de belangrijkste politieke organisaties in ons land, die spoedig een propagandacentrum werd voor Mussolini en over een echte paramilitaire militie beschikte met steunpunten in gans België. In eerste plaats was het een Franstalig fenomeen, maar had ook enige aanhang in Vlaanderen onder de benaming Nationaal Legioen.

Vanaf 1927 nam de Luikse advocaat, en oud-officier uit de Eerste Wereldoorlog, Paul Hoornaert, resoluut de leiding van het Légion Nationale, dat hij spoedig uitbouwde tot een echte paramilitaire privémilitie. Deze militie was de eerste in het Belgisch politieke landschap, en paradeerde met helm en zwart hemd. Haar programma beoogde een nationale revolutie waarbij partijen en parlement zouden worden afgeschaft, en plaats zouden maken voor een autoritaire monarchie met een sterke regering. Ook in tal van Belgische gevestigde kringen heerste eind jaren dertig een klimaat dat positief stond tegenover een autoritair regime onder Leopold III. De leden legde de eed af: “Wij zweren dat wij Belgen zullen blijven. Nous jurons de rester Belges“.  De beweging was sterk anti-Duits, maar keerde zich tevens tegen de activisten en de Frontpartij, later tegen het VNV, om zich vervolgens tegen het Marxisme op te stellen, en tenslotte bij een uitgesproken anti-parlementarisme te eindigen. Hoornaert nam in 1934 deel aan de Fascistische Internationale in Montreux.

Een hoogtepunt bereikt het Nationaal Legioen in 1935, en dan hoofdzakelijk in Franstalige kringen. Het telde toen meer dan 15.000 aangeslotenen onder wie niet minder dan 10.000 mannen in uniform. Dat het voor het Nationaal Legioen met haar autoritaire fascistische opvattingen menens was bleek ook hieruit dat leden van het Legioen in 1936 naar Spanje trokken om er aan de zijde van Franco de troepen van de wettelijke, republikeinse regering te gaan bevechten.

In 1939 echter, omwille van het zogenoemde ‘Stalen Pact’ van 22 mei 1939 (dit wil zeggen de alliantie tussen Italië en Nazi-Duitsland), wees het Légion Nationale Italië volledig af, en streefde het een volledig Belgische Nieuwe Orde na.

Ledenspeldje ‘Légion Nationale – Nationaal Legioen’. Op de foto is een geüniformeerd optreden van de militie te zien voor de Congreskolom in Brussel, waar de zogenaamde ‘Romeinse groet’ wordt gebracht.

 

Belgische makelij SS officier armadelaar

Naast de gekende lokale makelij machinegeweven manschappenadelaars die tijdens de bezettingsperiode door Nominette (Aalst) werden vervaardigd, dient er zich nog een specifieke zeldzame uitvoering van een SS armadelaar voor officieren aan. Het gaat eveneens om een Belgische aanmaak volgens het Jacquardmechanisme – hetzelfde weefprocédé aangewend bij de Duitse BeVo-insignes en de Belgische Nominette-insignes – maar dit type zou echter niet door de firma Nominette zijn vervaardigd. De adelaar is fijngeweven met een dunne zilverdraad, net zoals de Duitse BeVo-flatwire adelaars.

Jaren geleden was ook dit type adelaar te koop in het Brusselse militaria-winkeltje van Raoul, nabij de Hallepoort/Porte de Hal. Naast deze insignes vond men er ook de verschillende types Nominette Wehrmacht- en SS-adelaars (nog op de rol), Indian Caps SS doodskopjes, en stoffen SS doodskopjes.

Belgische makelij officier armadelaar

 

Vlaamse makelij Luftwaffe-pet (Flämische Flakbrigade)

De Flämische Flakbrigade ontstond uit de Vlaamse Wachtbrigade, een paramilitaire wachtformatie,  die in dienst van de Luftwaffe met de bewaking van vliegvelden en fabrieken in dienst van het Luftgaukommando was belast. De leden werden vooral uit de Dietse Militie/Zwarte Brigade (DM/ZB) – de militie van de Eenheidsbeweging-VNV – gerekruteerd. Na beëdiging van de Vlaamse Wachtbrigade op Hitler op 2 juli 1944, werd de naam van de formatie in Flämische Flakbrigade herdoopt, en ruilde ze – als onderdeel van de Luftwaffe – de zwarte uniformen voor Luftwaffe Blaugrau.

In september 1944 werd naar Duitsland uitgeweken, waar de formatie onder de leiding van het Luftgaukommando XIV te Wiesbaden kwam te staan. In februari-maart 1945 was de Flakbrigade nog betrokken bij de verdediging van de Rijn.

Vlaamse makelij Luftwaffe-pet met rode Paspelierung (biezen), die duiden op luchtafweer (Flak).

 

Binnenkort op deze site: het Waals Legioen (‘Légion Wallonie’)

Op zondag 22 juni 1941 om drie uur ‘s morgens, zette zich na maandenlange voorbereiding een Duitse troepenmacht in beweging met als doel de Sovjet-Unie op de knieën te krijgen. De operatie, die de codenaam Unternehmen Barbarossa droeg, betekende meteen ook het einde van het Duits-Sovjet niet-aanvalsverdrag uit augustus 1939. De Préludes van Franz Liszt werden het kenwijsje waarmee het Oberkommando Der Wehrmacht de Duitse vorderingen aan het Oostfront omriep.

Voor Léon Degrelle bracht de Duitse inval in de Sovjet-Unie hem plotseling de mirakeluitkomst. Na zijn vooroorlogse verkiezingsnederlaag van 1939 beschouwden de Duitsers Degrelle en Rex immers als een onbetekenende politieke beweging, en bleven ze hem als ongebreideld ambitieus, onbetrouwbaar en wispelturig afwijzen. Nu zouden de Duitsers wel naar hem luisteren en hem niet meer met een kluitje in het riet sturen, zo dacht Degrelle. Door het behalen van militaire successen zou hij zich kunnen bewijzen en in de gunst van de bezetter komen te staan. Wat hij via politieke weg niet had kunnen bereiken, moest dan maar op het slagveld met de tol van het bloed worden verdiend. Wallonië had – aldus Degrelle – de plicht om de Duitsers bij deze kruistocht met het wapen in de hand bij te staan.

Binnenkort verschijnt op deze site een bijdrage over het Légion Wallonië en haar légionnairs, waaronder ook een betrekkelijk groot aantal vrijwilligers van Vlaamse afkomst.

Fragment: op de tonen van de ‘Préludes’ van Liszt vatte Operatie Barbarossa aan. De ‘Führerproklamation’ werd op 22 juni 1941 door Joseph Goebbels op de Duitse radio voorgelezen.
 

Vlaamse makelij SS sportinsigne

Met Heinrich Himmler aan het hoofd van de SS (Schutzstaffeln), werd deze partijorganisatie vanaf januari 1929 meer en meer uitgebouwd tot het elitekorps van Derde Rijk, de Pretoriaanse garde de Führer. Alleen diegenen die aan strenge fysieke eisen voldeden, en konden bewijzen dat ze van zuivere Arische afstamming waren, werden in deze begindagen tot de SS toegelaten. Als raciaal zuivere volksgemeenschap stonden deze profeten van de toekomstige Germaanse wereldorde – in de betekenis van nationale collectiviteit met een gemeenschappelijke creatieve energie, denkbeelden en gevoelens die de culturele essentie uitmaken van het Germaanse volk – garant om de verloren gewaande ideale maatschappij terug te doen opleven uit de as van de oude wereld; volgens hen een wereld verstoken van van betekenis, schoonheid en gemeenschapsgevoel.

Na de veldtocht van mei-juni 1940 in het westen, poogde Himmler in de bezette Germaanse gebieden SS-mannen te werven. Tijdens de zomer van 1940 verscheen op initiatief van de leiding van de Duitse Allgemeine-SS, de politieke SS dus, een totaal nieuwe politieke beweging op het Vlaamse toneel: de Algemene SS-Vlaanderen. Op 1 september 1941 werd deze als 1e Standaard Vlaanderen opgenomen in de Germaanse SS. De geesten voorbereiden op de aansluiting bij de Germaanse volksgemeenschap, met andere woorden: de inlijving bij het Groot-Germaanse Rijk, was één van haar bedoelingen.
Bijkomende bedoelingen met de Algemene SS-Vlaanderen bestonden in de paramilitaire opleiding in de SS-Vorschule Schoten (kasteel Horst te Schoten) van nationaalsocialistische Vlamingen die later op leidende plaatsen moesten terechtkomen, en in de versterking van de werving voor de Waffen-SS. Wat dit laatste betreft verschenen midden 1943 in het opleidingskamp van Milowitz de eerste 14 heuse, vers gepromoveerde, Vlaamse officieren, die de officiersopleiding aan de SS-Junkerschüle van Bad Tölz met vrucht hadden beëindigd.

Fysieke conditie en sport namen van bij het begin af een belangrijke plaats in de activiteiten van de leden van de Germaanse SS, evenals in de opleiding van manschappen van de Waffen-SS. Vroeg in de oorlog al werd echter de kosteloze dotatie van een sportuniform met SS sportinsigne door de Reichzeugmeisterei (RZM), de bevoorradingsdienst van de SS, aan SS-mannen  opgeschort. De SS-Kleiderkasse kon officieren en hogere onderofficieren nog voorzien van behoeften in uniformstukken. In 1943 werd de Waffen-SS volledig zelf verantwoordelijk voor de productie van haar uniformen en insignes, en viel ze niet langer onder het gezag van de RZM. Hieronder een later-oorlogse, Vlaamse makelij variatie van het SS sportinsigne voor het sportuniform.

Vlaamse makelij variatie van het SS sportinsigne voor het sportuniform.